Thessalonicenses I
Chapter 5

Thessalonicenses I

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Thessalonicenses I 5

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1De temporibus autem, et momentis, fratres, non indigetis ut scribamus vobis.
1Maar over tijden en stonden, broeders, behoeft u niet te worden geschreven.
2Ipsi enim diligenter scitis quia dies Domini, sicut fur in nocte, ita veniet:
2Want zelf weet gij goed, dat de Dag des Heren komt als een dief in de nacht.
3cum enim dixerint: Pax et securitas: tunc repentinus eis superveniet interitus, sicut dolor in utero habenti, et non effugient.
3Wanneer men zegt: “Vrede en veiligheid,” dan valt op hen het verderf onverwacht, zoals barensweeën op een zwangere vrouw; en ontkomen doen ze zeker niet.
4Vos autem, fratres, non estis in tenebris, ut vos dies illa tamquam fur comprehendat:
4Maar gij broeders, gij verkeert niet in duisternis, zodat de Dag u als een dief zou verrassen.
5omnes enim vos filii lucis estis, et filii diei: non sumus noctis, neque tenebrarum.
5Want allen zijt gij zonen van het licht, zonen ook van de dag; van nacht of duisternis zijn we het niet.
6Igitur non dormiamus sicut et ceteri, sed vigilemus, et sobrii simus.
6Slapen we dus niet als de anderen, maar laten we waken en nuchter blijven.
7Qui enim dormiunt, nocte dormiunt: et qui ebrii sunt, nocte ebrii sunt.
7Want wie slapen, slapen ‘s nachts; en die zich bedrinken, bedrinken zich ‘s nachts.
8Nos autem, qui diei sumus, sobrii simus, induti loricam fidei et caritatis, et galeam spem salutis:
8Maar wij moeten nuchter blijven, want we zijn zonen van de dag; toegerust met het pantser van geloof en van liefde, en met de helm, de hoop op de zaligheid.
9quoniam non posuit nos Deus in iram, sed in acquisitionem salutis per Dominum nostrum Jesum Christum,
9Want God heeft ons niet bestemd voor de Toorn, maar tot het verwerven der zaligheid door onzen Heer Jesus Christus,
10qui mortuus est pro nobis: ut sive vigilemus, sive dormiamus, simul cum illo vivamus.
10die voor ons is gestorven, opdat we, wakend of slapend, samen met Hem zouden leven.
11Propter quod consolamini invicem, et ædificate alterutrum, sicut et facitis.
11Troost dus elkander, sticht ook elkander, zoals gij gewoon zijt te doen.
12Rogamus autem vos, fratres, ut noveritis eos qui laborant inter vos, et præsunt vobis in Domino, et monent vos,
12We verzoeken u, broeders, hen te waarderen, die onder u arbeiden, die u vóórgaan, en terechtwijzen in den Heer;
13ut habeatis illos abundantius in caritate propter opus illorum: pacem habete cum eis.
13acht ze ook meer dan gewone liefde waardig om hun arbeid. Bewaart de vrede onder elkander.
14Rogamus autem vos, fratres, corripite inquietos, consolamini pusillanimes, suscipite infirmos, patientes estote ad omnes.
14Broeders, we sporen u aan: berispt de leeglopers, bemoedigt de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, weest jegens allen geduldig.
15Videte ne quis malum pro malo alicui reddat: sed semper quod bonum est sectamini in invicem, et in omnes.
15Past op, dat niemand kwaad met kwaad vergeldt; maar streeft allen het goede na jegens elkander en jegens allen.
16Semper gaudete.
16Weest altijd blijde.
17Sine intermissione orate.
17Bidt zonder ophouden;
18In omnibus gratias agite: hæc est enim voluntas Dei in Christo Jesu in omnibus vobis.
18brengt dankzegging voor alles; want dit is voor u Gods wil in Christus Jesus.
19Spiritum nolite extinguere.
19Blust den Geest niet uit,
20Prophetias nolite spernere.
20versmaadt de profetieën niet;
21Omnia autem probate: quod bonum est tenete.
21maar onderzoekt alles, en behoudt het goede.
22Ab omni specie mala abstinete vos.
22Onthoudt u van kwaad onder iedere vorm.
23Ipse autem Deus pacis sanctificet vos per omnia: ut integer spiritus vester, et anima, et corpus sine querela in adventu Domini nostri Jesu Christi servetur.
23Dan moge de God van de vrede zelf u heiligen heel en al; uw geest, uw ziel en uw lichaam blijve ongerept bewaard en onberispelijk tot de komst van Jesus Christus onzen Heer.
24Fidelis est, qui vocavit vos: qui etiam faciet.
24Hij die roept, is ook getrouw; Hij zal het ook ten uitvoer brengen.
25Fratres, orate pro nobis.
25Bidt voor ons, broeders.
26Salutate fratres omnes in osculo sancto.
26Groet al de broeders met een heilige kus.
27Adjuro vos per Dominum ut legatur epistola hæc omnibus sanctis fratribus.
27Ik bezweer u bij den Heer, de brief aan al de broeders voor te lezen.
28Gratia Domini nostri Jesu Christi vobiscum. Amen.
28De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.