Thessalonicenses I 1
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Paulus, et Silvanus, et Timotheus ecclesiæ Thessalonicensium in Deo Patre, et Domino Jesu Christo.
1Paulus, Silvanus en Timóteus, aan de kerk der Tessalonicenzen, in God den Vader en in den Heer Jesus Christus: Genade en vrede zij u.
2Gratia vobis, et pax. Gratias agimus Deo semper pro omnibus vobis, memoriam vestri facientes in orationibus nostris sine intermissione,
2Steeds danken we God voor u allen, zo dikwijls we u herdenken in onze gebeden.
3memores operis fidei vestræ, et laboris, et caritatis, et sustinentiæ spei Domini nostri Jesu Christi, ante Deum et Patrem nostrum:
3Zonder ophouden toch zijn we voor God, onzen Vader, uw werkdadig geloof indachtig, uw zwoegende liefde, uw geduldige hoop op onzen Heer Jesus Christus.
4scientes, fratres dilecti a Deo, electionem vestram:
4Van God geliefde broeders, van uw uitverkiezing zijn we overtuigd.
5quia Evangelium nostrum non fuit ad vos in sermone tantum, sed et in virtute, et in Spiritu Sancto, et in plenitudine multa, sicut scitis quales fuerimus in vobis propter vos.
5Want ons Evangelie is niet tot u gekomen door woord alleen, maar ook met kracht, met den heiligen Geest, en met grote beslistheid; gij weet toch nog wel, hoe we om uwentwil onder u zijn opgetreden.
6Et vos imitatores nostri facti estis, et Domini, excipientes verbum in tribulatione multa, cum gaudio Spiritus Sancti:
6En gij, van uw kant, zijt navolgers geworden van ons en van den Heer, door onder veel wederwaardigheden met een blijdschap van den heiligen Geest het woord te aanvaarden;
7ita ut facti sitis forma omnibus credentibus in Macedonia, et in Achaia.
7zodat gij een voorbeeld werdt voor alle gelovigen in Macedonië en Achaja.
8A vobis enim diffamatus est sermo Domini, non solum in Macedonia, et in Achaia, sed et in omni loco fides vestra, quæ est ad Deum, profecta est ita ut non sit nobis necesse quidquam loqui.
8Want door u kreeg het woord des Heren een goede naam niet slechts in Macedonië en Achaja, maar in iedere plaats kwam uw geloof in God aan de dag. Ik had dus niet nodig, daarover te spreken;
9Ipsi enim de nobis annuntiant qualem introitum habuerimus ad vos: et quomodo conversi estis ad Deum a simulacris, servire Deo vivo, et vero,
9want uit eigen beweging vertelde men van ons: hoe wij onder u zijn opgetreden; en hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om den levenden en waarachtigen God te dienen,
10et exspectare Filium ejus de cælis (quem suscitavit a mortuis) Jesum, qui eripuit nos ab ira ventura.
10en om uit de hemel zijn Zoon te verwachten, dien Hij van de doden heeft opgewekt: Jesus, die ons verlost van de komende Toorn.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.