Philippenses 1
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Paulus et Timotheus, servi Jesu Christi, omnibus sanctis in Christo Jesu, qui sunt Philippis, cum episcopis et diaconibus.
1Paulus en Timóteus, dienaars van Christus Jesus: aan al de heiligen in Christus Jesus, die te Filippi zijn, met hun bisschoppen en diakens:
2Gratia vobis, et pax a Deo Patre nostro, et Domino Jesu Christo.
2Genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
3Gratias ago Deo meo in omni memoria vestri,
3Ik breng dank aan mijn God, -zo dikwijls ik aan u denk,
4semper in cunctis orationibus meis pro omnibus vobis, cum gaudio deprecationem faciens,
4en bij al mijn gebeden met blijdschap voor u allen bid,
5super communicatione vestra in Evangelio Christi a prima die usque nunc.
5voor uw gehechtheid aan het Evangelie van de eerste dag af tot heden toe.
6Confidens hoc ipsum, quia qui cœpit in vobis opus bonum, perficiet usque in diem Christi Jesu:
6Want ik heb het vaste vertrouwen, dat Hij, die in u het goede werk is begonnen, het ook zal voltooien tot op de Dag van Christus Jesus.
7sicut est mihi justum hoc sentire pro omnibus vobis: eo quod habeam vos in corde, et in vinculis meis, et in defensione, et confirmatione Evangelii, socios gaudii mei omnes vos esse.
7Want het is niet meer dan billijk, dat ik zó over u allen denk, daar ik u ronddraag in mijn hart, en daar gij allen deelgenoot aan mijn genade zijt, zowel in mijn boeien als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie.
8Testis enim mihi est Deus, quomodo cupiam omnes vos in visceribus Jesu Christi.
8God is mijn getuige, hoe ik met de hartelijke liefde van Christus Jesus naar u allen verlang.
9Et hoc oro, ut caritas vestra magis ac magis abundet in scientia, et in omni sensu:
9En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,
10ut probetis potiora, ut sitis sinceri, et sine offensa in diem Christi,
10om scherp het goed van het kwaad te onderscheiden; en dat gij op de Dag van Christus rein en onberispelijk moogt zijn,
11repleti fructu justitiæ per Jesum Christum, in gloriam et laudem Dei.
11beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is verworven, tot eer en glorie van God.
12Scire autem vos volo fratres, quia quæ circa me sunt, magis ad profectum venerunt Evangelii:
12Broeders, ik wil u doen weten, dat mijn lotgevallen veel hebben bijgedragen tot de vooruitgang van het Evangelie.
13ita ut vincula mea manifesta fierent in Christo in omni prætorio, et in ceteris omnibus,
13Heel de keizerlijke lijfwacht en alle anderen zijn er door te weten gekomen, dat ik mijn boeien draag om Christus’ wil;
14et plures e fratribus in Domino confidentes vinculis meis, abundantius auderent sine timore verbum Dei loqui.
14en de meeste broeders zijn door mijn boeien met vertrouwen vervuld op den Heer, en verkondigen het woord Gods met groter durf en zonder vrees.
15Quidam quidem et propter invidiam et contentionem: quidam autem et propter bonam voluntatem Christum prædicant:
15Zeker, sommigen preken Christus uit nijd en strijd, maar anderen toch ook met een zuivere mening.
16quidam ex caritate, scientes quoniam in defensionem Evangelii positus sum.
16Dezen preken Christus uit liefde, omdat ze weten, dat ik voor de verdediging van het Evangelie gevangen zit;
17Quidam autem ex contentione Christum annuntiant non sincere, existimantes pressuram se suscitare vinculis meis.
17anderen echter uit partijzucht, en met de verkeerde bedoeling, om daardoor mijn boeien nog te verzwaren.
18Quid enim? Dum omni modo sive per occasionem, sive per veritatem, Christus annuntietur: et in hoc gaudeo, sed et gaudebo.
18Maar wat doet het er toe? Hoe dan ook, met of zonder bijbedoeling, wanneer Christus maar wordt gepreekt! Daarover verheug ik mij, en zal ik me ook blijven verheugen.
19Scio enim quia hoc mihi proveniet ad salutem, per vestram orationem, et subministrationem Spiritus Jesu Christi,
19Want ik weet, dat dit mij tot heil strekken zal, dank zij uw gebed en de bijstand van den Geest van Jesus Christus.
20secundum exspectationem et spem meam, quia in nullo confundar: sed in omni fiducia sicut semper, et nunc magnificabitur Christus in corpore meo, sive per vitam, sive per mortem.
20Hiernaar smacht ik en hoop ik, dat ik in geen enkel opzicht zal worden beschaamd, maar dat ik nu zoals immer met alle vrijmoedigheid Christus verheerlijken zal in mijn lichaam, hetzij door leven of dood.
21Mihi enim vivere Christus est, et mori lucrum.
21Want leven is voor mij: “Christus,” en sterven dus een gewin;
22Quod si vivere in carne, hic mihi fructus operis est, et quid eligam ignoro.
22maar wanneer ik in het vlees blijf leven, dan betekent dit voor mij: vruchtbare arbeid. Ik weet dus niet, wat ik kiezen moet;
23Coarctor autem e duobus: desiderium habens dissolvi, et esse cum Christo, multo magis melius:
23ik word naar twee kanten getrokken. Ik smacht er naar, ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dit is verreweg het beste.
24permanere autem in carne, necessarium propter vos.
24Maar meer noodzakelijk is het om wille van u, dat ik blijf leven in het vlees.
25Et hoc confidens scio quia manebo, et permanebo omnibus vobis ad profectum vestrum, et gaudium fidei:
25En omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik ook, dat ik zal blijven leven, en bij u allen zal blijven voor uw vooruitgang in het geloof, en uw vreugde daarin.
26ut gratulatio vestra abundet in Christo Jesu in me, per meum adventum iterum ad vos.
26Zo zult gij bij mijn terugkeer nog meer over mij kunnen roemen in Christus Jesus.
27Tantum digne Evangelio Christi conversamini: ut sive cum venero, et videro vos, sive absens audiam de vobis, quia statis in uno spiritu unanimes, collaborantes fidei Evangelii:
27Enkel dit! Leidt een leven, dat het Evangelie van Christus waardig is. Zó, dat ik bij mijn komst het kan zien, of bij mijn afwezigheid horen, dat gij vast blijft staan in één geest, dat gij eensgezind strijdt voor het geloof in het Evangelie,
28et in nullo terreamini ab adversariis: quæ illis est causa perditionis, vobis autem salutis, et hoc a Deo:
28en dat gij u helemaal niet bang laat maken door de tegenstanders. Voor hen is dit een teken van ondergang, maar voor u een teken van zaligheid; en wel een teken van God.
29quia vobis donatum est pro Christo, non solum ut in eum credatis, sed ut etiam pro illo patiamini:
29Want dan valt u de genade ten deel, in Christus te geloven niet alleen, maar ook voor Hem te lijden,
30idem certamen habentes, quale et vidistis in me, et nunc audistis de me.
30en dezelfde strijd te doorstaan, die gij vroeger van mij hebt gezien, en thans van mij hoort.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.