Psalmen 71
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh; Laat mij toch nooit beschaamd komen staan.
1耶和華啊,我投靠你; 求你叫我永不羞愧!
2Bevrijd en verlos mij door uw genade, Hoor mij aan, en kom mij te hulp.
2求你憑你的公義搭救我,救拔我; 側耳聽我,拯救我!
3Wees mij een veilige, altijd toegankelijke rots; Gewaardig U, mij te helpen, want Gij zijt mijn toevlucht en schuts!
3求你作我常住的磐石; 你已經命定要救我, 因為你是我的巖石,我的山寨。
4Mijn God, red mij uit de hand van den boze, Uit de vuist van tyran en verdrukker.
4我的上帝啊,求你救我脫離惡人的手, 脫離不義和殘暴之人的手。
5Want Gij, o Heer, zijt mijn hoop, Van kindsbeen af mijn vertrouwen, o Jahweh;
5主-耶和華啊,你是我所盼望的; 從我年幼,你是我所倚靠的。
6Ik steunde op U van de moederschoot af, Reeds vóór mijn geboorte waart Gij mijn beschermer. In U heb ik altijd gejubeld,
6我從出母胎被你扶持; 使我出母腹的是你。 我必常常讚美你!
7Zodat ik velen een voorbeeld kon zijn. Gij zijt mijn machtige toevlucht geweest,
7許多人以我為怪, 但你是我堅固的避難所。
8Mijn mond bleef vervuld van uw lof; Zo heb ik uw glorie bezongen, Uw heerlijkheid iedere dag!
8你的讚美,你的榮耀 終日必滿了我的口。
9Verstoot mij niet, nu ik oud ben; Verlaat mij niet, nu de kracht mij ontzinkt.
9我年老的時候,求你不要丟棄我! 我力氣衰弱的時候,求你不要離棄我!
10Want mijn vijanden houden al beraad over mij, En die mijn leven belagen, smeden samen hun plannen.
10我的仇敵議論我; 那些窺探要害我命的彼此商議,
11Ze zeggen: “God heeft hem verlaten; vervolgt en grijpt hem; Want er is niemand, die hem kan redden!”
11說:上帝已經離棄他; 我們追趕他,捉拿他吧! 因為沒有人搭救。
12O God, blijf niet ver van mij af; Mijn God, kom mij spoedig te hulp!
12上帝啊,求你不要遠離我! 我的上帝啊,求你速速幫助我!
13Laat schaamte en schande hen treffen, Die mijn leven belagen; Hoon en smaad hen bedekken, Die mijn ongeluk zoeken.
13願那與我性命為敵的,羞愧被滅; 願那謀害我的,受辱蒙羞。
14Maar ìk wil standvastig vertrouwen, En al uw glorie blijven verkonden:
14我卻要常常盼望, 並要越發讚美你。
15Mijn mond zal uw gerechtigheid melden, En altijd uw heil, want ik ken er geen maat van;
15我的口終日要述說你的公義和你的救恩, 因我不計其數。
16Ik zal de machtige daden des Heren verhalen, Jahweh, uw gerechtigheid roemen, de uwe alleen!
16我要來 說 主-耶和華大能的事; 我單要提說你的公義。
17Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd;
17上帝啊,自我年幼時,你就教訓我; 直到如今,我傳揚你奇妙的作為。
18Wil mij ook thans, nu ik oud ben en grijs, Toch nimmer verlaten, o God; Dan zal ik dit geslacht uw arm doen kennen, Heel het komend geslacht uw kracht.
18上帝啊,我到年老髮白的時候, 求你不要離棄我! 等我將你的能力指示下代, 將你的大能指示後世的人。
19Uw rechtvaardigheid reikt tot de hemel, o God; Want Gij hebt grote dingen gedaan: wie is U gelijk, o mijn God!
19上帝啊,你的公義甚高; 行過大事的上帝啊,誰能像你!
20Wel liet Gij mij veel smarten en rampen verduren, Maar Gij zult mij nu doen herleven,
20你是叫我們多經歷重大急難的, 必使我們復活, 從地的深處救上來。
21Mij optrekken uit de diepten der aarde, Nog meer mij verhogen, en troosten.
21求你使我越發昌大, 又轉來安慰我。
22Dan zal ik op harpen U danken voor uw trouw, o mijn God; U, Israëls Heilige, op de citer bezingen.
22我的上帝啊,我要鼓瑟稱讚你, 稱讚你的誠實! 以色列 的聖者啊,我要彈琴歌頌你!
23Mijn lippen zullen bij mijn lofzangen jubelen, Met mijn ziel, die Gij hebt verlost;
23我歌頌你的時候, 我的嘴唇和你所贖我的靈魂都必歡呼;
24Ook mijn tong zal iedere dag uw rechtvaardigheid melden, Als schaamte en schande hen treffen, die mijn ongeluk zochten!
24並且我的舌頭必終日講論你的公義, 因為那些謀害我的人已經蒙羞受辱了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.