Римљанима 1
Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicTranslation
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Од Павла, слуге Исуса Христа, позваног апостола изабраног за јеванђеље Божије,
1Paulus, dienaar van Christus Jesus, geroepen als apostel en bestemd voor het Evangelie van God,
2које Бог унапред обећа преко пророка својих у светим писмима
2dat Deze tevoren door zijn profeten in de heilige Schriften had aangekondigd
3о сину свом, који је по телу рођен од семена Давидовог,
3over zijn Zoon: -die naar het Vlees uit Davids zaad is gesproten,
4а посведочен силно за Сина Божијег Духом светиње по васкрсењу из мртвих, Исусу Христу Господу нашем,
4en naar den Geest van Heiligheid als Zoon van God in kracht is gesteld door zijn opstanding uit de doden: -over Jesus Christus, onzen Heer.
5преко ког примисмо благодат и апостолство, да покоримо све незнабошце вери имена Његовог;
5Door Hem hebben we genade ontvangen en het apostolaat onder alle volken, om ze te onderwerpen aan het geloof ter ere van zijn Naam;
6међу којима сте и ви позвани Исусу Христу.
6ook gijzelf behoort daartoe, als door Jesus Christus geroepen.
7Свима који су у Риму, љубазнима Богу, и позванима светима: благодат вам и мир од Бога Оца нашег и Господа Исуса Христа.
7Aan allen, die te Rome vertoeven, die door God worden bemind en als heiligen zijn geroepen: Genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
8Прво, дакле, захваљујем Богу свом кроз Исуса Христа за све вас што се вера ваша гласи по свему свету.
8Allereerst breng ik door Jesus Christus dank aan mijn God voor u allen, omdat in heel de wereld uw geloof wordt geroemd.
9Јер ми је сведок Бог, коме служим духом својим у јеванђељу Сина његовог, да вас се опомињем без престанка,
9God toch, dien ik met mijn geest dien, door het Evangelie van zijn Zoon te verkondigen, Hij is mijn getuige, dat ik zonder ophouden aan u denk,
10молећи се свагда Богу у молитвама својим да би ми кад Божија воља помогла да дођем к вама;
10en steeds in mijn gebeden vraag, om door Gods wil eindelijk eens een gelegenheid te vinden, u te bezoeken.
11јер желим видети вас, да вам дам какав духовни дар за ваше утврђење,
11Want ik verlang u te zien, om tot uw stichting een of andere geestelijke gave u mede te delen;
12то јест, да се с вама утешим вером општом, и вашом и мојом.
12of liever nog: om in uw midden tezamen de troost te genieten van ons beider geloof, het uwe zowel als het mijne.
13Али вам нећу затајити, браћо, да сам много пута хтео да вам дођем, па бих задржан досле, да и међу вама имам какав плод, као и међу осталим незнабошцима.
13Broeders, ik wil u niet onkundig laten, dat ik meermalen het voornemen gemaakt heb, maar tot nu toe verhinderd werd, u te bezoeken, om ook onder u wat vruchten te plukken, zoals onder andere volken.
14Дужан сам и Грцима и дивљацима, и мудрима и неразумнима.
14Ik heb verplichting tegenover Grieken en Barbaren, geleerden en eenvoudigen;
15Зато, од моје стране, готов сам и вама у Риму проповедати јеванђеље.
15vandaar het verlangen mijnerzijds, om ook u in Rome het Evangelie te verkondigen.
16Јер се не стидим јеванђеља Христовог; јер је сила Божија на спасење свакоме који верује, а најпре Јеврејину и Грку.
16Voor het Evangelie toch schaam ik me niet. Immers het is een goddelijke kracht ter zaligheid voor iedereen, die gelooft; eerst voor den Jood en dan voor den Griek.
17Јер се у Њему јавља правда Божија из вере у веру, као што је написано: Праведник ће од вере жив бити.
17Want in het Evangelie openbaart zich de gerechtigheid Gods, verkregen door een steeds groeiend geloof; zoals geschreven staat: “Wie rechtvaardig is door het geloof, hij zal leven”.
18Јер се открива гнев Божји с неба на сваку безбожност и неправду људи који држе истину у неправди.
18Inderdaad, Gods toorn daalt neer uit de hemel over al de goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid geweld aandoen door ongerechtigheid.
19Јер шта се може дознати за Бога познато је њима: јер им је Бог јавио;
19Immers, wat men weten kan over God, kan ook door hèn worden gekend; God toch heeft het hun duidelijk gemaakt.
20јер шта се на Њему не може видети, од постања света могло се познати и видети на створењима, и Његова вечна сила и божанство, да немају изговора.
20Want zijn onzichtbaar Wezen, zijn eeuwige Macht en zijn Godheid zijn van de schepping der wereld af bij enig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen. Te verontschuldigen zijn ze dus niet.
21Јер кад познаше Бога, не прославише Га као Бога нити Му захвалише, него залудеше у својим мислима, и потамне неразумно срце њихово.
21Want ofschoon ze God hebben gekend, hebben ze Hem niet als God geëerd of gedankt; maar hun bespiegelingen zijn uitgelopen op niets, en hun onverstandig hart werd verduisterd.
22Кад се грађаху мудри, полудеше,
22Ze noemden zich wijs, en werden dwaas;
23и претворише славу вечног Бога у обличје смртног човека и птица и четвороножних животиња и гадова.
23de glorie van den onsterflijken God hebben ze verruild voor een beeld, dat lijkt op een sterflijken mens, op vogels, op viervoetige en kruipende beesten.
24Зато их предаде Бог у жељама њихових срца у нечистоту, да се погане телеса њихова међу њима самима;
24Daarom heeft God naar de lusten van hun hart hen prijsgegeven aan onreinheid, zodat ze hun eigen lichaam onteren.
25који претворише истину Божију у лаж, и већма поштоваше и послужише твар него Творца, који је благословен ва век. Амин.
25Ze hebben de waarheid van God tegen de leugen geruild, en liever het schepsel geëerd en gediend dan den Schepper, die geprezen moet worden in eeuwigheid. Amen!
26Зато их предаде Бог у срамне сласти; јер жене њихове претворише путно употребљавање у беспутно.
26En daarom heeft God hen overgelaten aan onterende driften. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang met de tegennatuurlijke verwisseld;
27Тако и људи оставивши путно употребљавање женског рода, распалише се жељом својом један на другог, и људи с људима чињаху срам, и плату која требаше за превару њихову примаху на себи.
27en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met de vrouw laten varen, zijn in lust voor elkander ontvlamd, en mannen plegen ontucht met mannen. Zó hebben ze in zichzelf het verdiende loon voor hun afdwaling ontvangen.
28И као што не мараху да познаду Бога, зато их Бог предаде у покварен ум да чине шта не ваља,
28En daar ze de kennis van God hebben versmaad, heeft God hen overgeleverd aan hun smadelijke instinkten, zodat ze doen, wat niet past:
29да буду напуњени сваке неправде, курварства, злоће, лакомства, пакости; пуни зависти, убиства, свађе лукавства, злоћудности;
29vol zijn ze van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol van afgunst, moordlust, twist, bedrog en gemeenheid; lasteraars zijn het,
30шаптачи, опадачи, богомрсци, силеџије, хвалише, поносити, измишљачи зала, непокорни родитељима,
30kwaadsprekers, godvergeten, onbeschaamd, verwaand, grootsprekers en zinnend op kwaad; ongehoorzaam zijn ze aan hun ouders,
31неразумни, невере, нељубавни, непримирљиви, немилостиви.
31onbezonnen, onbetrouwbaar, harteloos en onmeedogend.
32А неки правду Божију познавши да који то чине заслужују смрт, не само то чине, него пристају на то и онима који чине.
32En terwijl ze weten, dat God heeft verordend, dat wie dergelijke dingen doet, de dood verdient, bedrijven zij ze niet alleen, maar schenken hun bijval aan hen, die ze doen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.