Kolossenzen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gij meesters, geeft uw slaven wat recht is en billijk; want gij weet, dat ook gij een Meester hebt in de hemel.
1Панове, оддавайте слугам правду і рівноту, знаючи, що й ви маєте Господа на небесах.
2Volhardt in het gebed, aandachtig en dankbaar!
2В молитві кріпіть ся, пильнуючи в нїй з подякою,
3Bidt ook voor ons, dat God ons de deur der prediking mag openen, en ik het heilsgeheim van Christus verkondigen mag, waarvoor ik dan ook een gevangene ben;
3молячись разом і за нас, щоб Бог відчинив нам двері слова, проглаголати тайну Христову, за котру я і в кайданах,
4en dat ik het openlijk mag preken, zoals het mijn plicht is.
4щоб явив я її, як подобає менї глаголати.
5Uw omgang met de buitenstaanders moet met wijsheid gebeuren; neemt daartoe elke gunstige gelegenheid te baat.
5У премудростї ходїть перед тими, що осторонь, викупляючи час.
6Uw gesprek moet steeds opgewekt zijn, met zout gekruid; gij moet weten, hoe gij iedereen te woord hebt te staan.
6Слово ваше нехай буде завсїди ласкаве, приправлене сіллю, щоб знали ви, як кожному відказувати.
7Túchicus, mijn geliefde broeder, de trouwe dienaar en medearbeider in den Heer, zal u volledig inlichten over mijn toestand.
7Що дїєть ся зо мною, про все скаже вам Тихик, любий брат і вірний служитель і слуга-товариш у Господї,
8Daarom juist zend ik hem naar u toe, opdat gij weten moogt, hoe het ons gaat, en opdat hij uw harten mag troosten.
8котрого післав я до вас на те, щоб довідавсь, що з вами дїєть ся, і утїшив серця ваші,
9Met hem zend ik Onésimus uw landgenoot, den trouwen en geliefden broeder. Zij zullen u vertellen al wat hier gebeurt.
9з Онисимом, вірним і любим братом нашим, котрий з між вас: все вони скажуть вам, що тут (дїєть ся).
10U groet Aristarchus, mijn medegevangene; en Markus, de neef van Bárnabas, over wien gij reeds de opdracht hebt gekregen, hem goed te ontvangen, als hij bij u komt; Jesus eveneens, ook Justus geheten.
10Витає вас Аристарх, товариш мій у неволї, та Марко, сестринець Варнави (про нього маєте наказ: як прийде до вас, прийміть його),
11Ze zijn de enigen uit de besnijdenis, die mijn medewerkers voor het koninkrijk Gods, en voor mijzelf een grote troost zijn geweest.
11та Ісус, на прізвище Юст, котрі з обрізання. Сї одні помічники мої в царство Боже, котрі були менї втїхою.
12U groet Épafras uw landgenoot, een dienstknecht van Christus Jesus, die steeds voor u worstelt in zijn gebeden, opdat gij stand moogt houden, volmaakt en volkomen, in alles wat God van u verlangt.
12Витає вас Єпафрас, що з вас, слуга Христа; всякого часу подвизаєть ся за вас у молитвах, щоб ви стояли звершені і сповнені у всякій волї Божій.
13Want ik getuig over hem, dat hij zich veel moeite getroost, zowel voor u als voor hen, die in Laodicea en Hiërápolis zijn.
13Сьвідкую бо за нього, що має велику ревність про вас і про Лаодичан і Єрополян.
14U groet de geliefde Lukas, de arts, en Demas eveneens.
14Витає вас Лука, любий лїкарь, та Дамас.
15Groet de broeders in Laodicea; zo ook Numfa met de gemeente, die in haar huis vergadert.
15Витайте братів, що в Лаодикиї, і Нимфана, і домашню церкву його.
16En wanneer de brief bij u is voorgelezen, zorgt er dan voor, dat hij ook in de kerk van Laodicea voorgelezen wordt, en dat gij zelf de brief uit Laodicea te lezen krijgt.
16І як прочитаєть ся се посланнє між вами, постарайтесь, щоб і в Лаодикийській церкві прочитане було, а написане з Лаодикиї щоб і ви прочитали.
17En zegt aan Archippus: Zorg er voor, dat ge het ambt naar behoren vervult, dat ge ontvangen hebt in den Heer.
17Та скажіть Архипові: Гледи служення, що прийняв єси в Господї, щоб довершив його.
18De eigenhandige groet van mij: Paulus. Weest mijn boeien indachtig! De genade zij met u allen!
18Витаннє моєю рукою, Павловою. Згадуйте про мої кайдани. Благодать з усїма вами. Амінь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.