Psalmen 61
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Van David. Hoor toch, o God, mijn gejammer, En let op mijn smeken:
1(61-1) For the Leader; with string-music. A Psalm of David. (61-2) Hear my cry, O God; attend unto my prayer.
2Van het einde der aarde roep ik tot U In de beklemmende angst van mijn hart. Stel mij hoog op de Rots, en laat mij daar rusten,
2(61-3) From the end of the earth will I call unto Thee, when my heart fainteth; lead me to a rock that is too high for me.
3Want Gij zijt mijn toevlucht en sterkte tegen den vijand;
3(61-4) For Thou hast been a refuge for me, a tower of strength in the face of the enemy.
4Laat mij in uw woontent voor eeuwig uw gast zijn, En mij verbergen in de schaduw uwer vleugelen.
4(61-5) I will dwell in Thy Tent for ever; I will take refuge in the covert of Thy wings. Selah
5Want Gij hoort mijn beloften, o mijn God, En vervult de wens van hen, die uw Naam vrezen:
5(61-6) For Thou, O God, hast heard my vows; Thou hast granted the heritage of those that fear Thy name.
6Vermeerder de dagen des konings, En zijn jaren van geslacht tot geslacht;
6(61-7) Mayest Thou add days unto the king's days! May his years be as many generations!
7Moge hij altijd voor Gods aangezicht tronen, En liefde en trouw hem behoeden.
7(61-8) May he be enthroned before God for ever! Appoint mercy and truth, that they may preserve him.
8Dan zal ik uw Naam in eeuwigheid prijzen, Dag aan dag U mijn dankoffer brengen!
8(61-9) So will I sing praise unto Thy name for ever, that I may daily perform my vows.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.