Римљанима
Chapter 4

Римљанима

Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Римљанима 4

Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Шта ћемо дакле рећи за Авраама, оца свог, да је по телу нашао?
1Hoe heeft dan, naar onze redenering, Abraham, onze Vader naar het vlees, de gerechtigheid verkregen?
2Јер ако се Авраам делима оправда, има хвалу, али не у Бога.
2Wanneer Abraham gerechtvaardigd is op grond van zijn werken, dan inderdaad kan hij roemen. Maar hij kan dit niet tegenover God.
3Јер шта говори писмо? Верова Авраам Богу, и прими му се у правду.
3Want wat zegt de Schrift? “Abraham heeft in God geloofd, en dit werd hem als gerechtigheid toegerekend.”
4А ономе који ради не броји се плата по милости него по дугу.
4Welnu, wanneer iemand werkt, dan wordt hem het loon niet toegerekend als gunst, maar volgens recht;
5А ономе који не ради, а верује Оног који правда безбожника, прима се вера његова у правду.
5maar wanneer iemand niet werkt, doch in Hem gelooft, die den goddeloze rechtvaardig maakt, dan wordt zijn geloof hem als gerechtigheid toegerekend.
6Као што и Давид говори да је благо човеку коме Бог прима правду без дела закона:
6Zó ook prijst David den mens zalig, wien God gerechtigheid toerekent zonder werken:
7Благо онима који се опростише безакоња, и којима се греси прикрише.
7“Gelukkig zij, wier ongerechtigheden zijn vergeven, En wier zonden zijn bedekt.
8Благо човеку коме Господ не прима греха.
8Gelukkig de mens, wien de Heer de zonde niet toerekent.”
9Ово, дакле, блаженство или је у обрезању или у необрезању? Јер говоримо да се Аврааму прими вера у правду.
9Geldt nu deze zaligspreking de besnedenen of ook de onbesnedenen? We houden immers vol: “Aan Abraham werd het geloof als gerechtigheid toegerekend”.
10Како му се, дакле, прими? Или кад је био у обрезању или необрезању? Не у обрезању него у необрезању.
10In welke staat dan is het hem toegerekend; besneden of onbesneden? Niet toen hij besneden, maar toen hij onbesneden was;
11И прими знак обрезања као печат правде вере коју имаше у необрезању, да би био отац свих који верују у необрезању; да се и њима прими у правду;
11het teken der besnijdenis ontving hij slechts als bezegeling van de gerechtigheid door het geloof, die hij vóór de besnijdenis had ontvangen. Zó is hij de Vader geworden van allen, die geloven zonder besneden te zijn, opdat ook hùn de gerechtigheid zou worden toegerekend;
12и да би био отац обрезања не само онима који су од обрезања, него и онима који ходе стопама вере која беше у необрезању оца нашег Авраама.
12maar ook de Vader van de besnedenen, die niet enkel besneden zijn, doch ook het geloof navolgen, dat onze vader Abraham vóór zijn besnijdenis bezat.
13Јер обећање Аврааму или семену његовом да буде наследник свету не би законом него правдом вере.
13Neen, niet ter wille van de Wet, maar terwille. van de gerechtigheid des geloofs is aan Abraham en zijn kroost de Belofte gedaan, dat hij de wereld zou erven.
14Јер ако су наследници они који су од закона, пропаде вера, и поквари се обећање.
14Want wanneer zij erfgenamen waren geweest uit kracht van de Wet, dan was het geloof waardeloos en de Belofte zonder gevolg;
15Јер закон гради гнев; јер где нема закона нема ни преступа.
15de Wet toch verwekt toorn, maar waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.
16Зато од вере да буде по милости да обећање тврдо остане свему семену, не само који је од закона него и који је од вере Авраама, који је отац свима нама,
16Dus zijn ze het uit kracht van het geloof, opdat ze het zouden wezen uit genade, en opdat de Belofte aan heel het nageslacht verzekerd zou zijn: niet alleen aan hen, die uit de Wet, maar ook aan hen, die uit het geloof van Abraham stammen. Hij is ons aller Vader,
17(као што стоји написано: Поставих те оца многим народима) пред Богом коме верова, који оживљује мртве, и зове оно што није као оно што јесте:
17zoals geschreven staat: “Tot een vader van vele volken heb ik u gesteld,” juist omdat hij geloofde in God, die de doden ten leven verwekt en bij name noemt wat niet bestaat, als was het er reeds.
18Он верова на наду кад се није било ничему надати да ће он бити отац многим народима, као што му беше речено: Тако ће бити семе твоје.
18Hij heeft tegen alle hoop in toch geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, zoals was gezegd: “Zo talrijk zal uw nakroost zijn”.
19И не ослабивши вером не погледа ни на своје већ уморено тело, јер му беше негде око сто година, ни на мртвост Сарине материце.
19En zonder in het geloof te verflauwen, peinsde hij over zijn eigen uitgeleefd lichaam, hij was reeds ongeveer honderd jaar oud, -en over Sara’s dode schoot.
20И за обећање Божије не посумња се неверовањем, него ојача у вери, и даде славу Богу.
20Neen, hij heeft niet door ongeloof aan Gods belofte getwijfeld, maar hij werd in zijn geloof nog versterkt, gaf eer aan God,
21И знаше јамачно да шта обећа кадар је и да учини.
21en bleef ten volle overtuigd, dat Deze machtig is, om te verwezenlijken, wat Hij beloofd heeft.
22Зато се и прими њему у правду.
22Dit werd hem dan ook tot gerechtigheid toegerekend.
23Али није писано за њега једног само да му се прими,
23Maar het is niet om hèm alleen, dat er geschreven staat: “het werd hem toegerekend,”
24него и за нас, којима ће се примити ако верујемо Оног који васкрсе Исуса Христа Господа нашег из мртвих,
24doch ook terwille van ons, wien het toegerekend zal worden, zo we geloven in Hem, die Jesus uit de doden heeft opgewekt; onzen Heer,
25који се предаде за грехе наше, и устаде за оправдање наше.
25die overgeleverd werd om onze ongerechtigheden, en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.