Kolossenzen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Want ik wil, dat gij weet, welke strijd ik heb te voeren, zowel voor u, als voor hen, die in Laodicea wonen, en voor allen, die me persoonlijk niet hebben gekend;
1Хочу оце, щоб ви знали, яку велику боротьбу маю за вас і за Лаодичан і за тих, що не бачили обличчя мого в тїлї,
2opdat hun harten worden getroost, opdat ze, in liefde verenigd, tot de volste rijkdom van inzicht mogen komen: tot de kennis van Gods heilsgeheim, tot de kennis van Christus,
2щоб утїшились серця їх, зʼєднавшись у любові і на всяке багацтво повної певности розуму на познаннє тайни Бога і Отця і Христа,
3in wien alle schatten verborgen zijn van wijsheid en kennis.
3в котрому всї скарби премудрости і розуму заховані.
4Dit zeg ik, opdat niemand u door spitsvondigheden mag misleiden.
4Се ж глаголю, щоб хто не обманив вас у суперечках;
5Want al ben ik naar het lichaam afwezig, in de geest ben ik bij u, en verheug ik me bij het zien van de goede orde onder u en van uw onwankelbaar geloof in Christus.
5бо хоч я тїлом і оддалеки, та духом з вами, радуючись і дивлячись на ваш порядок і утвердженнє віри вашої в Христа.
6Zoals gij dus Christus Jesus den Heer hebt aanvaard, moet gij ook in Hem blijven.
6Оце ж, як прийняли ви Христа Ісуса Господа, так і ходїть у Ньому,
7Blijft op Hem gegrond en opgebouwd; houdt vast aan het geloof, zoals gij het hebt geleerd; weest zeer dankbaar daarvoor
7вкоренившись і збудувавшись у Ньому і впевнившись вірою, так як навчились, достаткуючи в нїй з дякуваннєм.
8Past op, dat niemand u meesleept door de wijsbegeerte of ijdele drogredenen, die op de overlevering der mensen zijn gegrond, of op de leerbeginselen der wereld, maar niet op Christus.
8Гледїть, щоб хто не пожакував вас философиєю і марним підступом, по переказу людському, по первотинам сьвіта, а не по Христу.
9Immers in Hem woont in werkelijkheid de ganse volheid der Godheid;
9Бо в Ньому живе вся повня Божества тїлесно.
10en in gemeenschap met Hem zijt gij aan die volheid deelachtig geworden. Hij is het Hoofd van alle Heerschappijen en Machten.
10І ви сповнені в Ньому: бо Він голова всякому князївству і властї.
11In Hem zijt gij ook besneden met een besnijdenis, die niet met de handen verricht wordt door de verwijdering van het vleselijk lichaam, maar door de besnijdenis van Christus.
11В котрому ви й обрізані обрізаннєм нерукотворним, скинувши тїло гріхів тїлесних в обрізаннї Христовому,
12Want met Hem zijt gij door het Doopsel begraven, met Hem zijt gij ook verrezen door het geloof in de almacht van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
12погрібшись із Ним хрещеннєм, і в котрому і встали вірою в силу Бога, котрий воскресив Його з мертвих.
13Ook u, die dood waart door uw zonden en door uw onbesneden vlees, heeft Hij levend gemaakt tezamen met Hem; Hij heeft ons alle zonden vergeven.
13І вас, що були мертві в провинах і в необрізанню тїла вашого, оживив з Ним, простивши вам усї провини,
14Het handschrift, dat door zijn bepalingen onze aanklager was, heeft Hij uitgewist en vernietigd, door het te slaan aan het Kruis.
14знищивши рукописаннє наукою, що була проти нас, і взяв Його з середини, прибивши на хрестї,
15Hij heeft de Heerschappijen en Machten ontmaskerd en openlijk ten toon gesteld, hen door het Kruis overwonnen.
15(і) роздягши князївства і власти, вивів на дивовижу сьміливо, побідивши їх на йому.
16Laat dus niemand u oordelen met betrekking tot spijs en drank, of feestdag, nieuwe maan en sabbat.
16Нехай же оце нїхто не судить вас за їжу або за напиток, або поглядом сьвят, або нового місяця, або суботи.
17Deze dingen zijn slechts een schaduwbeeld van de toekomstige dingen, maar de werkelijkheid is van Christus.
17Се тїнь того, що настане, тїло ж — Христове.
18Laat niemand u overbluffen met gewilde nederigheid en engelendienst. Zó iemand maakt zich druk over zijn visioenen, en wordt verwaand door zijn vleselijke gezindheid zonder enige grond;
18Нїхто ж нехай не обманює вас, будучи самовільним у покорі і службі ангелській і вдаючись у те, чого не бачив, марно надимаючись умом тїла свого,
19maar hij houdt zich niet vast aan het Hoofd, waaruit het ganse lichaam door gewrichten en vezels gestut en saamgehouden wordt, en opgroeit tot goddelijke rijpheid.
19а не держачись Голови, від корого все тїло, суставами і повязями запоможене і звязане, росте зростом Божим.
20Indien gij met Christus zijt afgestorven aan de leerbeginselen der wereld, waarom laat gij u dan, als iemand, die in de wereld leeft, allerlei bepalingen voorschrijven, als:
20Коли ж оце ви вмерли з Христом для первотин сьвіта, то чого мов би ще живі в сьвітї, про закон суперечитесь
21“raak niet aan; proef niet; roer niet aan!”
21(не займай, анї вкуси, анї доторкуй ся),
22Al dergelijke bepalingen slaan op dingen, die vergaan door het gebruik; het zijn slechts geboden en leringen van mensen!
22що все на погибель через надужиток по заповідям і наукам людським?
23Ze hebben de schijn wel van wijsheid door godzaligheid van eigen vinding, door nederigheid en zelfkastijding, maar ze hebben geen waarde dan voor de bevrediging van het vlees.
23Воно має вид премудрости в самовольній службі і покорі і непощадї тїла, (а) не у шанобі до ситости тїла.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.