Epistola Iii Di S. Giovanni
Chapter 1

Epistola Iii Di S. Giovanni

Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Epistola Iii Di S. Giovanni 1

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1L'ANZIANO al diletto Gaio, il quale io amo in verità.
1De présbuter aan den geliefden Cajus, dien ik waarachtig liefheb.
2Diletto, io desidero che tu prosperi in ogni cosa e stii sano, siccome l'anima tua prospera.
2Geliefde, ik bid, dat ge het in ieder opzicht goed moogt stellen en een goede gezondheid moogt genieten, evenals het u wèl gaat naar de ziel.
3Perciocchè io mi son grandemente rallegrato, quando son venuti i fratelli, ed hanno reso testimonianza della tua verità, secondo che tu cammini in verità.
3Want ik heb me buitengewoon verheugd, wanneer er broeders kwamen en een goede getuigenis aflegden van uw waarheid, en van uw gedrag overeenkomstig de waarheid.
4Io non ho maggiore allegrezza di questa, d'intendere che i miei figliuoli camminano in verità.
4Ik ken toch geen groter vreugde, dan wanneer ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.
5Diletto, tu fai da vero fedele, in ciò che tu operi inverso i fratelli, e inverso i forestieri.
5Geliefde, ge handelt ook overeenkomstig uw geloof bij al wat ge doet voor de broeders, zelfs wanneer het vreemden zijn;
6I quali hanno reso testimonianza della tua carità nel cospetto della chiesa; i quali farai bene d'accomiatar degnamente, secondo Iddio.
6ze hebben dan ook in de Kerk uw liefde met lof vermeld. Ge zult goed doen, met hen ook verder voort te helpen, zoals het God behaagt;
7Poichè si sono dipartiti da' Gentili per lo suo nome, senza prender nulla;
7want ze zijn op reis gegaan terwille van zijn Naam, en ze nemen niets van de heidenen aan.
8noi adunque dobbiamo accoglier que' tali, acciocchè siamo aiutatori alla verità.
8We zijn dus verplicht, voor zulke mannen zorg te dragen, opdat we medewerkers mogen worden voor de Waarheid.
9IO ho scritto alla chiesa; ma Diotrefe, il qual procaccia il primato fra loro, non ci riceve.
9Ik heb hierover aan de gemeente geschreven. Maar Diótrefes, die zo gaarne onder hen de eerste wil zijn, stoort zich niet aan ons.
10Perciò, se io vengo, ricorderò le opere ch'egli fa, cianciando di noi con malvage parole; e, non contento di questo, non solo egli non riceve i fratelli, ma ancora impedisce coloro che li vogliono ricevere , e li caccia fuor della chiesa.
10Daarom zal ik bij mijn komst hem zijn daden onder het oog brengen. Want hij strooit boze praatjes over ons rond; en hiermee niet tevreden, neemt hij zelf de broeders niet op, en verhindert anderen, die het wèl willen doen, en werpt ze uit de kerk.
11Diletto, non imitare il male, ma il bene; chi fa bene è da Dio; ma chi fa male non ha veduto Iddio.
11Geliefde, volgt het kwade niet na, maar wèl het goede! Wie goed doet, is uit God; wie kwaad doet, heeft God nooit gezien.
12A Demetrio è resa testimonianza da tutti, e dalla verità stessa; ed ancora noi ne testimoniamo, e voi sapete che la nostra testimonianza è vera.
12Over Demétrius is door allen een goede getuigenis afgelegd, ook door de Waarheid zelf; ook wij zelf getuigen het, en ge weet, dat onze getuigenis waarachtig is.
13Io avea molte cose da scrivere, ma non voglio scrivertele con inchiostro, e con penna.
13Ik had u nog veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en met pen;
14Ma spero di vederti tosto, ed allora ci parleremo a bocca.
14ik hoop u echter spoedig te zien, en dan zullen we spreken van mond tot mond. Vrede zij u! De vrienden groeten u. Groet de vrienden één voor één!
15Pace sia teco. Gli amici ti salutano. Saluta gli amici ad uno ad uno.
no verse 15 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.