Йова 1
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Був (давно) чоловік у землї Уз, на імя Йов. Був се чоловік щирий, справедливий й богобоязливий, що цуравсь усього лихого.
1Er was eens een man in het land van Oes, Job geheten. Deze man was onberispelijk en rechtschapen; hij vreesde God en schuwde het kwaad.
2І родилось йому семеро синів й три дочки,
2Hij had zeven zonen en drie dochters gekregen;
3А статку було в його сїм тисяч овець, три тисячі верблюдів, пятьсот ярем волів, пятьсот ослиць і багацько челяди, так що переважував сей чоловік усїх осадників на востоцї.
3bovendien bezat hij een kudde van zevenduizend schapen, drieduizend kamelen, vijfhonderd span ossen, vijfhonderd ezelinnen en een groot aantal slaven, zodat hij wel de aanzienlijkste man was van alle bewoners van het oosten.
4Сини ж його звикли були сходитись і в дому кожного по черзї гоститись. Кликали вони й трьох сестер своїх, їсти й пити з ними.
4Zijn zonen waren gewoon, om elk op zijn beurt en in zijn eigen huis een feestmaal te houden, waarop zij ook hun drie zusters uitnodigden, om met hen te eten en te drinken.
5Як же сї гостини обходили свій круг, наказував їм Йов очищуватись; і вставав на другий день рано вранцї й приносив про кожного з них всепаленнє. Бо думав Йов так: Може, дїти мої согрішили та позневажили Бога в серцї свойму. Так чинив, Йов щораз в такі днї.
5Maar zodra dan de dagen van het feestmaal voorbij waren, liet Job ze bij zich ontbieden, om hen te heiligen, en droeg dan in de vroege morgen voor ieder van hen een brandoffer op. Want Job dacht: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God vervloekt in hun hart. Zo deed Job geregeld.
6Сталося ж одного дня, що сини Божі прийшли стати перед Господом. Прийшов і Сатана між ними.
6Het gebeurde nu op zekere dag, dat de zonen Gods voor Jahweh verschenen, en dat ook de satan zich in hun midden bevond.
7І поспитав Господь Сатану: Звідкіля прийшов єси? Відказав Господеві Сатана й промовив: Я ходив по землї й обійшов її навкруги.
7En Jahweh sprak tot satan: Waar komt ge vandaan? Satan gaf Jahweh ten antwoord: Van een zwerfen speurtocht over de aarde.
8І сказав Господь Сатанї: А звернув ти ввагу на слугу мого Йова? бо нема такого на землї, такого щирого, справедливого, богобоязливого та щоб цурався так усього лихого.
8Jahweh vroeg Satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij?
9І відказав Сатана Господеві та й промовив: Чи то ж Йов дармо такий богобоязливий? Чи не ти ж сам обгородив навкруги його й дом його й усе майно його?
9Maar satan gaf Jahweh ten antwoord: Is Job soms godvrezend om niet?
10Працю рук його благословив єси, й стада його ширяться все більш по країнї;
10Hebt Gij hem, zijn gezin en al wat hij heeft, niet van alle kant met een haag omringd; hebt Gij het werk zijner handen niet gezegend, en overstroomt niet zijn kudde het land?
11Простягни тільки руку твою й торкнись до всього, що він має, — чи буде він благословити Тебе?
11Maar strek uw hand eens tegen hem uit, en tast hem eens aan in wat hij bezit: dan vloekt hij U in het aangezicht!
12І сказав Господь Сатанї: Ну, так нехай все, що його, буде в руцї твоїй, тільки на його самого не простягай руки твоєї. І пійшов Сатана з перед лиця Господнього.
12Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt doen wat ge wilt met heel zijn bezit; maar hemzelf raakt ge met de hand niet aan! Zo ging satan van Jahweh heen.
13Одного ж дня, як сини й дочки Йовові саме їли й пили вино в дому старшого брата свого,
13Toen nu enige tijd later de zonen en dochters van Job in het huis van hun oudsten broer zaten te eten en wijn te drinken,
14Прийшов посел до Йова та й сповістив: Воли були в плузї, а ослицї паслись поблизу,
14kwam hem een bode berichten: De Sjabeërs hebben een inval gedaan, terwijl uw ossen aan het ploegen waren, en de ezelinnen vlak bij hen graasden;
15Аж се — набігли Савеї та й позаймали їх; кметї ж повитинали мечем; один я втїк сповістити тебе.
15zij hebben ze weggeroofd en uw knechten over de kling gejaagd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
16Ще він говорив, аж приходить другий й говорить: Огонь Божий упав з неба й пройшов, палаючи, проміж вівцями й кметями та й пожер їх; один я втїк сповістити тебе.
16Nog was hij niet uitgesproken, of een tweede kwam binnen en riep: De bliksem is uit de hemel geslagen, en heeft uw kudde met de herders verbrand en verteerd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
17Ще сей говорив, аж ійде другий й говорить: Халдеї зложили три ватаги, напали на верблюди та й позаймали їх; кметї ж повистинали мечем; один я втїк, сповістити тебе.
17Nog was deze niet uitgesproken, of een derde kwam binnen en riep: De Chaldeën, in drie benden gesplitst, hebben zich op uw kamelen geworpen, ze weggeroofd, en uw knechten over de kling gejaagd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
18Ще говорив сей, аж приходить инший й говорить: Сини твої й дочки трапезували й пили вино в дому старшого брата свого,
18En nog was hij niet uitgesproken, of weer een ander kwam binnen en riep: Terwijl uw zonen en dochters zaten te eten en wijn te drinken in het huis van hun oudsten broer,
19Аж несподївано схопилась буря від пустинї, наперла на всї чотири угли в будинку, і дім завалився на дїти та й вони погинули; один я втїк сповістити тебе.
19stak er eensklaps een geweldige storm op uit de richting van de woestijn, die het huis aan al de vier hoeken deed schudden; het stortte boven de kinderen in, en zij stierven; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
20І встав Йов, роздер одежу на собі та й обстриг волоссє на голові, припав до землї й поклонився,
20Toen stond Job op en scheurde zijn kleed; hij schoor zijn hoofd en wierp zich plat ter aarde neer.
21І промовив: Нагим вийшов я з матерньої утроби, нагим і вернусь. Господь дав, Господь і взяв; як до вподоби було Господеві, так і сталося; нехай буде імя Господнє благословенне!
21Maar hij sprak: Naakt kwam ik uit de schoot van mijn moeder; Naakt keer ik er terug! Het was Jahweh, die gaf; het was Jahweh, die nam: De Naam van Jahweh zij gezegend!
22У всьому тому не провинив Йов, і не виповів нїчого безумного проти Бога.
22Dus ondanks dit alles heeft Job niet gezondigd, en geen onvertogen woord tot God gericht.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.