Psalmen 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Tot Jahweh neem ik mijn toevlucht! Hoe durft gij dan tot mij zeggen: Vogels, gauw de bergen in;
1我是投靠耶和華; 你們怎麼對我說:你當像鳥飛往你的山去。
2Want de bozen houden hun boog al gespannen, En zetten pijlen op de pees, Om geniepig onschuldige harten te treffen!
2看哪,惡人彎弓,把箭搭在弦上, 要在暗中射那心裏正直的人。
3Al storten zelfs de pijlers der aarde ineen, En zou de rechtvaardige radeloos staan:
3根基若毀壞, 義人還能做甚麼呢?
4Jahweh blijft in zijn heilige tempel, Jahweh houdt in de hemel zijn troon; Zijn ogen zijn op de wereld gericht, Zijn wimpers doorvorsen de kinderen der mensen.
4耶和華在他的聖殿裏; 耶和華的寶座在天上; 他的慧眼察看世人。
5Jahweh stelt den gerechte wel op de proef, Maar Hij haat den boze en die onrecht bemint;
5耶和華試驗義人; 惟有惡人和喜愛強暴的人,他心裏恨惡。
6Op de zondaars regent Hij vurige kolen en solfer, En een verschroeiende wind is het deel van hun beker.
6他要向惡人密布網羅; 有烈火、硫磺、熱風,作他們杯中的分。
7Want Jahweh is rechtvaardig, en heeft de gerechtigheid lief; De vromen zullen zijn aanschijn aanschouwen.
7因為耶和華是公義的,他喜愛公義; 正直人必得見他的面。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.