Римљанима
Chapter 15

Римљанима

Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Римљанима 15

Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Дужни смо, дакле, ми јаки слабости слабих носити, и не себи угађати.
1Wij die sterk zijn, we moeten de gevoeligheden der zwakken ontzien, en niet onszelf zoeken.
2И сваки од вас да угађа ближњему на добро за добар углед.
2Ieder van ons moet het welzijn van den naaste zoeken, om hem te stichten.
3Јер и Христос не угоди себи, него као што је писано: Ружења оних који Тебе руже падоше на ме.
3Ook Christus heeft zichzelf niet gezocht; maar zoals geschreven staat: “De smaad van hen, die u smaden, is op Mij gevallen;”
4Јер шта се напред написа, за нашу се науку написа, да трпљењем и утехом писма наду имамо.
4alles toch wat vroeger geschreven werd, is tot onze onderrichting geschreven, opdat we de hoop zouden verkrijgen door het geduld en de vertroosting, die de Schriften ons bieden.
5А Бог трпљења и утехе да вам да да сложно мислите међу собом по Христу Исусу,
5De God van geduld en vertroosting schenke u dan de geest van onderlinge eensgezindheid naar het voorbeeld van Christus Jesus,
6да једнодушно једним устима славите Бога и Оца Господа нашег Исуса Христа.
6opdat gij eendrachtig en uit één mond den God en Vader van onzen Heer Jesus Christus verheerlijken moogt.
7Зато примајте један другог као што и Христос прими вас на славу Божију.
7Gij moet u dus tot elkander getrokken gevoelen, zoals ook Christus Zich onzer heeft aangetrokken tot verheerlijking van God.
8Али кажем да је Исус Христос био слуга обрезања истине ради Божије, да утврди обећање очевима,
8Ik bedoel, dat Christus de Bedienaar der besnijdenis is geworden, opdat Gods getrouwheid zou blijken door de vervulling der beloften aan de Vaders;
9а незнабошци по милости да прославе Бога, као што стоји написано: Зато ћу Те хвалити међу незнабошцима, Господе, и певаћу име Твоје.
9maar dat de heidenen God om zijn barmhartigheid moeten verheerlijken, zoals er geschreven staat: “Daarom zal ik U onder de heidenen belijden, En een lofzang aanheffen ter ere van uw Naam.”
10И опет говори: Веселите се незнабошци с народом Његовим.
10En wederom zegt ze: “Verheugt u, gij heidenen, Te zamen met zijn volk!”
11И опет: Хвалите Господа сви незнабошци, и славите Га сви народи.
11En eveneens: “Looft den Heer, alle heidenen, Verheerlijkt Hem, alle naties!”
12И опет Исаија говори: Биће корен Јесејев, и који устане да влада над незнабошцима у Оног ће се уздати незнабошци.
12En Isaias zegt weer: “Het zal de Wortel van Jesse zijn, Die opstaat om ook over de heidenen te heersen; Op Hem zullen de heidenen hopen.”
13А Бог наде да испуни вас сваке радости и мира у вери, да имате изобиље у нади силом Духа Светог.
13Moge dan de God van hoop door het geloof u vervullen met alle vreugde en vrede; opdat gij rijke overvloed van hoop moogt verwerven door de kracht van den heiligen Geest!
14А ја сам и сам уверен за вас, браћо, да сте и ви сами пуни благодати, напуњени сваког разума, да можете друге научити.
14Eigenlijk gezegd, mijn broeders, ben ik er voor mezelf van overtuigd, dat gij toch al vervuld zijt met goede gevoelens en vol van alle kennis, en dat gij zelf in staat zijt, elkaar te vermanen.
15Али вам опет, браћо, слободно писах неколико да вам напоменем ради благодати која ми је дана од Бога,
15Toch heb ik u hier en daar tamelijk vrijmoedig geschreven, daar ik u een en ander in herinnering had te brengen krachtens de genade door God mij geschonken:
16да будем слуга Исуса Христа у незнабошцима, да служим јеванђељу Божијем, да буду незнабошци принос повољан и освећен Духом Светим.
16om onder de heidenen een dienaar van Christus Jesus te zijn in de heilige dienst van het Evangelie Gods; opdat de heidenen een welgevallige offerande zouden worden, geheiligd door den heiligen Geest.
17Имам, дакле, хвалу у Христу Исусу код Бога.
17En op deze dienst van God beroem ik mij in Christus Jesus.
18Јер не смем говорити шта које Христос не учини кроза ме за послушање незнабожаца речју и делом,
18Want ik zal me niet verstouten, over iets anders te spreken, dan over wat Christus door mij heeft uitgewerkt tot bekering der heidenen, door woord en door daad,
19у сили знака и чудеса силом Духа Божијег; тако да од Јерусалима и наоколо тја до Илирика напуних јеванђељем Христовим.
19door kracht van tekenen en wonderen, en door de kracht van den heiligen Geest. Zó heb ik wel van Jerusalem af tot Illúrië toe in alle richtingen het Evangelie van Christus in al zijn volheid verkondigd;
20И тако се трудих да проповедим јеванђеље не где се спомињаше Христос, да на туђој закопини не зидам;
20maar evenzeer was het mij een erezaak, nergens het Evangelie te preken, waar de naam van Christus reeds werd genoemd; om niet op de grondslagen van anderen te bouwen,
21него као што је писано: Којима се не јави за Њега, видеће; и који не чуше разумеће.
21maar zoals er geschreven staat: “Zij zullen Hem zien, Wien Hij niet was verkondigd; Zij zullen Hem kennen, Die niet van Hem hadden gehoord.”
22То ме задржа много пута да не дођем к вама.
22Dit is dan ook de reden, waarom ik telkens verhinderd werd, u te bezoeken.
23А сад више не имајући места у овим земљама, а имајући жељу од много година да дођем к вама,
23Maar nu ik in deze streken geen arbeidsveld meer heb, en ik toch reeds sinds vele jaren het verlangen had, u te bezoeken,
24ако пођем у Шпањолску, доћи ћу вам; јер се надам да ћу туда проћи и вас видети, и ви ћете ме отпратити онамо кад се најпре неколико наситим вас.
24nu hoop ik dus, wanneer ik naar Spanje vertrek, u op mijn doorreis te zien, en dan door u verder voortgeholpen te worden, wanneer ik eerst een weinig althans van de omgang met u zal hebben genoten.
25А сад идем у Јерусалим служећи светима.
25Thans vertrek ik naar Jerusalem, om aan de heiligen mijn diensten te bewijzen.
26Јер Македонија и Ахаја учинише драговољно неки порез за сиромахе свете који живе у Јерусалиму.
26Want Macedónië en Achaja hebben het goede besluit genomen, een inzameling te houden ten bate van de armen onder de heiligen van Jerusalem.
27Они учинише драговољно, а и дужни су им; јер кад незнабошци добише део у њиховим духовним имањима, дужни су и они њима у телесним послужити.
27Ze hebben dat goede besluit genomen, daar ze ook verplichtingen aan hen hebben; want wanneer de heidenen deel hebben gekregen aan hùn geestelijke goederen, dan zijn dezen ook verplicht, hèn met stoffelijke goederen te ondersteunen.
28Кад ово, дакле, свршим, и овај им плод запечатим, поћи ћу преко вас у Шпањолску.
28Wanneer ik dus deze zaak heb afgewikkeld en hun deze opbrengst ter hand heb gesteld, zal ik naar Spanje vertrekken, en dan bij u aankomen.
29А знам да кад дођем к вама, доћи ћу с обилним благословом јеванђеља Христовог.
29En ik weet, dat ik met de volheid van Christus zegen zal komen, wanneer ik u kom bezoeken.
30Али вас молим, браћо, заради Господа нашег Исуса Христа, и заради љубави Духа, помозите ми у молитвама за ме к Богу;
30Ik smeek u dan broeders, bij onzen Heer Jesus Christus en bij de liefde van den Geest, mij in de strijd te helpen door uw gebeden, die ge voor mij opstiert tot God;
31да се избавим од оних који се противе у Јудеји, и да служба моја за Јерусалим буде по вољи светима;
31opdat ik ontkomen mag aan de ongelovigen van Judea, en mijn dienstbetoon voor Jerusalem door de heiligen op prijs wordt gesteld;
32да с радошћу дођем к вама, с вољом Божијом, и да се развеселим с вама.
32en opdat ik dan, zo God het wil, met blijdschap u bezoeken mag, en mij verpozen in uw midden.
33А Бог мира са свима вама. Амин.
33De God van de vrede zij met u allen. Amen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.