Philippenses
Chapter 4

Philippenses

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Philippenses 4

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Itaque fratres mei carissimi, et desideratissimi, gaudium meum, et corona mea: sic state in Domino, carissimi.
1En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!
2Evodiam rogo, et Syntychen deprecor, idipsum sapere in Domino.
2Evódia vermaan ik, en Suntuche ook, om eensgezind te zijn in den Heer.
3Etiam rogo et te, germane compar, adjuva illas, quæ mecum laboraverunt in Evangelio cum Clemente, et ceteris adjutoribus meis, quorum nomina sunt in libro vitæ.
3En u, trouwe Sunzuchus verzoek ik dringend, beiden daarbij behulpzaam te zijn. Want ze hebben me bijgestaan in de strijd voor het Evangelie; zij en Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen in het boek des levens staan.
4Gaudete in Domino semper: iterum dico gaudete.
4Verblijdt u altijd in den Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!
5Modestia vestra nota sit omnibus hominibus: Dominus prope est.
5Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;
6Nihil solliciti sitis: sed in omni oratione, et obsecratione, cum gratiarum actione petitiones vestræ innotescant apud Deum.
6maakt u over niets bezorgd, doch maakt aan God al uw wensen bekend door bidden en smeken en danken.
7Et pax Dei, quæ exuperat omnem sensum, custodiat corda vestra, et intelligentias vestras in Christo Jesu.
7En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jesus.
8De cetero fratres, quæcumque sunt vera, quæcumque pudica, quæcumque justa, quæcumque sancta, quæcumque amabilia, quæcumque bonæ famæ, siqua virtus, siqua laus disciplinæ, hæc cogitate.
8Ten slotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar, op al wat edel, rechtvaardig, rein, liefelijk en welgevallig is, op al wat deugd heet en lof verdient.
9Quæ et didicistis, et accepistis, et audistis, et vidistis in me, hæc agite: et Deus pacis erit vobiscum.
9Handelt naar wat gij geleerd en aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en gezien. En de God van de vrede zal met u zijn.
10Gavisus sum autem in Domino vehementer, quoniam tandem aliquando refloruistis pro me sentire, sicut et sentiebatis: occupati autem eratis.
10Het was me een grote vreugde in den Heer, dat gij weer eens gelegenheid hadt, om voor mij te zorgen. Wel zijt gij er bedacht op gebleven, maar gij hadt er geen gelegenheid toe.
11Non quasi propter penuriam dico: ego enim didici, in quibus sum, sufficiens esse.
11Ik zeg dit niet, omdat ik gebrek heb geleden. Want ik heb geleerd, tevreden te zijn met wat ik heb.
12Scio et humiliari, scio et abundare (ubique et in omnibus institutus sum): et satiari, et esurire, et abundare, et penuriam pati.
12Ik weet armoede te lijden en in overvloed te leven; met alles ben ik in alle omstandigheden vertrouwd: met verzadigd zijn en honger lijden, met overvloed en met gebrek.
13Omnia possum in eo qui me confortat.
13Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.
14Verumtamen bene fecistis, communicantes tribulationi meæ.
14Toch hebt gij goed gedaan, met me bij te staan in mijn nood.
15Scitis autem et vos Philippenses, quod in principio Evangelii, quando profectus sum a Macedonia, nulla mihi ecclesia communicavit in ratione dati et accepti, nisi vos soli:
15Gij weet zelf toch wel, Filippenzen, dat bij mijn vertrek uit Macedónië in het begin van mijn prediking, geen enkele kerk, dan gij alleen, met mij een rekening had van uitgave en ontvangst,
16quia et Thessalonicam semel et bis in usum mihi misistis.
16en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden.
17Non quia quæro datum, sed requiro fructum abundantem in ratione vestra.
17Zeker, het is me niet om de gave te doen, maar het is me te doen om de rente, die rijkelijk op uw rekening wordt geboekt.
18Habeo autem omnia, et abundo: repletus sum, acceptis ab Epaphrodito quæ misistis odorem suavitatis, hostiam acceptam, placentem Deo.
18Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen, en zelfs meer dan dat. Ik bezit volop, sinds ik door Epafroditus uw gift heb ontvangen: een welriekende geur, een aangenaam, Gode welgevallig offer.
19Deus autem meus impleat omne desiderium vestrum secundum divitias suas in gloria in Christo Jesu.
19Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.
20Deo autem et Patri nostro gloria in sæcula sæculorum. Amen.
20Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.
21Salutate omnem sanctum in Christo Jesu.
21Groet alle heiligen in Christus Jesus. U groeten de broeders, die bij me zijn.
22Salutant vos, qui mecum sunt, fratres. Salutant vos omnes sancti, maxime autem qui de Cæsaris domo sunt.
22Alle heiligen groeten u, vooral die tot het huis van Cesar behoren.
23Gratia Domini nostri Jesu Christi cum spiritu vestro. Amen.
23De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.