Kolossenzen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Want ik wil, dat gij weet, welke strijd ik heb te voeren, zowel voor u, als voor hen, die in Laodicea wonen, en voor allen, die me persoonlijk niet hebben gekend;
1For I desire to have you know how greatly I struggle for you and for those at Laodicea, and for as many as have not seen my face in the flesh;
2opdat hun harten worden getroost, opdat ze, in liefde verenigd, tot de volste rijkdom van inzicht mogen komen: tot de kennis van Gods heilsgeheim, tot de kennis van Christus,
2that their hearts may be comforted, they being knit together in love, and gaining all riches of the full assurance of understanding, that they may know the mystery of God, both of the Father and of Christ,
3in wien alle schatten verborgen zijn van wijsheid en kennis.
3in whom all the treasures of wisdom and knowledge are hidden.
4Dit zeg ik, opdat niemand u door spitsvondigheden mag misleiden.
4Now I say this that no one may delude you with persuasiveness of speech.
5Want al ben ik naar het lichaam afwezig, in de geest ben ik bij u, en verheug ik me bij het zien van de goede orde onder u en van uw onwankelbaar geloof in Christus.
5For though I am absent in the flesh, yet I am with you in the spirit, rejoicing and seeing your order, and the steadfastness of your faith in Christ.
6Zoals gij dus Christus Jesus den Heer hebt aanvaard, moet gij ook in Hem blijven.
6As therefore you received Christ Jesus the Lord, walk in him,
7Blijft op Hem gegrond en opgebouwd; houdt vast aan het geloof, zoals gij het hebt geleerd; weest zeer dankbaar daarvoor
7rooted and built up in him and established in the faith, even as you were taught, abounding in it in thanksgiving.
8Past op, dat niemand u meesleept door de wijsbegeerte of ijdele drogredenen, die op de overlevering der mensen zijn gegrond, of op de leerbeginselen der wereld, maar niet op Christus.
8Be careful that you don’t let anyone rob you through his philosophy and vain deceit, after the tradition of men, after the elemental spirits of the world, and not after Christ.
9Immers in Hem woont in werkelijkheid de ganse volheid der Godheid;
9For in him all the fullness of the Deity dwells bodily,
10en in gemeenschap met Hem zijt gij aan die volheid deelachtig geworden. Hij is het Hoofd van alle Heerschappijen en Machten.
10and in him you are made full, who is the head of all principality and power.
11In Hem zijt gij ook besneden met een besnijdenis, die niet met de handen verricht wordt door de verwijdering van het vleselijk lichaam, maar door de besnijdenis van Christus.
11In him you were also circumcised with a circumcision not made with hands, in the putting off of the body of the sins of the flesh, in the circumcision of Christ,
12Want met Hem zijt gij door het Doopsel begraven, met Hem zijt gij ook verrezen door het geloof in de almacht van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
12having been buried with him in baptism, in which you were also raised with him through faith in the working of God, who raised him from the dead.
13Ook u, die dood waart door uw zonden en door uw onbesneden vlees, heeft Hij levend gemaakt tezamen met Hem; Hij heeft ons alle zonden vergeven.
13You were dead through your trespasses and the uncircumcision of your flesh. He made you alive together with him, having forgiven us all our trespasses,
14Het handschrift, dat door zijn bepalingen onze aanklager was, heeft Hij uitgewist en vernietigd, door het te slaan aan het Kruis.
14wiping out the handwriting in ordinances which was against us. He has taken it out of the way, nailing it to the cross.
15Hij heeft de Heerschappijen en Machten ontmaskerd en openlijk ten toon gesteld, hen door het Kruis overwonnen.
15Having stripped the principalities and the powers, he made a show of them openly, triumphing over them in it.
16Laat dus niemand u oordelen met betrekking tot spijs en drank, of feestdag, nieuwe maan en sabbat.
16Let no one therefore judge you in eating or drinking, or with respect to a feast day or a new moon or a Sabbath day,
17Deze dingen zijn slechts een schaduwbeeld van de toekomstige dingen, maar de werkelijkheid is van Christus.
17which are a shadow of the things to come; but the body is Christ’s.
18Laat niemand u overbluffen met gewilde nederigheid en engelendienst. Zó iemand maakt zich druk over zijn visioenen, en wordt verwaand door zijn vleselijke gezindheid zonder enige grond;
18Let no one rob you of your prize by self-abasement and worshiping of the angels, dwelling in the things which he has not seen, vainly puffed up by his fleshly mind,
19maar hij houdt zich niet vast aan het Hoofd, waaruit het ganse lichaam door gewrichten en vezels gestut en saamgehouden wordt, en opgroeit tot goddelijke rijpheid.
19and not holding firmly to the Head, from whom all the body, being supplied and knit together through the joints and ligaments, grows with God’s growth.
20Indien gij met Christus zijt afgestorven aan de leerbeginselen der wereld, waarom laat gij u dan, als iemand, die in de wereld leeft, allerlei bepalingen voorschrijven, als:
20If you died with Christ from the elemental spirits of the world, why, as though living in the world, do you subject yourselves to ordinances,
21“raak niet aan; proef niet; roer niet aan!”
21“Don’t handle, nor taste, nor touch”
22Al dergelijke bepalingen slaan op dingen, die vergaan door het gebruik; het zijn slechts geboden en leringen van mensen!
22(all of which perish with use), according to the precepts and doctrines of men?
23Ze hebben de schijn wel van wijsheid door godzaligheid van eigen vinding, door nederigheid en zelfkastijding, maar ze hebben geen waarde dan voor de bevrediging van het vlees.
23These things indeed appear like wisdom in self-imposed worship, humility, and severity to the body, but aren’t of any value against the indulgence of the flesh.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.