Psalmen
Chapter 103
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Reina-Valera 1909
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Van David. Loof Jahweh, mijn ziel, Heel mijn binnenste zijn heilige Naam;
1Salmo de David. BENDICE, alma mía, á Jehová; y bendigan todas mis entrañas su santo nombre.
2Loof Jahweh, mijn ziel, En vergeet zijn talloze weldaden niet!
2Bendice, alma mía á Jehová, y no olvides ninguno de sus beneficios.
3Hij is het, die al uw zonden vergeeft, En al uw zwakheid geneest;
3El es quien perdona todas tus iniquidades, el que sana todas tus dolencias;
4Die uw leven behoedt voor het graf, U kroont met genade en ontferming;
4El que rescata del hoyo tu vida, el que te corona de favores y misericordias;
5Die al uw verlangens bevredigt, En als een adelaar uw jeugd verjongt!
5El que sacia de bien tu boca de modo que te rejuvenezcas como el águila.
6Jahweh oefent gerechtigheid uit, Schaft recht aan alle verdrukten:
6Jehová el que hace justicia y derecho á todos los que padecen violencia.
7Hij toonde Moses zijn wegen, Aan de kinderen van Israël zijn machtige werken!
7Sus caminos notificó á Moisés, y á los hijos de Israel sus obras.
8Maar Jahweh is ook barmhartig en genadig, Lankmoedig en rijk aan ontferming:
8Misericordioso y clemente es Jehová; lento para la ira, y grande en misericordia.
9Hij toornt niet voor immer, En wrokt niet voor eeuwig;
9No contenderá para siempre, ni para siempre guardará el enojo .
10Hij vergeldt ons niet naar onze zonden, En straft ons niet naar onze schuld.
10No ha hecho con nosotros conforme á nuestras iniquidades; ni nos ha pagado conforme á nuestros pecados.
11Neen, zo hoog als de hemel Zich boven de aarde verheft, Zo groot is zijn goedheid Voor hen, die Hem vrezen!
11Porque como la altura de los cielos sobre la tierra, engrandeció su misericordia sobre los que le temen.
12Zo ver het oosten staat van het westen, Werpt Hij onze schuld van Zich af;
12Cuanto está lejos el oriente del occidente, hizo alejar de nosotros nuestras rebeliones.
13Zoals een vader zich over zijn kinderen ontfermt, Ontfermt Zich Jahweh over hen, die Hem vrezen:
13Como el padre se compadece de los hijos, se compadece Jehová de los que le temen.
14Want Hij kent onze aard, En bedenkt, dat wij stof zijn.
14Porque él conoce nuestra condición; acuérdase que somos polvo.
15Als het gras zijn de dagen der mensen, Ze bloeien als een bloem op het veld:
15El hombre, como la hierba son sus días: florece como la flor del campo.
16Waait er een wind overheen, ze is weg, En men weet niet meer, waar ze stond.
16Que pasó el viento por ella, y pereció: y su lugar no la conoce más.
17Maar van eeuwigheid is de goedheid van Jahweh, En tot in eeuwigheid blijft zij bestaan; Zijn barmhartigheid is voor hen, die Hem vrezen, En voor de kinderen van hun zonen:
17Mas la misericordia de Jehová desde el siglo y hasta el siglo sobre los que le temen, y su justicia sobre los hijos de los hijos;
18Voor hen, die zijn Verbond onderhouden, Zijn geboden gedenken en ze volbrengen.
18Sobre los que guardan su pacto, y los que se acuerdan de sus mandamientos para ponerlos por obra.
19In de hemel heeft Jahweh zijn troon opgeslagen, En zijn koningschap beheerst het heelal;
19Jehová afirmó en los cielos su trono; y su reino domina sobre todos.
20Jahweh’s engelen zingen Hem glorie, De sterke helden, die zijn geboden volbrengen, Die gehoorzamen aan zijn bevelen!
20Bendecid á Jehová, vosotros sus ángeles, poderosos en fortaleza, que ejecutáis su palabra, obedeciendo á la voz de su precepto.
21Looft Jahweh dan, al zijn legerscharen, Zijn dienaars, die zijn wil volbrengt;
21Bendecid á Jehová, vosotros todos sus ejércitos, ministros suyos, que hacéis su voluntad.
22Looft Jahweh, al zijn werken, In iedere plaats van zijn rijk; Loof Jahweh, mijn ziel!
22Bendecid á Jehová, vosotras todas sus obras, en todos los lugares de su señorío. Bendice, alma mía, á Jehová.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.