Sapientiæ Solomonis
Chapter 1

Sapientiæ Solomonis

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Sapientiæ Solomonis 1

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Diligite justitiam, qui judicatis terram. Sentite de Domino in bonitate, et in simplicitate cordis quærite illum:
1Bemint de gerechtigheid, gij heersers der aarde: Houdt den Heer voor ogen in rechtschapenheid, En zoekt Hem in oprechtheid des harten.
2quoniam invenitur ab his qui non tentant illum, apparet autem eis qui fidem habent in illum.
2Want Hij laat Zich vinden door wie Hem niet beproeven, En openbaart Zich aan die Hem niet wantrouwen.
3Perversæ enim cogitationes separant a Deo; probata autem virtus corripit insipientes.
3Gedachten van wantrouwen toch trekken van God af; Beproeft men zijn almacht, dan verslaat zij de dwazen.
4Quoniam in malevolam animam non introibit sapientia, nec habitabit in corpore subdito peccatis.
4Neen, in een arglistige ziel treedt de wijsheid niet binnen; Zij woont niet in een lichaam, in de macht der zonde.
5Spiritus enim sanctus disciplinæ effugiet fictum, et auferet se a cogitationibus quæ sunt sine intellectu, et corripietur a superveniente iniquitate.
5Want de heilige geest der tucht vlucht alle onoprechtheid, Keert zich af van zondige gedachten, En trekt zich terug, als de ongerechtigheid nadert,
6Benignus est enim spiritus sapientiæ, et non liberabit maledicum a labiis suis: quoniam renum illius testis est Deus, et cordis illius scrutator est verus, et linguæ ejus auditor.
6Zeker, de wijsheid is een geest vol mensenliefde; Maar zij laat den lasteraar niet ongestraft voor zijn taal. Want God is getuige van zijn nieren, Waarachtige bespieder van zijn hart, En beluisteraar van zijn tong.
7Quoniam spiritus Domini replevit orbem terrarum, et hoc quod continet omnia, scientiam habet vocis.
7Ja, de geest des Heren vervult het heelal; Alles samenhoudend, draagt Hij kennis van ieder woord.
8Propter hoc qui loquitur iniqua non potest latere, nec præteriet illum corripiens judicium.
8Daarom blijft niemand verborgen, die goddeloos spreekt; De straffende rechtvaardigheid gaat hem niet voorbij.
9In cogitationibus enim impii interrogatio erit; sermonum autem illius auditio ad Deum veniet, ad correptionem iniquitatum illius.
9Want zelfs de gedachten van den zondaar worden ontleed; Het gerucht van zijn woorden dringt door tot den Heer, Zodat zijn zonden worden bestraft.
10Quoniam auris zeli audit omnia, et tumultus murmurationum non abscondetur.
10Een naijverig oor toch verneemt alle geluid; Zelfs het zachtste gemompel blijft niet verborgen.
11Custodite ergo vos a murmuratione quæ nihil prodest, et a detractione parcite linguæ: quoniam sermo obscurus in vacuum non ibit, os autem quod mentitur occidit animam.]
11Wacht u dus wel voor nutteloos morren, En behoedt uw tong voor de laster; Want zelfs heimelijk spreken blijft niet ongestraft, En een mond, die lastert, brengt dood aan de ziel.
12[Nolite zelare mortem in errore vitæ vestræ, neque acquiratis perditionem in operibus manuum vestrarum.
12Zoekt toch niet de dood door uw verkeerde wandel; Berokkent u geen verderf door de werken van uw handen.
13Quoniam Deus mortem non fecit, nec lætatur in perditione vivorum.
13Want het is niet God, die de dood heeft gemaakt; Hij vindt geen vreugde in de ondergang van de levenden.
14Creavit enim ut essent omnia, et sanabiles fecit nationes orbis terrarum: et non est in illis medicamentum exterminii, nec inferorum regnum in terra.
14Hij toch heeft alles geschapen om te leven, En de schepselen der aarde helpen mee. Geen verderfbrengend gift bevindt zich daarin, Zelfs het dodenrijk heeft geen macht op aarde;
15Justitia enim perpetua est, et immortalis.
15Want de gerechtigheid is onsterfelijk.
16Impii autem manibus et verbis accersierunt illam, et æstimantes illam amicam, defluxerunt; et sponsiones posuerunt ad illam, quoniam digni sunt qui sint ex parte illius.]
16Maar de goddelozen roepen de dood met daden en woorden, Ze smachten er naar, als was hij een vriend; Ze hebben met hem een verbond gesloten, Omdat ze verdienen, zijn buit te worden.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.