اعداد
Chapter 1
Old Persian Version (ترج…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1و در روز اول ماه دوم از سال دوم از بیرون آمدن ایشان از زمین مصر، خداوند دربیابان سینا در خیمه اجتماع موسی را خطاب کرده، گفت:
1In de woestijn van de Sinaï sprak Jahweh tot Moses in de openbaringstent op de eerste dag van de tweede maand in het tweede jaar na hun uittocht uit Egypte:
2«حساب تمامی جماعت بنی‌اسرائیل را برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، به شماره اسم های همه ذکوران موافق سرهای ایشان بگیرید.
2Neemt het getal op van de hele gemeenschap der Israëlieten, naar hun geslachten en families, door alle mannelijke personen hoofd voor hoofd te tellen.
3از بیست ساله و زیاده، هر‌که از اسرائیل به جنگ بیرون می‌رود، تو وهارون ایشان را برحسب افواج ایشان بشمارید.
3Alle strijdbare mannen in Israël van twintig jaar af moet gij monsteren volgens hun legerkorpsen; gij en Aäron
4و همراه شما یک نفر از هر سبط باشد که هر یک رئیس خاندان آبایش باشد.
4moeten het doen, en uit iedere stam moet één man, een familiehoofd, u helpen.
5و اسم های کسانی که با شما باید بایستند، این است: از روبین، الیصوربن شدیئور.
5Hier volgen de namen van de mannen, die u ter zijde moeten staan: Voor Ruben Elisoer, de zoon van Sjedeoer;
6و از شمعون، شلومیئیل بن صوریشدای.
6voor Simeon Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;
7و از یهودا، نحشون بن عمیناداب.
7voor Juda Naässon, de zoon van Amminadab;
8و از یساکار، نتنائیل بن صوغر.
8voor Issakar Netanel, de zoon van Soear;
9و از زبولون، الیاب بن حیلون.
9voor Zabulon Eliab, de zoon van Chelon.
10و از بنی یوسف: از افرایم، الیشمع بن عمیهود. و از منسی، جملیئیل بن فدهصور.
10Voor de zonen van Josef, voor Efraïm Elisjama, de zoon van Ammihoed; voor Manasse Gamliël, de zoon van Pedasoer.
11از بنیامین، ابیدان بن جدعونی.
11Voor Benjamin Abidan, de zoon van Gidoni;
12و از دان، اخیعزر بن عمیشدای.
12voor Dan Achiézer, de zoon van Ammisjaddai;
13و از اشیر، فجعیئیل بن عکران.
13voor Aser Pagiël, de zoon van Okran;
14و از جاد، الیاساف بن دعوئیل.
14voor Gad Eljasaf, de zoon van Deoeël;
15و از نفتالی، اخیرع بن عینان.»
15voor Neftali Achira, de zoon van Enan.
16اینانند دعوت‌شدگان جماعت و سروران اسباط آبای ایشان، و روسای هزاره های اسرائیل.
16Deze moeten uit de gemeenschap worden opgeroepen, als de vorsten van de stammen hunner vaderen en stamhoofden van Israël.
17و موسی و هارون این کسان را که به نام، معین شدند، گرفتند.
17Moses en Aäron ontboden dus deze mannen, wier namen zijn opgegeven,
18و در روز اول ماه دوم، تمامی جماعت را جمع کرده، نسب نامه های ایشان را برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، به شماره اسم‌ها از بیست ساله و بالاتر موافق سرهای ایشان خواندند.
18en riepen op de eerste van de tweede maand de hele gemeenschap bijeen. Zij werden naar hun geslachten en families opgetekend na hoofdelijke telling der personen, die twintig jaar oud waren en meer.
19چنانکه خداوندموسی را امر فرموده بود، ایشان را در بیابان سینابشمرد.
19Zo monsterde Moses hen in de woestijn van de Sinaï, zoals Jahweh het hem bevolen had.
20و اما انساب بنی روبین نخست زاده اسرائیل، برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، موافق نامها و سرهای ایشان این بود: هر ذکور ازبیست ساله و بالاتر، جمیع کسانی که برای جنگ بیرون می‌رفتند.
20De zonen, die van Ruben afstamden, Israëls eerstgeborene, werden naar hun geslachten en families, hoofd voor hoofd, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
21شمرده شدگان ایشان از سبطروبین، چهل و شش هزار و پانصد نفر بودند.
21uit de stam van Ruben bedroeg in het geheel zes en veertig duizend vijfhonderd man.
22و انساب بنی شمعون برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، کسانی که از ایشان شمرده شدند، موافق شماره اسم‌ها و سرهای ایشان این بود: هر ذکور از بیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
22De zonen, die van Simeon afstamden, werden naar hun geslachten en families, hoofd voor hoofd, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
23شمرده شدگان ایشان ازسبط شمعون، پنجاه و نه هزار و سیصد نفر بودند.
23uit de stam van Simeon bedroeg in het geheel negen en vijftig duizend driehonderd man.
24و انساب بنی جاد برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها، از بیست ساله وبالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
24De zonen, die van Gad afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
25شمرده شدگان ایشان از سبط جاد، چهل و پنج هزار و ششصد و پنجاه نفر بودند.
25uit de stam van Gad bedroeg in het geheel vijf en veertig duizend zes honderd vijftig man.
26و انساب بنی یهودا برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها ازبیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
26De zonen, die van Juda afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
27شمرده شدگان ایشان از سبط یهودا، هفتاد و چهار هزار و شش صد نفر بودند.
27uit de stam van Juda bedroeg in het geheel vier en zeventig duizend zeshonderd man.
28و انساب بنی یساکار برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها ازبیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
28De zonen, die van Issakar afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
29شمرده شدگان ایشان از سبط یساکار، پنجاه و چهار هزار و چهارصد نفر بودند.
29uit de stam van Issakar bedroeg in het geheel vier en vijftig duizend vierhonderd man.
30و انساب بنی زبولون برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها ازبیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
30De zonen, die van Zabulon afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
31شمرده شدگان ایشان از سبط زبولون پنجاه و هفت هزار و چهارصد نفر بودند.
31uit de stam van Zabulon bedroeg in het geheel zeven en vijftig duizend vierhonderd man.
32و انساب بنی یوسف از بنی افرایم برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم هااز بیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
32De zonen van Josef, de zonen, die van Efraïm afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
33شمرده شدگان ایشان از سبط افرایم، چهل هزار و پانصد نفر بودند.
33uit de stam van Efraïm bedroeg in het geheel veertig duizend vijfhonderd man.
34و انساب بنی منسی برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها، ازبیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
34De zonen, die van Manasse afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
35شمرده شدگان ایشان از سبط منسی، سی و دو هزار و دویست نفر بودند.
35uit de stam van Manasse bedroeg in het geheel twee en dertig duizend tweehonderd man.
36و انساب بنی بنیامین برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها، ازبیست ساله بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
36De zonen, die van Benjamin afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
37شمرده شدگان ایشان از سبط بنیامین، سی و پنج هزار و چهارصد نفر بودند.
37uit de stam van Benjamin bedroeg in het geheel vijf en dertig duizend vierhonderd man.
38و انساب بنی دان برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها از بیست ساله وبالاتر، هر‌که برای جنگ می‌رفت.
38De zonen, die van Dan afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
39شمرده شدگان ایشان از سبط دان، شصت و دو هزار و هفتصد نفر بودند.
39uit de stam van Dan bedroeg in het geheel twee en zestig duizend zevenhonderd man.
40و انساب بنی اشیر برحسب قبایل و خاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها از بیست ساله وبالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
40De zonen, die van Aser afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
41شمرده شدگان ایشان از سبط اشیر، چهل ویک هزار و پانصد نفر بودند.
41uit de stam van Aser bedroeg in het geheel een en veertig duizend vijfhonderd man.
42و انساب بنی نفتالی برحسب قبایل وخاندان آبای ایشان، موافق شماره اسم‌ها ازبیست ساله و بالاتر، هر‌که برای جنگ بیرون می‌رفت.
42De zonen, die van Neftali afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
43شمرده شدگان ایشان از سبط نفتالی، پنجاه و سه هزار و پانصد نفر بودند.
43uit de stam van Neftali bedroeg in het geheel drie en vijftig duizend vierhonderd man.
44اینانند شمرده شدگانی که موسی و هارون با دوازده نفر از سروران اسرائیل، که یک نفر برای هر خاندان آبای ایشان بود، شمردند.
44Dit waren de mannen, die Moses en Aäron hadden gemonsterd tezamen met de twaalf vorsten van Israël, één uit elke stam, allen familiehoofden.
45و تمامی شمرده شدگان بنی‌اسرائیل برحسب خاندان آبای ایشان، از بیست ساله و بالاتر، هر کس از اسرائیل که برای جنگ بیرون می‌رفت.
45Het totaal der gemonsterden van de Israëlieten naar hun families, alle strijdbare mannen in Israël van twintig jaar af,
46همه شمرده شدگان، ششصد و سه هزار و پانصد وپنجاه نفر بودند.
46bedroeg zeshonderd drie duizend vijfhonderd vijftig man.
47اما لاویان برحسب سبط آبای ایشان در میان آنها شمرده نشدند.
47Maar de stam der Levieten werd niet met hen op de lijst geplaatst.
48زیرا خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
48Want Jahweh had tot Moses gezegd:
49«اما سبط لاوی را مشمار و حساب ایشان را درمیان بنی‌اسرائیل مگیر.
49De stam van Levi moet ge niet monsteren en hun getal niet bij de andere Israëlieten opnemen.
50لیکن لاویان را برمسکن شهادت و تمامی اسبابش و بر هرچه علاقه به آن دارد بگمار، و ایشان مسکن و تمامی اسبابش را بردارند، و ایشان آن را خدمت نمایندو به اطراف مسکن خیمه زنند.
50De Levieten moet ge belasten met de zorg voor de tabernakel van het Verbond, voor al zijn benodigdheden en alles, wat er toe behoort. Zij moeten de tabernakel dragen en bedienen met alles, wat er toe behoort, en zich dus rond de tabernakel legeren.
51و چون مسکن روانه شود لاویان آن را پایین بیاورند، و چون مسکن افراشته شود لاویان آن را برپا نمایند، وغریبی که نزدیک آن آید، کشته شود.
51Wanneer de tabernakel op moet trekken, moeten de Levieten hem afbreken, en wanneer de tabernakel stil houdt, moeten de Levieten hem oprichten; zo een onbevoegde nadert, moet hij worden gedood.
52و بنی‌اسرائیل هر کس در محله خود و هر کس نزدعلم خویش برحسب افواج خود، خیمه زنند.
52En terwijl de Israëlieten zich volgens hun legerafdelingen in hun kampement en onder hun eigen banier moeten legeren,
53و لاویان به اطراف مسکن شهادت خیمه زنند، مبادا غضب بر جماعت بنی‌اسرائیل بشود، ولاویان شعائر مسکن شهادت را نگاه دارند.»
53moeten de Levieten zich rond de tabernakel van het Verbond legeren, om de gramschap van God niet te doen losbarsten tegen de gemeenschap van Israëls kinderen; de Levieten moeten dus de dienst van de tabernakel van het Verbond verrichten.
54پس بنی‌اسرائیل چنین کردند، و برحسب آنچه خداوند موسی را امر فرموده بود، به عمل آوردند.
54De Israëlieten volbrachten alles nauwkeurig, wat Jahweh Moses bevolen had.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.