Philippians 4
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Therefore, my brothers, beloved and longed for, my joy and crown, stand firm in the Lord in this way, my beloved.
1En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!
2I exhort Euodia, and I exhort Syntyche, to think the same way in the Lord.
2Evódia vermaan ik, en Suntuche ook, om eensgezind te zijn in den Heer.
3Yes, I beg you also, true partner, help these women, for they labored with me in the Good News with Clement also, and the rest of my fellow workers, whose names are in the book of life.
3En u, trouwe Sunzuchus verzoek ik dringend, beiden daarbij behulpzaam te zijn. Want ze hebben me bijgestaan in de strijd voor het Evangelie; zij en Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen in het boek des levens staan.
4Rejoice in the Lord always! Again I will say, “Rejoice!”
4Verblijdt u altijd in den Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!
5Let your gentleness be known to all men. The Lord is at hand.
5Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;
6In nothing be anxious, but in everything, by prayer and petition with thanksgiving, let your requests be made known to God.
6maakt u over niets bezorgd, doch maakt aan God al uw wensen bekend door bidden en smeken en danken.
7And the peace of God, which surpasses all understanding, will guard your hearts and your thoughts in Christ Jesus.
7En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jesus.
8Finally, brothers, whatever things are true, whatever things are honorable, whatever things are just, whatever things are pure, whatever things are lovely, whatever things are of good report: if there is any virtue and if there is anything worthy of praise, think about these things.
8Ten slotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar, op al wat edel, rechtvaardig, rein, liefelijk en welgevallig is, op al wat deugd heet en lof verdient.
9Do the things which you learned, received, heard, and saw in me, and the God of peace will be with you.
9Handelt naar wat gij geleerd en aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en gezien. En de God van de vrede zal met u zijn.
10But I rejoice in the Lord greatly that now at length you have revived your thought for me; in which you did indeed take thought, but you lacked opportunity.
10Het was me een grote vreugde in den Heer, dat gij weer eens gelegenheid hadt, om voor mij te zorgen. Wel zijt gij er bedacht op gebleven, maar gij hadt er geen gelegenheid toe.
11Not that I speak because of lack, for I have learned in whatever state I am, to be content in it.
11Ik zeg dit niet, omdat ik gebrek heb geleden. Want ik heb geleerd, tevreden te zijn met wat ik heb.
12I know how to be humbled, and I also know how to abound. In any and all circumstances I have learned the secret both to be filled and to be hungry, both to abound and to be in need.
12Ik weet armoede te lijden en in overvloed te leven; met alles ben ik in alle omstandigheden vertrouwd: met verzadigd zijn en honger lijden, met overvloed en met gebrek.
13I can do all things through Christ who strengthens me.
13Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.
14However you did well that you shared in my affliction.
14Toch hebt gij goed gedaan, met me bij te staan in mijn nood.
15You yourselves also know, you Philippians, that in the beginning of the Good News, when I departed from Macedonia, no assembly shared with me in the matter of giving and receiving but you only.
15Gij weet zelf toch wel, Filippenzen, dat bij mijn vertrek uit Macedónië in het begin van mijn prediking, geen enkele kerk, dan gij alleen, met mij een rekening had van uitgave en ontvangst,
16For even in Thessalonica you sent once and again to my need.
16en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden.
17Not that I seek for the gift, but I seek for the fruit that increases to your account.
17Zeker, het is me niet om de gave te doen, maar het is me te doen om de rente, die rijkelijk op uw rekening wordt geboekt.
18But I have all things and abound. I am filled, having received from Epaphroditus the things that came from you, a sweet-smelling fragrance, an acceptable and well-pleasing sacrifice to God.
18Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen, en zelfs meer dan dat. Ik bezit volop, sinds ik door Epafroditus uw gift heb ontvangen: een welriekende geur, een aangenaam, Gode welgevallig offer.
19My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus.
19Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.
20Now to our God and Father be the glory forever and ever! Amen.
20Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.
21Greet every saint in Christ Jesus. The brothers who are with me greet you.
21Groet alle heiligen in Christus Jesus. U groeten de broeders, die bij me zijn.
22All the saints greet you, especially those who are of Caesar’s household.
22Alle heiligen groeten u, vooral die tot het huis van Cesar behoren.
23The grace of the Lord Jesus Christ be with you all. Amen.
23De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.