3. Јованова 1
Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicTranslation
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Од старешине Гају љубазном, ког ја љубим ва истину.
1De présbuter aan den geliefden Cajus, dien ik waarachtig liefheb.
2Љубазни! Молим се Богу да ти у свему буде добро, и да будеш здрав, као што је твојој души добро.
2Geliefde, ik bid, dat ge het in ieder opzicht goed moogt stellen en een goede gezondheid moogt genieten, evenals het u wèl gaat naar de ziel.
3Обрадовах се врло кад дођоше браћа и посведочише твоју истину, како ти у истини живиш.
3Want ik heb me buitengewoon verheugd, wanneer er broeders kwamen en een goede getuigenis aflegden van uw waarheid, en van uw gedrag overeenkomstig de waarheid.
4Немам веће радости од ове да чујем моја деца у истини да ходе.
4Ik ken toch geen groter vreugde, dan wanneer ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.
5Љубазни! Верно радиш што чиниш браћи и гостима,
5Geliefde, ge handelt ook overeenkomstig uw geloof bij al wat ge doet voor de broeders, zelfs wanneer het vreemden zijn;
6који посведочише твоју љубав пред црквом; и добро ћеш учинити ако их спремиш као што треба пред Богом.
6ze hebben dan ook in de Kerk uw liefde met lof vermeld. Ge zult goed doen, met hen ook verder voort te helpen, zoals het God behaagt;
7Јер имена Његовог ради изиђоше не примивши ништа од незнабожаца.
7want ze zijn op reis gegaan terwille van zijn Naam, en ze nemen niets van de heidenen aan.
8Ми смо, дакле, дужни примати такве, да будемо помагачи истини.
8We zijn dus verplicht, voor zulke mannen zorg te dragen, opdat we medewerkers mogen worden voor de Waarheid.
9Ја писах цркви; али Диотреф, који жели да буде најстарији међу нама, не прима нас.
9Ik heb hierover aan de gemeente geschreven. Maar Diótrefes, die zo gaarne onder hen de eerste wil zijn, stoort zich niet aan ons.
10Зато, ако дођем, споменућу његова дела која твори ружећи нас злим речима; и није му то доста, него сам браће не прима, и забрањује онима који би хтели да их примају, и изгони их из цркве.
10Daarom zal ik bij mijn komst hem zijn daden onder het oog brengen. Want hij strooit boze praatjes over ons rond; en hiermee niet tevreden, neemt hij zelf de broeders niet op, en verhindert anderen, die het wèl willen doen, en werpt ze uit de kerk.
11Љубазни! Не угледај се на зло, него на добро: који добро чини од Бога је, а који зло чини не виде Бога.
11Geliefde, volgt het kwade niet na, maar wèl het goede! Wie goed doet, is uit God; wie kwaad doet, heeft God nooit gezien.
12Димитрију сведочише сви, и сама истина; а и ми сведочимо; и знате да је сведочанство наше истинито.
12Over Demétrius is door allen een goede getuigenis afgelegd, ook door de Waarheid zelf; ook wij zelf getuigen het, en ge weet, dat onze getuigenis waarachtig is.
13Много имадох да пишем; али нећу мастилом и пером да ти пишем;
13Ik had u nog veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en met pen;
14него се надам да ћу те скоро видети; и из уста говорити.
14ik hoop u echter spoedig te zien, en dan zullen we spreken van mond tot mond. Vrede zij u! De vrienden groeten u. Groet de vrienden één voor één!
15Мир ти! Поздрављају те пријатељи. Поздрави пријатеље по имену. Амин.
no verse 15 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.