Psalmen
Chapter 30
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Een psalm. Een lied der tempelwijding. Van David. Ik wil U prijzen, o Jahweh; want Gij trokt mij omhoog, Opdat mijn vijanden niet over mij juichen.
1(30-1) A Psalm; a Song at the Dedication of the House; of David. (30-2) I will extol thee, O LORD, for Thou hast raised me up, and hast not suffered mine enemies to rejoice over me.
2Ik riep tot U: “O Jahweh, mijn God!” En Gij hebt mij genezen, o Jahweh!
2(30-3) O LORD my God, I cried unto Thee, and Thou didst heal me;
3Gij trokt mij uit het dodenrijk op, Ten leven uit het midden van die in het graf zijn gezonken.
3(30-4) O LORD, Thou broughtest up my soul from the nether-world; Thou didst keep me alive, that I should not go down to the pit.
4Jahweh’s vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam:
4(30-5) Sing praise unto the LORD, O ye His godly ones, and give thanks to His holy name.
5Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; ‘s Avonds komt er geween, Maar ‘s morgens is er weer vreugd.
5(30-6) For His anger is but for a moment, His favour is for a life-time; weeping may tarry for the night, but joy cometh in the morning.
6In zelfgenoegzaamheid had ik gezegd: “Nooit zal ik wankelen!”
6(30-7) Now I had said in my security: 'I shall never be moved.'
7Neen, Jahweh, door uw goedheid alleen Hadt Gij kracht verleend aan mijn geest; Maar nauwelijks hadt Gij uw aanschijn verborgen, Of plotseling zonk ik ineen!
7(30-8) Thou hadst established, O LORD, in Thy favour my mountain as a stronghold — Thou didst hide Thy face; I was affrighted.
8Jahweh, toen riep ik U aan, En ik bad tot mijn Heer:
8(30-9) Unto Thee, O LORD, did I call, and unto the LORD I made supplication:
9“Wat kan mijn verstomming U baten, En dat ik zink in het graf; Kan het stof U soms loven, En uw trouw nog verkonden?”
9(30-10) 'What profit is there in my blood, when I go down to the pit? Shall the dust praise Thee? shall it declare Thy truth?
10En Jahweh heeft het gehoord, en Zich mijner ontfermd; Jahweh heeft mij geholpen.
10(30-11) Hear, O LORD, and be gracious unto me; LORD, be Thou my helper.'
11Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, Mijn rouwkleed verscheurd, met vreugd mij omgord:
11(30-12) Thou didst turn for me my mourning into dancing; Thou didst loose my sackcloth, and gird me with gladness;
12Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!
12(30-13) So that my glory may sing praise to Thee, and not be silent; O LORD my God, I will give thanks unto Thee for ever.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.