Псалми
Chapter 60
Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Боже, расрдио си се на нас, расуо си нас, гневио си се; поврати нас.
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “De lelie der wet.” Een punt- en leerdicht van David, toen, na zijn oorlog tegen Aram van Mesopotamië en Aram-Soba, Joab terugkeerde, en in het Zoutdal twaalfduizend Edomieten versloeg. O God, Gij hebt ons verstoten, Onze gelederen verbroken; Gij waart vertoornd, En hebt ons doen vluchten.
2Затресао си земљу, и развалио си је; стегни раселине њене, јер се њиха.
2Gij hebt het land laten kraken en scheuren; Het stortte ineen, en ligt nu in puin.
3Дао си народу свом да позна љуту невољу, напојио си нас вина од ког се занесосмо.
3Gij hebt uw volk harde dingen doen slikken, En ons een koppige wijn laten drinken!
4Подигни заставу за оне који Те се боје, да утеку од лука,
4Maar voor uw vromen hadt Gij een banier opgericht, Om zich daar omheen te verzamelen tegen de boog;
5Да се избаве мили Твоји. Помози десницом својом и услиши ме.
5En om uw geliefden te redden, Strek uw rechterhand uit, en verhoor ons.
6Бог рече у светињи својој: Веселићу се, разделићу Сихем, и долину Сокот размерићу.
6Bij zijn heiligheid heeft God beloofd: Juichend zal ik Sikem verdelen, En het dal van Soekkot meten;
7Мој је Галад, мој је Манасија, Јефрем је крепост главе моје, Јуда скиптар мој,
7Mij behoort Gilad, van mij is Manasse. Efraïm is de helm van mijn hoofd, Juda mijn schepter,
8Моав чаша моја, из које се умивам, на Едома пружићу обућу своју. Певај ми, филистејска земљо!
8Moab is mijn voetenbekken; Op Edom werp ik mijn schoeisel, Over Filistea hef ik mijn zegekreet aan.
9Ко ће ме одвести у тврди град? Ко ће ме отпратити до Едома?
9Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden:
10Зар нећеш Ти, Боже, који си нас одбацио, и не идеш, Боже, с војском нашом?
10Moet Gij het niet zijn, die ons hebt verstoten, o God, En niet langer met onze heirscharen optrekt, o God?
11Дај нам помоћ у тескоби. А обрана је човечија узалуд.
11Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel;
12Богом смо јаки: Он гази непријатеље наше.
12Maar met God zijn wij sterk, Hij zal onze verdrukkers vertrappen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.