Psalmen 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een puntdicht van David. Behoed mij, o God, want tot U neem ik mijn toevlucht;
1Псальма Давидова. Хрань мене, Боже, бо я вповаю на тебе.
2Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn Heer, buiten U geen geluk!
2Ти, душе моя, сказала Господу: Ти єси Господь. Моя доброта не сягає до тебе.
3Aan de heiligen, die zijn land bewonen, Schenkt Hij de volheid zijner genade.
3Ти сказав до сьвятих, що на землї, і до величнїх: вони уся моя радість.
4Zìj hopen zich ellende op, Die achter vreemde goden lopen. Neen, ik pleng hun bloedige offers niet mee, Zelfs hun naam komt mij niet op de lippen!
4Умножаться болестї тих, що ганяють за иншим богом; не принесу жертви їх кровавої, і імена їх не спімну устами моїми.
5Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh, en het deel van mijn beker, Gij zijt het, die het lot voor mij wierpt:
5Господь пай наслїддя мого і чаші моєї; ти держиш долю мою.
6Mijn meetsnoer lag in lieflijke dreven, Een prachtig stuk viel mij toe.
6Межі мої у пишних країнах; наслїддє гарне моя займаньщина.
7Ik zegen Jahweh, want Hij is mijn raadsman: Zelfs ‘s nachts word ik door mijn nieren vermaand.
7Благословити му Господа, що просьвітив мене; навіть вночі навчає мене внутро моє.
8Jahweh houd ik altijd voor ogen; Staat Hij mij ter zijde, dan wankel ik niet.
8По всяк час сяє Господь передо мною; як що він по правицї в мене, то не захитаюсь.
9Zo verheugt zich mijn hart, En jubelt mijn geest; Ook mijn vlees is vol moed,
9Тому радується серце моє, і веселиться душа моя, й тїло моє спочине у певнотї.
10Want Gij geeft mij niet prijs aan het dodenrijk. Gij laat uw vrome het graf niet aanschouwen,
10Ти бо не оставиш душі моєї в підземній пропастї, і не даси твому побожному бачити зотлїння.
11Maar toont mij de weg naar het leven, Overvloedige vreugd voor uw aanschijn, Aan uw rechterhand eeuwig geluk.
11Ти вкажеш менї дорогу життя; перед лицем твоїм повнота радощів, по правицї твоїй блаженство по всяк час.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.