Псальма
Chapter 129
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Псальма 129

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Посходня пісня. Часто неволили мене від молодостї моєї, — нехай скаже Ізраїль —
1Een bedevaartslied. Van jongs af heeft men wreed mij mishandeld, Mag Israël wel zeggen;
2Часто неволили мене від молодостї моєї, все ж таки не подужали мене.
2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.
3На хребтї в мене орали плугатарі, побороздили довгі скиби свої.
3Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;
4Господь справедливий; він порозрізував посторонки беззаконних.
4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.
5Нехай осоромляться і відступлять всї ненавидячі Сиона!
5Beschaamd moeten vluchten Alle haters van Sion.
6Нехай будуть, як трава на криші, що скорше сохне, нїж вирвуть її,
6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;
7Котрою жнець не наповнить жменї своєї, нї вязальниця лона свого;
7Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.
8А прохожі не скажуть: Помагай Бог вам! Благословимо вас імям Господнїм.
8En niemand zal in het voorbijgaan zeggen: “De zegen van Jahweh over u; Wij zegenen u in Jahweh’s Naam!”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.