Psalmen
Chapter 49
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Lutherbibel 1912
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Lutherbibel 1912
1Met sopraanstemmen; Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, hoort dit allen aan, Luistert allen, bewoners der aarde;
1Ein Psalm der Kinder Korah, vorzusingen. Höret zu, alle Völker; merket auf, alle, die in dieser Zeit leben,
2Kinderen uit het volk en edelgeborenen, Rijken en armen, allen te zamen!
2beide, gemeiner Mann und Herren, beide, reich und arm, miteinander!
3Mijn mond gaat diepe wijsheid verkonden, Mijn hart verstandige dingen bepeinzen;
3Mein Mund soll von Weisheit reden und mein Herz von Verstand sagen.
4Ik spits mijn oren voor een moeilijk probleem, En bij snarenspel los ik mijn raadsel op. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
4Ich will einem Spruch mein Ohr neigen und kundtun mein Rätsel beim Klange der Harfe.
5Waarom zou ik de dagen der bozen benijden, En de levenskracht van mijn belagers, die mij omringen;
5Warum sollte ich mich fürchten in bösen Tagen, wenn mich die Missetat meiner Untertreter umgibt,
6Van allen, die op hun schatten vertrouwen, En op hun grote rijkdommen pochen?
6die sich verlassen auf ihr Gut und trotzen auf ihren großen Reichtum?
7Ach, er is niemand, die zich vrij kan kopen, Of aan God zijn losgeld betalen:
7Kann doch einen Bruder niemand erlösen noch ihn Gott versöhnen
8Te hoog is de prijs van zijn leven, Ontoereikend voor eeuwig. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
8(denn es kostet zuviel, eine Seele zu erlösen; man muß es anstehen lassen ewiglich),
9Of zou hij eeuwig blijven leven, En zijn graf niet aanschouwen?
9daß er fortlebe immerdar und die Grube nicht sehe.
10Neen, men ziet de wijzen sterven, Den dwaas met den domoor vergaan;
10Denn man wird sehen, daß die Weisen sterben sowohl als die Toren und Narren umkommen und müssen ihr Gut andern lassen.
11Hun graf is voor altijd hun woning, Hun verblijf van geslacht tot geslacht; En al hebben ze hele landen hun eigen genoemd, Toch laten ze hun schatten voor anderen achter.
11Das ist ihr Herz, daß ihre Häuser währen immerdar, ihre Wohnungen bleiben für und für; und haben große Ehre auf Erden.
12De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
12Dennoch kann ein Mensch nicht bleiben in solchem Ansehen, sondern muß davon wie ein Vieh.
13Dit is het lot van wie daarop bouwen, Het einde van die daarover snoeven:
13Dies ihr Tun ist eitel Torheit; doch loben's ihre Nachkommen mit ihrem Munde. (Sela.)
14Als schapen worden ze het graf ingejaagd, Het is de dood, die ze weidt; Regelrecht zinken ze neer in de kuil, En hun gestalte gaat over tot de ontbinding van de dood.
14Sie liegen in der Hölle wie Schafe, der Tod weidet sie; aber die Frommen werden gar bald über sie herrschen, und ihr Trotz muß vergehen; in der Hölle müssen sie bleiben.
15Neen, God alleen kan de prijs voor mijn leven betalen. Hij alleen mij uit de macht van het dodenrijk redden! De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
15Aber Gott wird meine Seele erlösen aus der Hölle Gewalt; denn er hat mich angenommen. (Sela.)
16Dus wees niet afgunstig, als iemand rijkdommen krijgt, En de schat van zijn huis zich vermeerdert;
16Laß dich's nicht irren, ob einer reich wird, ob die Herrlichkeit seines Hauses groß wird.
17Want niets van dit alles neemt hij mee bij zijn dood, En de schat volgt hem niet in het graf.
17Denn er wird nichts in seinem Sterben mitnehmen, und seine Herrlichkeit wird ihm nicht nachfahren.
18Al prijst hij zich bij zijn leven gelukkig, En roemt zich, omdat het hem goed gaat:
18Er tröstet sich wohl dieses guten Lebens, und man preiset's, wenn einer sich gütlich tut;
19Toch komt hij in het verblijf van zijn vaderen, En nooit meer aanschouwt hij het licht.
19aber doch fahren sie ihren Vätern nach und sehen das Licht nimmermehr.
20De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
20Kurz, wenn ein Mensch in Ansehen ist und hat keinen Verstand, so fährt er davon wie ein Vieh.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.