Psalmen 75
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Verderf niet.” Een psalm van Asaf; een lied. Wij loven U, God, en prijzen U, Wij roepen uw Naam aan, en vermelden uw wonderen!
1Проводиреві хора: „Не запропасти‟; псальма Асафова, пісня. Славимо тебе, Боже, прославляємо; і близько імя твоє, чудеса твої про се звіщають.
2Als Ik de tijd acht gekomen, Zal Ik een rechtvaardig oordeel houden:
2Як виберу годину, судити му по правдї.
3Al wankelt de aarde met al haar bewoners, Ik zet haar zuilen weer recht!
3Розступилась земля і хто жиє на нїй; я утвердив стовпи її.
4Daarom roep ik de hoogmoedigen toe: Weest niet trots, De goddelozen: Steekt de hoorn niet omhoog!
4Я сказав до бутних: Покиньте буту, — до беззаконних, — не підносїть рога!
5Steekt uw hoorn tegen de hemel niet op, En spreekt niet hooghartig tegen de Rots!
5Не підносїть високо рога, не говоріть, витягнувши безсоромно шию!
6Want niet uit het oosten of westen, Niet uit de woestijn komt de glorie!
6Тому, що не зі сходу, нї з заходу, і не з полудня прийде возвишеннє.
7Neen, het is God, die zal richten, Den een vernederen, den ander verheffen!
7Бог бо суддя; того принизить, а того високо поставить.
8Want in Jahweh’s hand is een beker Met schuimende wijn vol bittere kruiden! Hij schenkt hem leeg tot de droesem toe: Alle bozen der aarde moeten slurpen en drinken.
8Бо в руцї Господа чаша, вона піниться від вина, повна вина заправленого, і він наливає з неї; гущу його мусять вихлептати всї беззаконники землї.
9Maar ìk zal in eeuwigheid jubelen, Den God van Jakob mijn loflied zingen:
9А я звіщати му по віки; буду сьпівати псальми Богові Якова.
10Alle hoornen der bozen worden gebroken, Maar de hoornen der rechtvaardigen steken omhoog!
10І позбиваю всї роги беззаконних; вознесуться роги праведних.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.