Numeri 2
Diodati Bibbia 1885Translation
Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1POI il Signore parlò a Mosè e ad Aaronne, dicendo:
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
2Accampinsi i figliuoli d'Israele, ciascuno presso alla sua bandiera, distinti per le insegne delle lor famiglie paterne; accampinsi dirincontro al Tabernacolo della convenenza d'ogn'intorno.
2De Israëlieten moeten zich onder hun eigen banier en bij de veldtekens van hun familie scharen, en zich op enige afstand rond de openbaringstent legeren.
3E quelli che si accamperanno dalla parte anteriore, verso il Levante, sieno que' della bandiera del campo di Giuda distinti per le loro schiere; e sia il lor capo Naasson, figliuolo di Amminadab.
3Zo werd aan de oostkant, waar de zon opkomt, de banier geplant van het leger van Juda, naar zijn afdelingen ingedeeld; de aanvoerder der Judeërs was Naässon, de zoon van Amminadab,
4La cui schiera, e gli annoverati, son settantaquattromila seicento.
4en zijn afdeling telde vier en zeventig duizend zeshonderd man.
5E quelli che si accamperanno presso a lui, sieno la tribù d'Issacar e sia capo de' figliuoli d'Issacar Natanael, figliuolo di Suar.
5Daarnaast legerde zich de stam van Issakar; de aanvoerder der Issakarieten was Netanel, de zoon van Soear,
6La cui schiera, e gli annoverati, son cinquantaquattromila quattrocento.
6en zijn afdeling telde vier en vijftig duizend vierhonderd man.
7E la tribù di Zabulon; e sia capo de' figliuoli di Zabulon Eliab, figliuolo di Helon.
7Bovendien de stam van Zabulon; de aanvoerder der Zabulonieten was Eliab, de zoon van Chelon,
8La cui schiera, e gli annoverati, son cinquantasettemila quattrocento.
8en zijn afdeling telde zeven en vijftig duizend vierhonderd man.
9Tutti gli annoverati del campo in Giuda son centottantaseimila quattrocento, distinti per le loro schiere. Questi si moveranno i primi.
9Het hele aantal manschappen van het leger van Juda, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd zes en tachtig duizend vierhonderd man. Zij trokken het eerst op.
10Sia la bandiera del campo di Ruben, distinta per le sue schiere, verso il Mezzodì; e sia capo de' figliuoli di Ruben Elisur, figliuolo di Sedeur.
10De banier van het leger van Ruben, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het zuiden geplant; de aanvoerder der Rubenieten was Elisoer, de zoon van Sjedeoer,
11La cui schiera, e gli annoverati, son quarantaseimila cinquecento.
11en zijn afdeling telde zes en veertig duizend vijfhonderd man.
12E quelli che si accamperanno presso a lui sieno la tribù di Simeone; e sia capo de' figliuoli di Simeone Selumiel, figliuolo di Surisaddai.
12Daarnaast legerde zich de stam van Simeon; de aanvoerder der Simeonieten was Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai,
13La cui schiera, e gli annoverati, son cinquantanovemila trecento.
13en zijn afdeling telde negen en vijftig duizend drie honderd man.
14E la tribù di Gad; e sia capo de' figliuoli di Gad Eliasaf, figliuolo di Reuel.
14Bovendien de stam van Gad; de aanvoerder der Gadieten was Eljasaf, de zoon van Deoeël;
15La cui schiera, e gli annoverati, son quarantacinquemila seicencinquanta.
15en zijn afdeling telde vijf en veertig duizend zeshonderd vijftig man.
16Tutti gli annoverati del campo di Ruben son cencinquantunmila quattrocencinquanta, distinti per le loro schiere. Questi movansi i secondi.
16Het hele aantal manschappen van het leger van Ruben, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd een en vijftig duizend vierhonderd vijftig man. Zij trokken het tweede op.
17Poi movasi il Tabernacolo della convenenza, essendo l'oste de' Leviti nel mezzo degli altri campi; come sono accampati, così movansi, ciascuno nel suo ordine, secondo le lor bandiere.
17Dan trok de openbaringstent op met het leger der Levieten, dat zich in het midden der andere legers bevond; zoals ze gelegerd waren, trokken ze op: ieder op zijn plaats en onder zijn eigen banier.
18Sia la bandiera del campo di Efraim, distinta per le sue schiere, verso il Ponente; e sia capo de' figliuoli di Efraim Elisama, figliuolo di Ammiud.
18De banier van het leger van Efraïm, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het westen geplant; de aanvoerder der Efraïmieten was Elisjama, de zoon van Ammihoed,
19La cui schiera, e gli annoverati, son quarantamila cinquecento.
19en zijn afdeling telde veertig duizend vijfhonderd man.
20E presso a lui si accampi la tribù di Manasse; e sia capo de' figliuoli di Manasse Gamliel, figliuolo di Pedasur.
20Daarnaast legerde zich de stam van Manasse; de aanvoerder der Manassieten was Gamliël, de zoon van Pedasoer,
21La cui schiera, e gli annoverati, son trentaduemila dugento.
21en zijn afdeling telde twee en dertig duizend tweehonderd man.
22E la tribù di Beniamino; e sia capo de' figliuoli di Beniamino Abidan, figliuolo di Ghidoni.
22Bovendien de stam van Benjamin; de aanvoerder der Benjamieten was Abidan, de zoon van Gidoni,
23La cui schiera, e gli annoverati, son trentacinquemila quattrocento.
23en zijn afdeling telde vijf en dertig duizend vierhonderd man.
24Tutti gli annoverati del campo di Efraim son centottomila cento, distinti per le loro schiere. Questi movansi i terzi.
24Het hele aantal manschappen van het leger van Efraïm, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd acht duizend en honderd man. Zij trokken het derde op.
25Sia la bandiera del campo di Dan, distinta per le sue schiere, verso il Settentrione; e sia capo de' figliuoli di Dan Ahiezer, figliuolo di Ammisaddai.
25De banier van het leger van Dan, naar zijn legerafdelingen ingedeeld, werd aan de noordzijde geplant; de aanvoerder der Danieten was Achiézer, de zoon van Ammisjaddai,
26La cui schiera, e gli annoverati, son sessantaduemila settecento.
26en zijn afdeling telde twee en zestig duizend zeven honderd man.
27E quelli che si accamperanno presso a lui sieno la tribù di Aser, e sia capo de' figliuoli di Aser Paghiel, figliuolo di Ocran.
27Daarnaast legerde zich de stam van Aser; de aanvoerder der Aserieten was Pagiël, de zoon van Okran,
28La cui schiera, e gli annoverati, son quarantunmila cinquecento.
28en zijn afdeling telde een en veertig duizend vijfhonderd man.
29E la tribù di Neftali; e sia capo de' figliuoli di Neftali Ahira, figliuolo di Enan.
29Bovendien de stam van Neftali; de aanvoerder der Neftalieten was Achira, de zoon van Enan,
30La cui schiera, e gli annoverati, son cinquantatremila quattrocento.
30en zijn afdeling telde drie en vijftig duizend vierhonderd man.
31Tutti gli annoverati del campo di Dan, son cencinquantasettemila seicento. Questi si movano gli ultimi, distinti per le lor bandiere.
31Het hele aantal manschappen van het leger van Dan bedroeg honderd zeven en vijftig duizend zeshonderd man. Zij trokken met hun banieren het laatste op.
32Questi sono gli annoverati d'infra i figliuoli d'Israele, per le lor famiglie paterne. Tutti gli annoverati de' campi, per le loro schiere, furono seicentotremila cinquecencinquanta.
32Dit waren de gemonsterden van de Israëlieten naar hun families. Het volledig aantal manschappen van de legers, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg zeshonderd drieduizend vijfhonderd vijftig man.
33Ma i Leviti non furono annoverati per mezzo i figliuoli d'Israele; secondo che il Signore avea comandato a Mosè.
33Maar de Levieten werden niet met de andere Israëlieten op de lijst geplaatst, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
34E i figliuoli d'Israele fecero interamente come il Signore avea comandato a Mosè; così si accampavano distinti per le lor bandiere, e così si movevano, ciascuno secondo la sua nazione, e secondo la sua famiglia paterna.
34De kinderen Israëls brachten dus alles ten uitvoer, wat Jahweh Moses bevolen had; zij legerden zich onder hun banieren, en trokken op met hun eigen geslachten en bij hun eigen families.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.