Psalmen 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Van David. Jahweh is mijn licht en mijn heil: Wien zou ik vrezen? Jahweh is de schuts van mijn leven: Wien zou ik duchten?
1Давидова. Господь сьвітло моє і спасеннє моє; кого менї боятися? Господь твердиня життя мого; перед ким менї лякатись?
2Al rukken de bozen tegen mij op, Om mijn vlees te verslinden Het zijn mijn verdrukkers en haters, Die struikelen en vallen!
2Як здогонили мене злюки, щоб пожерти тїло моє; напасники мої і вороги мої, — вони спіткнулись, і наложили головами.
3Al stelt zich een krijgsmacht tegen mij op: Mijn hart kent geen vrees; Al ontbrandt ook de strijd tegen mij: Toch blijf ik gerust!
3Коли військо облогою проти мене стане, не боїться серце моє; як вдарять боєм на мене, я й тодї вповаю:
4Eén ding heb ik Jahweh gevraagd, dit slechts begeerd: In het huis van Jahweh te wonen al de dagen mijns levens, Jahweh’s zoetheid te smaken, En in zijn tempel te overwegen!
4Одного в Господа прошу, одного тілько бажаю: жити в домі Господнїм поки життя мого, щоб дивитись на благость Господню і служити в храмі його.
5Want in zijn tabernakel laat Hij mij schuilen In tijden van nood; Hij beschut mij onder het dek van zijn tent, En plaatst mij veilig op de Rots.
5Він бо заховає мене в своїй домівцї в день недолї, він захистить мене в заулку намета свого, він підніме мене на скелю!
6Zo hef ik fier mijn hoofd omhoog Boven mijn vijanden rondom mij heen, Breng in zijn tent de offers van jubel, Wil zingen en spelen voor Jahweh!
6І тодї піднесеться голова моя над моїми ворогами кругом мене; і принесу жертву радісну в чертозї його; сьпівати му псальми Господеві.
7Jahweh, luister naar mijn smeken, Ontferm U mijner, en wil mij verhoren.
7Почуй, Господи, голос мій взиваючий; зглянься, і вислухай мене.
8Gij hebt het toch zelf mij gezegd: “Ge moet mijn aangezicht zoeken!”
8Про тебе сказав я собі в серцї: Шукайте лице моє. Господи, лице твоє шукати му.
9Nu zoek ik uw aanschijn, o Jahweh; Verberg het mij niet. Wijs uw dienaar niet af in uw gramschap: Gij zijt toch mijn hulp! Verstoot mij niet, verlaat mij niet, O God van mijn heil!
9Не одвертай лиця твого від мене, не відсилай в гнїві слугу твого, не цурайся і не опусти мене, Боже, спасителю мій.
10Neen, al verlaten mij vader en moeder, Jahweh trekt Zich mij aan.
10Бо коли б покинули мене батько мій і рідна мати, то Господь приняв би мене.
11Wijs mij, o Jahweh, uw weg, Geleid mij op het pad der deugd; En om wille van mijn verdrukkers, o Jahweh,
11Вкажи менї, Господи, дорогу твою, і провадь мене по простій стежцї задля ворогів моїх!
12Geef mij niet prijs aan de haat van mijn vijand! Want valse getuigen staan tegen mij op, En brengen leugens tegen mij in.
12Не віддай мене зажерливим гонителям моїм! Бо проти мене встали брехливі сьвідки й той, що злобою на мене дише.
13O, als ik er eens niet zeker van was, Nog in het land der levenden Jahweh’s goedheid te zien!
13Коли б я та не вірував, що побачу благость Господню на сьвітї між живими!
14Vertrouw maar op Jahweh; wees welgemoed! Sterk zij uw hart; blijf hopen op Jahweh!
14Вповай на Господа! Будь потужен, і май одвагу в серцї, і дожидай помочі від Господа.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.