Numeri
Chapter 1
Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Numeri 1

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1IL Signore parlò ancora a Mosè, nel deserto di Sinai, nel Tabernacolo della convenenza, nel primo giorno del secondo mese, nell'anno secondo da che i figliuoli d'Israele furono usciti fuor del paese di Egitto, dicendo:
1In de woestijn van de Sinaï sprak Jahweh tot Moses in de openbaringstent op de eerste dag van de tweede maand in het tweede jaar na hun uittocht uit Egypte:
2Levate la somma di tutta la raunanza de' figliuoli d'Israele, secondo le lor nazioni, e le famiglie de' padri loro, contando per nome, a testa a testa, ogni maschio,
2Neemt het getal op van de hele gemeenschap der Israëlieten, naar hun geslachten en families, door alle mannelijke personen hoofd voor hoofd te tellen.
3di età da vent'anni in su, tutti coloro che possono andare alla guerra in Israele; annoverateli, tu, ed Aaronne, per le loro schiere.
3Alle strijdbare mannen in Israël van twintig jaar af moet gij monsteren volgens hun legerkorpsen; gij en Aäron
4E siavi con voi un uomo di ciascuna tribù, che sia capo della sua casa paterna.
4moeten het doen, en uit iedere stam moet één man, een familiehoofd, u helpen.
5E questi sono i nomi di coloro che saranno presenti con voi: Di Ruben, Elisur, figliuolo di Sedeur;
5Hier volgen de namen van de mannen, die u ter zijde moeten staan: Voor Ruben Elisoer, de zoon van Sjedeoer;
6Di Simeone, Selumiel, figliuolo di Surisaddai;
6voor Simeon Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;
7Di Giuda, Naasson, figliuolo di Amminadab;
7voor Juda Naässon, de zoon van Amminadab;
8D'Issacar, Natanael, figliuolo di Suar;
8voor Issakar Netanel, de zoon van Soear;
9Di Zabulon, Eliab, figliuolo di Helon;
9voor Zabulon Eliab, de zoon van Chelon.
10De' figliuoli di Giuseppe: di Efraim, Elisama, figliuoli di Ammiud; di Manasse, Gamliel, figliuolo di Pedasur;
10Voor de zonen van Josef, voor Efraïm Elisjama, de zoon van Ammihoed; voor Manasse Gamliël, de zoon van Pedasoer.
11Di Beniamino, Abidan, figliuolo di Ghidoni;
11Voor Benjamin Abidan, de zoon van Gidoni;
12Di Dan, Ahiezer, figliuolo di Ammisaddai;
12voor Dan Achiézer, de zoon van Ammisjaddai;
13Di Aser, Paghiel, figliuolo di Ocran;
13voor Aser Pagiël, de zoon van Okran;
14Di Gad, Eliasaf, figliuolo di Deuel;
14voor Gad Eljasaf, de zoon van Deoeël;
15Di Neftali, Ahira, figliuolo di Enan.
15voor Neftali Achira, de zoon van Enan.
16Costoro erano quelli che si chiamavano alla raunanza, principali delle tribù loro paterne, e capi delle migliaia d'Israele.
16Deze moeten uit de gemeenschap worden opgeroepen, als de vorsten van de stammen hunner vaderen en stamhoofden van Israël.
17Mosè adunque ed Aaronne presero seco questi uomini, ch'erano stati nominati per li nomi loro .
17Moses en Aäron ontboden dus deze mannen, wier namen zijn opgegeven,
18E, a' calendi del secondo mese, adunarono tutta la raunanza; e le generazioni de' figliuoli d'Israele furono descritte per le lor nazioni, e per le famiglie loro paterne, contandoli per nome dall'età di vent'anni in su, a testa a testa.
18en riepen op de eerste van de tweede maand de hele gemeenschap bijeen. Zij werden naar hun geslachten en families opgetekend na hoofdelijke telling der personen, die twintig jaar oud waren en meer.
19Come il Signore avea comandato a Mosè, egli li annoverò nel deserto di Sinai.
19Zo monsterde Moses hen in de woestijn van de Sinaï, zoals Jahweh het hem bevolen had.
20E delle generazioni de' figliuoli di Ruben, primogenito d'Israele, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome, a testa a testa, d'infra tutti i maschi, dall'età di vent'anni in su, tutti quelli che potevano andare alla guerra;
20De zonen, die van Ruben afstamden, Israëls eerstgeborene, werden naar hun geslachten en families, hoofd voor hoofd, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
21gli annoverati della tribù di Ruben furono quarantaseimila cinquecento.
21uit de stam van Ruben bedroeg in het geheel zes en veertig duizend vijfhonderd man.
22Delle generazioni de' figliuoli di Simeone, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome, a testa a testa, d'infra tutti i maschi, dall'età di vent'anni in su, tutti quelli che potevano andare alla guerra;
22De zonen, die van Simeon afstamden, werden naar hun geslachten en families, hoofd voor hoofd, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
23gli annoverati della tribù di Simeone furono cinquantanovemila trecento.
23uit de stam van Simeon bedroeg in het geheel negen en vijftig duizend driehonderd man.
24Delle generazioni de' figliuoli di Gad, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
24De zonen, die van Gad afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
25gli annoverati della tribù di Gad furono quarantacinquemila seicencinquanta.
25uit de stam van Gad bedroeg in het geheel vijf en veertig duizend zes honderd vijftig man.
26Delle generazioni de' figliuoli di Giuda, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
26De zonen, die van Juda afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
27gli annoverati della tribù di Giuda furono settantaquattromila seicento.
27uit de stam van Juda bedroeg in het geheel vier en zeventig duizend zeshonderd man.
28Delle generazioni de' figliuoli d'Issacar, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
28De zonen, die van Issakar afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
29gli annoverati della tribù d'Issacar furono cinquantaquattromila quattrocento.
29uit de stam van Issakar bedroeg in het geheel vier en vijftig duizend vierhonderd man.
30Delle generazioni de' figliuoli di Zabulon, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
30De zonen, die van Zabulon afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
31gli annoverati della tribù di Zabulon furono cinquantasettemila quattrocento.
31uit de stam van Zabulon bedroeg in het geheel zeven en vijftig duizend vierhonderd man.
32De' figliuoli di Giuseppe; delle generazioni de' figliuoli di Efraim, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
32De zonen van Josef, de zonen, die van Efraïm afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
33gli annoverati della tribù di Efraim furono quarantamila cinquecento.
33uit de stam van Efraïm bedroeg in het geheel veertig duizend vijfhonderd man.
34Delle generazioni de' figliuoli di Manasse, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
34De zonen, die van Manasse afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
35gli annoverati della tribù di Manasse furono trentaduemila dugento.
35uit de stam van Manasse bedroeg in het geheel twee en dertig duizend tweehonderd man.
36Delle generazioni de' figliuoli di Beniaminio, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
36De zonen, die van Benjamin afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
37gli annoverati della tribù di Beniamino furono trentacinquemila quattrocento.
37uit de stam van Benjamin bedroeg in het geheel vijf en dertig duizend vierhonderd man.
38Delle generazioni de' figliuoli di Dan, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
38De zonen, die van Dan afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
39gli annoverati della tribù di Dan furono sessantaduemila settecento.
39uit de stam van Dan bedroeg in het geheel twee en zestig duizend zevenhonderd man.
40Delle generazioni de' figliuoli di Aser, per le lor nazioni, e famiglie paterne; contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
40De zonen, die van Aser afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
41gli annoverati della tribù di Aser furono quarantunmila cinquecento.
41uit de stam van Aser bedroeg in het geheel een en veertig duizend vijfhonderd man.
42Delle generazioni de' figliuoli di Neftali, per le lor nazioni, e famiglie paterne, contati per nome tutti quelli che potevano andare alla guerra, dall'età di vent'anni in su;
42De zonen, die van Neftali afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
43gli annoverati della tribù di Neftali furono cinquantatremila quattrocento.
43uit de stam van Neftali bedroeg in het geheel drie en vijftig duizend vierhonderd man.
44Questi furono gli annoverati, i quali Mosè ed Aaronne annoverarono, insieme co' principali d'Israele, ch' erano dodici uomini, uno per familglia paterna.
44Dit waren de mannen, die Moses en Aäron hadden gemonsterd tezamen met de twaalf vorsten van Israël, één uit elke stam, allen familiehoofden.
45Così, tutti gli annoverati d'infra i figliuoli d'Israele, per le lor famiglie paterne, dall'età di vent'anni in su, che potevano andare alla guerra,
45Het totaal der gemonsterden van de Israëlieten naar hun families, alle strijdbare mannen in Israël van twintig jaar af,
46furono seicentotremila cinquecencinquanta.
46bedroeg zeshonderd drie duizend vijfhonderd vijftig man.
47Ma i Leviti non furono annoverati fra loro secondo la lor tribù paterna;
47Maar de stam der Levieten werd niet met hen op de lijst geplaatst.
48perciocchè il Signore avea detto a Mosè:
48Want Jahweh had tot Moses gezegd:
49Sol non annoverar la tribù di Levi, e non levarne la somma per mezzo i figliuoli d'Iraele.
49De stam van Levi moet ge niet monsteren en hun getal niet bij de andere Israëlieten opnemen.
50Ma ordina i Leviti sopra il Tabernacolo della Testimonianza, e sopra tutti i suoi arredi; e sopra tutte le cose ad esso appartenenti ; e portino essi il Tabernacolo e tutti i suoi arredi; e facciano i servigi di esso, e accampinvisi attorno.
50De Levieten moet ge belasten met de zorg voor de tabernakel van het Verbond, voor al zijn benodigdheden en alles, wat er toe behoort. Zij moeten de tabernakel dragen en bedienen met alles, wat er toe behoort, en zich dus rond de tabernakel legeren.
51E quando il Tabernacolo si dipartirà, mettanlo giù i Leviti; quando altresì si accamperà, rizzinlo i Leviti; e se alcuno straniere vi si appressa, sia fatto morire.
51Wanneer de tabernakel op moet trekken, moeten de Levieten hem afbreken, en wanneer de tabernakel stil houdt, moeten de Levieten hem oprichten; zo een onbevoegde nadert, moet hij worden gedood.
52Or accampinsi i figliuoli d'Israele, ciascuno nel suo quartiere, e ciascuno presso alla sua bandiera, per le loro schiere.
52En terwijl de Israëlieten zich volgens hun legerafdelingen in hun kampement en onder hun eigen banier moeten legeren,
53Ma accampinsi i Leviti intorno al Tabernacolo della Testimonianza; acciocchè non vi sia ira contro alla raunanza de' figliuoli d'Israele; e facciano i Leviti la funzione del Tabernacolo della Testimonianza.
53moeten de Levieten zich rond de tabernakel van het Verbond legeren, om de gramschap van God niet te doen losbarsten tegen de gemeenschap van Israëls kinderen; de Levieten moeten dus de dienst van de tabernakel van het Verbond verrichten.
54E i figliuoli d'Israele fecero interamente come il Signore avea comandato.
54De Israëlieten volbrachten alles nauwkeurig, wat Jahweh Moses bevolen had.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.