Psalmen
Chapter 132
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Reina-Valera 1909
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Een bedevaartslied. Blijf David gedenken, o Jahweh, En alle moeite, die hij zich troostte,
1Cántico gradual. ACUÉRDATE, oh Jehová, de David, y de toda su aflicción;
2Omdat hij Jahweh had gezworen, Jakobs Sterke had beloofd:
2Que juró él á Jehová, prometió al Fuerte de Jacob:
3Ik zal mijn woontent niet ingaan, Mijn legerstede niet beklimmen,
3No entraré en la morada de mi casa, ni subiré sobre el lecho de mi estrado;
4Mijn ogen geen slaap gunnen, Mijn wimpers geen sluimer:
4No daré sueño á mis ojos, ni á mis párpados adormecimiento,
5Voordat ik een plaats heb gevonden voor Jahweh, Voor Jakobs Sterke een woning!
5Hasta que halle lugar para Jehová, moradas para el Fuerte de Jacob.
6Zie, wij hoorden, dat zij in Efráta was, Wij vonden haar weer in de velden van Jáar;
6He aquí, en Ephrata oímos de ella: hallámosla en los campos del bosque.
7Laat ons naar zijn Woning gaan, En ons voor zijn voetbank werpen!
7Entraremos en sus tiendas; encorvarnos hemos al estrado de sus pies.
8Jahweh, trek op naar uw rustplaats, Gij zelf en de ark uwer glorie!
8Levántate, oh Jehová, á tu reposo; tú y el arca de tu fortaleza.
9Mogen uw priesters met gerechtigheid worden bekleed, En uw vromen een jubellied zingen!
9Tus sacerdotes se vistan de justicia, y regocíjense tus santos.
10Om wille van David, uw dienaar, Wijs het gebed van uw gezalfde niet af!
10Por amor de David tu siervo no vuelvas de tu ungido el rostro.
11En Jahweh heeft aan David gezworen, Een trouwe Belofte, waarvan Hij niet afwijkt: Van de vrucht van uw schoot Zet Ik er een op uw troon!
11En verdad juró Jehová á David, no se apartará de ellos: Del fruto de tu vientre pondré sobre tu trono.
12En zo uw zonen mijn verbond onderhouden, En de vermaningen, die Ik hun gaf, Dan zullen ook hùn zonen voor eeuwig Op uw troon blijven zitten!
12Si tus hijos guardaren mi alianza, y mi testimonio que yo les enseñaré, sus hijos también se sentarán sobre tu trono para siempre.
13Want Jahweh heeft Sion verkoren, En Zich tot woning begeerd!
13Porque Jehová ha elegido á Sión; deseóla por habitación para sí.
14“Hij is mijn rustplaats voor eeuwig; Hier wil Ik wonen, want hèm heb Ik verkoren!
14Este es mi reposo para siempre: aquí habitaré, porque la he deseado.
15Zijn mondkost zal Ik ruimschoots zegenen, Zijn armen verzadigen met brood;
15A su mantenimiento daré bendición: sus pobres saciaré de pan.
16Zijn priesters zal Ik met heil bekleden. Zijn vromen zullen een jubellied zingen!
16Asimismo vestiré á sus sacerdotes de salud, y sus santos darán voces de júbilo.
17Hier zal Ik David een Hoorn doen ontspruiten, Een lamp ontsteken voor mijn Gezalfde;
17Allí haré reverdecer el cuerno de David: he prevenido lámpara á mi ungido.
18Zijn vijanden zal Ik met schande bedekken, Mijn kroon zal schitteren op zijn hoofd!”
18A sus enemigos vestiré de confusión: mas sobre él florecerá su corona.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.