Epistola Di S. Paolo A' Filippesi
Chapter 1

Epistola Di S. Paolo A' Filippesi

Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Epistola Di S. Paolo A' Filippesi 1

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1PAOLO, e Timoteo, servitori di Gesù Cristo, a tutti i santi in Cristo Gesù, che sono in Filippi, co' vescovi e diaconi.
1Paulus en Timóteus, dienaars van Christus Jesus: aan al de heiligen in Christus Jesus, die te Filippi zijn, met hun bisschoppen en diakens:
2Grazia a voi e pace, da Dio nostro Padre, e dal Signor Gesù Cristo.
2Genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
3IO rendo grazie all'Iddio mio, di tutta la memoria che io ho di voi
3Ik breng dank aan mijn God, -zo dikwijls ik aan u denk,
4(facendo sempre, con allegrezza, preghiera per tutti voi, in ogni mia orazione);
4en bij al mijn gebeden met blijdschap voor u allen bid,
5per la vostra comunione nell'evangelo, dal primo dì infino ad ora.
5voor uw gehechtheid aan het Evangelie van de eerste dag af tot heden toe.
6Avendo di questo stesso fidanza: che colui che ha cominciata in voi l'opera buona, la compierà fino al giorno di Cristo Gesù.
6Want ik heb het vaste vertrouwen, dat Hij, die in u het goede werk is begonnen, het ook zal voltooien tot op de Dag van Christus Jesus.
7Siccome è ragionevole che io senta questo di tutti voi; perciocchè io vi ho nel cuore, voi tutti che siete miei consorti nella grazia, così ne' miei legami, come nella difesa, e confermazione dell'evangelo.
7Want het is niet meer dan billijk, dat ik zó over u allen denk, daar ik u ronddraag in mijn hart, en daar gij allen deelgenoot aan mijn genade zijt, zowel in mijn boeien als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie.
8Perciocchè Iddio m'è testimonio, come io vi amo tutti affettuosamente con la tenerezza di Gesù Cristo.
8God is mijn getuige, hoe ik met de hartelijke liefde van Christus Jesus naar u allen verlang.
9E di questo prego che la vostra carità abbondi sempre di più in più in conoscenza, ed in ogni intendimento.
9En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,
10Affinchè discerniate le cose migliori; acciocchè siate sinceri, e senza intoppo, per lo giorno di Cristo;
10om scherp het goed van het kwaad te onderscheiden; en dat gij op de Dag van Christus rein en onberispelijk moogt zijn,
11ripieni di frutti di giustizia, che son per Gesù Cristo; alla gloria, e lode di Dio.
11beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is verworven, tot eer en glorie van God.
12ORA, fratelli, io voglio che sappiate che i fatti miei son riusciti a maggiore avanzamento dell'evangelo;
12Broeders, ik wil u doen weten, dat mijn lotgevallen veel hebben bijgedragen tot de vooruitgang van het Evangelie.
13talchè i miei legami son divenuti palesi in Cristo, in tutto il pretorio, e a tutti gli altri.
13Heel de keizerlijke lijfwacht en alle anderen zijn er door te weten gekomen, dat ik mijn boeien draag om Christus’ wil;
14E molti de' fratelli nel Signore, rassicurati per i miei legami, hanno preso vie maggiore ardire di proporre la parola di Dio senza paura.
14en de meeste broeders zijn door mijn boeien met vertrouwen vervuld op den Heer, en verkondigen het woord Gods met groter durf en zonder vrees.
15Vero è, che ve ne sono alcuni che predicano anche Cristo per invidia e per contenzione, ma pure ancora altri che lo predicano per buona affezione.
15Zeker, sommigen preken Christus uit nijd en strijd, maar anderen toch ook met een zuivere mening.
16Quelli certo annunziano Cristo per contenzione, non puramente; pensando aggiungere afflizione a' miei legami.
16Dezen preken Christus uit liefde, omdat ze weten, dat ik voor de verdediging van het Evangelie gevangen zit;
17Ma questi lo fanno per carità, sapendo che io son posto per la difesa dell'evangelo.
17anderen echter uit partijzucht, en met de verkeerde bedoeling, om daardoor mijn boeien nog te verzwaren.
18Ma che? pure è ad ogni modo, o per pretesto o in verità, Cristo annunziato; e di questo mi rallegro, anzi ancora me ne rallegrerò per l'avvenire .
18Maar wat doet het er toe? Hoe dan ook, met of zonder bijbedoeling, wanneer Christus maar wordt gepreekt! Daarover verheug ik mij, en zal ik me ook blijven verheugen.
19Poichè io so che ciò mi riuscirà a salute, per la vostra orazione, e per la somministrazione dello Spirito di Gesù Cristo;
19Want ik weet, dat dit mij tot heil strekken zal, dank zij uw gebed en de bijstand van den Geest van Jesus Christus.
20secondo l'intento e la speranza mia, che io non sarò svergognato in cosa alcuna; ma che, con ogni franchezza, come sempre, così ancora al presente, Cristo sarà magnificato nel mio corpo, o per vita, o per morte.
20Hiernaar smacht ik en hoop ik, dat ik in geen enkel opzicht zal worden beschaamd, maar dat ik nu zoals immer met alle vrijmoedigheid Christus verheerlijken zal in mijn lichaam, hetzij door leven of dood.
21Perciocchè a me il vivere è Cristo, e il morire guadagno.
21Want leven is voor mij: “Christus,” en sterven dus een gewin;
22Or io non so se il vivere in carne mi è vantaggio, nè ciò che io debbo eleggere.
22maar wanneer ik in het vlees blijf leven, dan betekent dit voor mij: vruchtbare arbeid. Ik weet dus niet, wat ik kiezen moet;
23Perciocchè io son distretto da' due lati ; avendo il desiderio di partire di quest'albergo, e di esser con Cristo, il che mi sarebbe di gran lunga migliore;
23ik word naar twee kanten getrokken. Ik smacht er naar, ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dit is verreweg het beste.
24ma il rimanere nella carne è più necessario per voi.
24Maar meer noodzakelijk is het om wille van u, dat ik blijf leven in het vlees.
25E questo so io sicuramente: che io rimarrò, e dimorerò appresso di voi tutti, all'avanzamento vostro, e all'allegrezza della vostra fede.
25En omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik ook, dat ik zal blijven leven, en bij u allen zal blijven voor uw vooruitgang in het geloof, en uw vreugde daarin.
26Acciocchè il vostro vanto abbondi in Cristo Gesù, per me, per la mia presenza di nuovo fra voi.
26Zo zult gij bij mijn terugkeer nog meer over mij kunnen roemen in Christus Jesus.
27SOL conversate condegnamente all'evangelo di Cristo; acciocchè, o ch'io venga, e vi vegga, o ch'io sia assente, io oda de' fatti vostri, che voi state fermi in uno Spirito, combattendo insieme d'un medesimo animo per la fede dell'evangelo;
27Enkel dit! Leidt een leven, dat het Evangelie van Christus waardig is. Zó, dat ik bij mijn komst het kan zien, of bij mijn afwezigheid horen, dat gij vast blijft staan in één geest, dat gij eensgezind strijdt voor het geloof in het Evangelie,
28e non essendo in cosa alcuna spaventati dagli avversari; il che a loro è una dimostrazione di perdizione, ma a voi di salute; e ciò da Dio.
28en dat gij u helemaal niet bang laat maken door de tegenstanders. Voor hen is dit een teken van ondergang, maar voor u een teken van zaligheid; en wel een teken van God.
29Poichè a voi è stato di grazia dato per Cristo, non sol di credere in lui, ma ancora di patir per lui;
29Want dan valt u de genade ten deel, in Christus te geloven niet alleen, maar ook voor Hem te lijden,
30avendo lo stesso combattimento, il quale avete veduto in me, ed ora udite essere in me.
30en dezelfde strijd te doorstaan, die gij vroeger van mij hebt gezien, en thans van mij hoort.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.