Psalmen 130
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een bedevaartslied. Uit de diepten, o Jahweh, roep ik tot U,
1Посходня пісня. З глибинї кличу до тебе, Господи!
2Heer, hoor mijn klagen; Laat uw oren toch luisteren Naar mijn bidden en smeken!
2Господи, почуй голос мій! Нехай слухи твої повернуться до голосу мого благання!
3Ach Jahweh, zo Gij de zonde gedenkt, Ach Heer, wie zou het bestaan?
3Коли ти, Господи, будеш памятати несправедливостї, — Господи, хто встоїть?
4Neen, bij U is vergeving, Opdat ik vol hoop U zou vrezen, o Jahweh.
4Та в тебе є помилуваннє, щоб люде благовіли перед тобою.
5Mijn ziel schouwt hunkerend naar zijn belofte, Mijn ziel smacht naar den Heer;
5Надїюсь на Господа; душа моя надїється, і вповаю на слово його.
6Meer dan wachters naar de morgen,
6Душа моя дожидає Господа, більше як сторожа ранку, як сторожі ранку.
7Ziet Israël naar Jahweh uit. Want bij Jahweh is ontferming, En overvloed van verlossing;
7Вповай, Ізраїлю, на Господа! Бо в Господа милість і багацтво спасення в його.
8Hij zal Israël bevrijden Van al zijn zonden!
8І він спасе Ізраїля від всїх несправедливостей його.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.