Iudith 1
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Arphaxad itaque, rex Medorum, subjugaverat multas gentes imperio suo, et ipse ædificavit civitatem potentissimam, quam appellavit Ecbatanis,
1Eerste deel. De benauwing van betoel door Holofernes. Nabukodonosors woede op het westen en het Joodse land. Toen Arpaksad, de koning der Meden, een groot aantal volkeren aan zijn heerschappij had onderworpen, bouwde hij een zeer sterke stad, die hij Ekbátana noemde.
2ex lapidibus quadratis et sectis: fecit muros ejus in altitudinem cubitorum septuaginta, et in latitudinem cubitorum triginta: turres vero ejus posuit in altitudinem cubitorum centum.
2Uit vierkant gekapte stenen trok hij de muren op van zeventig el hoogte en dertig el breedte; hij voorzag haar van torens, die honderd el hoog
3Per quadrum vero earum latus utrumque vicenorum pedum spatio tendebatur, posuitque portas ejus in altitudinem turrium:
3en aan alle vier zijden twintig voet breed waren, en hij maakte haar poorten even hoog als de torens.
4et gloriabatur quasi potens in potentia exercitus sui, et in gloria quadrigarum suarum.
4Overtuigd van zijn macht ging hij groot op de kracht van zijn leger, en op de roem van zijn strijdwagens.
5Anno igitur duodecimo regni sui, Nabuchodonosor rex Assyriorum, qui regnabat in Ninive civitate magna, pugnavit contra Arphaxad, et obtinuit eum
5Maar in het twaalfde jaar van zijn regering ondernam Nabukodonosor, de koning der Assyriërs, die in de grote stad Ninive regeerde, een veldtocht tegen Arpaksad en nam hem gevangen
6in campo magno qui appellatur Ragau, circa Euphraten, et Tigrin, et Jadason, in campo Erioch regis Elicorum.
6in de grote vlakte, die Ragaoe heet. Hij werd daarbij geholpen door de bevolking aan de Eufraat, de Tiger en de Jádason, onder aanvoering van Arjok, den koning der Elamieten
7Tunc exaltatum est regnum Nabuchodonosor, et cor ejus elevatum est: et misit ad omnes qui habitabant in Cilicia, et Damasco, et Libano,
7Maar toen zijn rijk daardoor in aanzien gestegen was, werd Nabukodonosor hoogmoedig. En hij zond een oproep, om zich bij hem aan te sluiten, aan alle bewoners van Cilicië, Damascus en de Libanon,
8et ad gentes quæ sunt in Carmelo et Cedar, et inhabitantes Galilæam in campo magno Esdrelon,
8aan de volksstammen op de Karmel en in Gilad, aan de bewoners van Galilea in de grote vlakte van Jizreël,
9et ad omnes qui erant in Samaria, et trans flumen Jordanem usque ad Jerusalem, et omnem terram Jesse quousque perveniatur ad terminos Æthiopiæ.
9aan allen die in Samaria woonden en over de Jordaan tot aan Jerusalem toe, en aan de gehele landstreek Gésjem tot aan de grens van Ethiopië.
10Ad hos omnes misit nuntios Nabuchodonosor rex Assyriorum:
10Naar al deze volkeren zond Nabukodonosor, de koning der Assyriërs, zijn afgezanten;
11qui omnes uno animo contradixerunt, et remiserunt eos vacuos, et sine honore abjecerunt.
11maar allen weigerden eenstemmig, zonden hen onverrichterzake terug en wezen hen oneerbiedig af.
12Tunc indignatus Nabuchodonosor rex adversus omnem terram illam, juravit per thronum et regnum suum quod defenderet se de omnibus regionibus his.
12Toen ontstak koning Nabukodonosor in felle woede tegen al die landen, en zwoer bij zijn troon en zijn rijk, dat hij zich op al die gebieden zou wreken.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.