Kolossenzen 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Paulus, apostel van Christus Jesus door Gods wil, en broeder Timóteus:
1Paul, an apostle of Christ Jesus through the will of God, and Timothy our brother,
2aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: Genade en vrede zij u van God onzen Vader.
2to the saints and faithful brothers in Christ at Colossae: Grace to you and peace from God our Father and the Lord Jesus Christ.
3We brengen dank aan God, den Vader van onzen Heer Jesus Christus, telkens wanneer wij voor u bidden.
3We give thanks to God the Father of our Lord Jesus Christ, praying always for you,
4Want wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jesus, en van de liefde, die gij alle heiligen toedraagt,
4having heard of your faith in Christ Jesus and of the love which you have toward all the saints,
5om wille der hoop, die voor u is weggelegd in de hemel, maar die gij thans reeds hebt vernomen door het waarachtige woord van het Evangelie,
5because of the hope which is laid up for you in the heavens, of which you heard before in the word of the truth of the Good News
6dat tot u is doorgedrongen. Zoals dit immers in heel de wereld vruchten draagt en groeit, zo doet het dit ook onder u van de dag af, waarop gij Gods genade hebt vernomen, en ze in waarheid hebt aanvaard,
6which has come to you, even as it is in all the world and is bearing fruit and growing, as it does in you also, since the day you heard and knew the grace of God in truth,
7juist zoals ge ze geleerd hebt van Épafras, onzen geliefden medearbeider. Deze is een trouw dienaar van Christus voor u;
7even as you learned from Epaphras our beloved fellow servant, who is a faithful servant of Christ on your behalf,
8hij is het ook, die ons bericht heeft gebracht van uw liefde in den Geest.
8who also declared to us your love in the Spirit.
9Sinds we dit vernomen hebben, houden we dan ook niet op, voor u te bidden en te smeken: dat gij, in het bezit van allerlei wijsheid en geestelijk inzicht, tot de volledige kennis van zijn wil moogt geraken;
9For this cause, we also, since the day we heard this, don’t cease praying and making requests for you, that you may be filled with the knowledge of his will in all spiritual wisdom and understanding,
10dat gij daardoor een leven moogt leiden, den Heer waardig, en Hem in alles behagen; dat gij in ieder goed werk vruchten moogt dragen, en toenemen moogt in de kennis van God;
10that you may walk worthily of the Lord, to please him in all respects, bearing fruit in every good work and increasing in the knowledge of God,
11dat gij door de macht zijner glorie moogt worden toegerust met alle kracht, om alles met blijdschap te verdragen en te verduren;
11strengthened with all power, according to the might of his glory, for all endurance and perseverance with joy,
12dat gij den Vader moogt danken, die u in staat heeft gesteld, om deel te nemen aan de erfenis der heiligen in het licht.
12giving thanks to the Father, who made us fit to be partakers of the inheritance of the saints in light,
13Hij heeft ons uit de macht der duisternis bevrijd en ons overgebracht naar het Rijk van zijn geliefden Zoon,
13who delivered us out of the power of darkness, and translated us into the Kingdom of the Son of his love,
14door wien we de verlossing hebben verkregen, de vergiffenis der zonden.
14in whom we have our redemption, the forgiveness of our sins.
15Deze is het Beeld van den onzichtbaren God, de Eerstgeborene van gans de schepping.
15He is the image of the invisible God, the firstborn of all creation.
16Want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel is en op de aarde, de zichtbare en onzichtbare dingen, Tronen, Heerschappijen, Overheden en Machten. Alles is geschapen door Hem en voor Hem;
16For by him all things were created in the heavens and on the earth, visible things and invisible things, whether thrones or dominions or principalities or powers. All things have been created through him and for him.
17Hij is vóór alles, en alles bestaat in Hem.
17He is before all things, and in him all things are held together.
18Hij is ook het Hoofd van het Lichaam, de Kerk; Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.
18He is the head of the body, the assembly, who is the beginning, the firstborn from the dead, that in all things he might have the preeminence.
19Want in Hem heeft de ganse Volheid van God willen wonen,
19For all the fullness was pleased to dwell in him,
20en door Hem alles met Zich willen verzoenen: alles wat op aarde is en in de hemel: nadat Hij vrede had gebracht door het Bloed van zijn Kruis.
20and through him to reconcile all things to himself by him, whether things on the earth or things in the heavens, having made peace through the blood of his cross.
21Ook u, die eens van God waart vervreemd, en door uw boze werken uw vjjandige gezindheid getoond hebt,
21You, being in past times alienated and enemies in your mind in your evil deeds,
22ook u heeft Hij thans in zijn vleselijk Lichaam verzoend door de dood, om u heilig en vlekkeloos en onberispelijk voor zijn aanschijn te doen staan.
22yet now he has reconciled in the body of his flesh through death, to present you holy and without defect and blameless before him,
23Maar op voorwaarde, dat gij onwankelbaar op het geloof blijft gegrond, en onwrikbaar vasthoudt aan de hoop van het Evangelie, dat gij vernomen hebt, dat verkondigd wordt aan alle schepselen onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, de bedienaar ben.
23if it is so that you continue in the faith, grounded and steadfast, and not moved away from the hope of the Good News which you heard, which was proclaimed in all creation under heaven, of which I, Paul, was made a servant.
24Thans verheug ik mij, dat ik voor u lijden mag en aanvullen in mijn vlees, wat aan Christus’ lijden ontbreekt, ten bate van zijn Lichaam, de Kerk.
24Now I rejoice in my sufferings for your sake, and fill up on my part that which is lacking of the afflictions of Christ in my flesh for his body’s sake, which is the assembly,
25Ik ben haar bedienaar geworden door de beschikking van God; zij werd mij verleend, om u Gods woord in al zijn volheid te brengen:
25of which I was made a servant according to the stewardship of God which was given me toward you to fulfill the word of God,
26het heilsgeheim, dat sinds de aanvang der eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar thans aan zijn heiligen is geopenbaard.
26the mystery which has been hidden for ages and generations. But now it has been revealed to his saints,
27Aan hen heeft God bekend willen maken, hoe rijk aan glorie dit heilsgeheim onder de heidenen is: hoe Christus namelijk onder u is, de hoop op de glorie.
27to whom God was pleased to make known what are the riches of the glory of this mystery among the Gentiles, which is Christ in you, the hope of glory.
28Hem verkondigen wij; en alle mensen vermanen wij, en alle mensen onderrichten wij met alle wijsheid, om alle mensen tot volmaaktheid in Christus te brengen.
28We proclaim him, admonishing every man and teaching every man in all wisdom, that we may present every man perfect in Christ Jesus;
29Daarvoor zwoeg ik en strijd ik met zijn kracht, die machtig in mij werkt.
29for which I also labor, striving according to his working, which works in me mightily.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.