Philippenses 2
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Si qua ergo consolatio in Christo, si quod solatium caritatis, si qua societas spiritus, si qua viscera miserationis:
1Wanneer dan een vermaning in Christus of een liefderijk woord, geestesgemeenschap, hartelijkheid of deernis nog vat op u heeft,
2implete gaudium meum ut idem sapiatis, eamdem caritatem habentes, unanimes, idipsum sentientes,
2maakt dan mijn vreugde volkomen door eensgezind te zijn, de onderlinge liefde te bewaren, en eenstemmig hetzelfde na te streven;
3nihil per contentionem, neque per inanem gloriam: sed in humilitate superiores sibi invicem arbitrantes,
3door niets uit partijzucht of ijdele glorie te doen, maar ootmoedig een ander hoger te achten dan uzelf;
4non quæ sua sunt singuli considerantes, sed ea quæ aliorum.
4door niet alleen op uw eigen belang te letten, maar ook op dat van anderen bedacht te zijn.
5Hoc enim sentite in vobis, quod et in Christo Jesu:
5L at dezelfde gezindheid onder u heersen, als ook in Christus Jesus was.
6qui cum in forma Dei esset, non rapinam arbitratus est esse se æqualem Deo:
6Want hoewel Hij Gods gestalte bezat en zijn gelijkheid met God geen roof hoefde achten,
7sed semetipsum exinanivit, formam servi accipiens, in similitudinem hominum factus, et habitu inventus ut homo.
7heeft Hij toch er Zich van ontdaan, door de gestalte aan te nemen van een slaaf en gelijk te worden aan de mensen.
8Humiliavit semetipsum factus obediens usque ad mortem, mortem autem crucis.
8En toen Hij uiterlijk als een mens werd bevonden, heeft Hij Zich nog vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood, ja, tot de dood van het kruis.
9Propter quod et Deus exaltavit illum, et donavit illi nomen, quod est super omne nomen:
9Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,
10ut in nomine Jesu omne genu flectatur cælestium, terrestrium et infernorum,
10opdat in de Naam van Jesus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde,
11et omnis lingua confiteatur, quia Dominus Jesus Christus in gloria est Dei Patris.
11en iedere tong zou belijden tot glorie van God den Vader, dat Jesus Christus de Heer is.
12Itaque carissimi mei (sicut semper obedistis), non ut in præsentia mei tantum, sed multo magis nunc in absentia mea, cum metu et tremore vestram salutem operamini.
12Mijn geliefden, omdat gij altijd gehoorzaam zijt, weest het dan ook niet alleen, wanneer ik bij u ben, maar thans bij mijn afwezigheid nog veel meer. Bewerkt uw heil met vrezen en beven;
13Deus est enim, qui operatur in vobis et velle, et perficere pro bona voluntate.
13want God is het, die naar zijn welbehagen in u het willen uitwerkt en het handelen.
14Omnia autem facite sine murmurationibus et hæsitationibus:
14Doet alles zonder morren en aarzelen,
15ut sitis sine querela, et simplices filii Dei, sine reprehensione in medio nationis pravæ et perversæ: inter quos lucetis sicut luminaria in mundo,
15opdat gij onberispelijk moogt zijn en ongerept, vlekkeloze kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder gij schittert als sterren in het heelal.
16verbum vitæ continentes ad gloriam meam in die Christi, quia non in vacuum cucurri, neque in vacuum laboravi.
16Houdt vast aan het woord des levens, opdat ik op de Dag van Christus kan roemen, dat ik niet tevergeefs heb gelopen of tevergeefs heb gezwoegd.
17Sed et si immolor supra sacrificium, et obsequium fidei vestræ, gaudeo, et congratulor omnibus vobis.
17En al word ik dan ook als plengoffer vergoten bij de offerande en de eredienst van uw geloof, dan blijf ik me toch nog verheugen, en mij met u allen verblijden.
18Idipsum autem et vos gaudete, et congratulamini mihi.
18En ook gij moet u er over verheugen, en blijde met me zijn.
19Spero autem in Domino Jesu, Timotheum me cito mittere ad vos: ut et ego bono animo sim, cognitis quæ circa vos sunt.
19In den Heer Jesus hoop ik, Timóteus spoedig tot u te zenden, om ook zelf te worden verkwikt, wanneer ik verneem, hoe het u gaat.
20Neminem enim habeo tam unanimem, qui sincera affectione pro vobis sollicitus sit.
20Want ik heb niemand, die zo goed is gestemd en die zo trouw uw zaak behartigt.
21Omnes enim quæ sua sunt quærunt, non quæ sunt Jesu Christi.
21Want allen zoeken hun eigen belang, niet de belangen van Christus Jesus.
22Experimentum autem ejus cognoscite, quia sicut patri filius, mecum servivit in Evangelio.
22Maar gij weet, dat zijn trouw is beproefd, en dat hij voor het Evangelie met mij heeft gezwoegd, als een kind met zijn vader.
23Hunc igitur spero me mittere ad vos, mox ut videro quæ circa me sunt.
23Ik hoop hem dus te zenden, zodra ik de uitslag van mijn proces kan voorzien.
24Confido autem in Domino quoniam et ipse veniam ad vos cito.
24En ik vertrouw in den Heer, dat ik dan ook zelf spoedig zal komen.
25Necessarium autem existimavi Epaphroditum fratrem, et cooperatorem, et commilitonem meum, vestrum autem apostolum, et ministrum necessitatis meæ, mittere ad vos:
25Ik heb het intussen nodig geacht, Epafroditus naar u toe te zenden: mijn broeder, medearbeider en medestrijder; uw bode, die me van het nodige heeft voorzien.
26quoniam quidem omnes vos desiderabat: et mœstus erat, propterea quod audieratis illum infirmatum.
26Want hij verlangt naar u allen, en is een beetje bekommerd, omdat gij van zijn ziekte gehoord hebt.
27Nam et infirmatus est usque ad mortem: sed Deus misertus est ejus: non solum autem ejus, verum etiam et mei, ne tristitiam super tristitiam haberem.
27Hij is inderdaad ziek geweest, en zelfs de dood nabij. Maar God heeft medelijden met hem gehad; en niet slechts met hem, maar ook met mij: dat ik niet het ene verdriet na het andere zou hebben.
28Festinantius ergo misi illum, ut viso eo iterum gaudeatis, et ego sine tristitia sim.
28Ik zend hem dus terug met des te meer spoed, opdat gij u verheugen moogt als gij hem weerziet, en ikzelf een zorg minder zal hebben.
29Excipite itaque illum cum omni gaudio in Domino, et ejusmodi cum honore habetote;
29Ontvangt hem dus in den Heer met ongemengde blijdschap. Houdt zulke mannen in ere;
30quoniam propter opus Christi usque ad mortem accessit, tradens animam suam ut impleret id quod ex vobis deerat erga meum obsequium.
30want om de zaak van Christus is hij de dood nabij geweest, en heeft hij zijn leven gewaagd, om mij uw verdere ondersteuning te brengen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.