Psalmen 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Voor muziekbegeleiding; met bassen. Een psalm van David. Help toch Jahweh; want de trouw is verdwenen, De waarheid is zoek onder de kinderen der mensen.
1(12-1) For the Leader; on the Sheminith. A Psalm of David. (12-2) Help, LORD; for the godly man ceaseth; for the faithful fail from among the children of men.
2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
2(12-3) They speak falsehood every one with his neighbour; with flattering lip, and with a double heart, do they speak.
3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
3(12-4) May the LORD cut off all flattering lips, the tongue that speaketh proud things!
4“Met onze tong zijn we sterk! We hebben onze lippen; wie kan ons aan!”
4(12-5) Who have said: 'Our tongue will we make mighty; our lips are with us: who is lord over us?'
5Om de nood der verdrukten En het kermen der armen Ga Ik opstaan, zegt Jahweh, Om redding te brengen aan wie er naar smacht!
5(12-6) 'For the oppression of the poor, for the sighing of the needy, now will I arise', saith the LORD; 'I will set him in safety at whom they puff.'
6Het woord van Jahweh Is zuiver als zilver, In een aarden smeltkroes gelouterd, Gereinigd tot zevenmaal toe.
6(12-7) The words of the LORD are pure words, as silver tried in a crucible on the earth, refined seven times.
7Gij zult het gestand doen, o Jahweh, En ons altijd beschermen tegen dit ras:
7(12-8) Thou wilt keep them, O LORD; Thou wilt preserve us from this generation for ever.
8Al zijn de bozen nog zo verwaand, En de mensen nog zo gemeen!
8(12-9) The wicked walk on every side, when vileness is exalted among the sons of men.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.