Psalmen 100
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
1Een psalm bij het dankoffer. Juicht Jahweh ter eer, heel de aarde,
1N IJI N IJ on Ieowa jap karoj!
2Dient Jahweh met vreugde, Treedt jubelend voor zijn aangezicht.
2Papa n Ieowa ki peren; koki don mon jilan i nijinij!
3Erkent het: Jahweh is God; Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Als zijn volk en de kudde zijner weide.
3Komail en aja, me Ieowa Kot. I me kotin wia kitail dar a kaidin pein kitail pwen japwilim a aramaj o jip en japwilim a pwin.
4Treedt zijn poorten met dankzegging binnen, Zijn voorhoven met jubelzang, Brengt Hem glorie, en zegent zijn Naam.
4Pedelo n o n nan japwilim a wanim laud ki danke, o kaul en kapin mon japwilim a pera jaraui. Danke i o kapi n a mar a!
5Want Jahweh is goed, Zijn genade duurt eeuwig, Zijn trouw van geslacht tot geslacht!
5Pwe leowa me mau, a kalanan joutuk, o a melel pan duedueta kokolata.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.