Галат 1
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Павел апостол (не від людей і не через чоловіка, а через Ісуса Христа й Бога Отця, що воскресив Його з мертвих),
1Paulus, apostel, —niet op gezag van mensen noch door bemiddeling van een mens, maar door Jesus Christus en door God den Vader, die Hem uit de doden heeft opgewekt,
2і все браттє, що зо мною, церквам Галацьким:
2met al de broeders die bij me zijn: aan de kerken van Galátië.
3Благодать вам і мир од Бога Отця і від Господа нашого Ісуса Христа,
3Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus,
4що віддав себе за гріхи наші, щоб збавити нас від сього віку лукавого, по волї Бога й Отця нашого,
4die Zich voor onze zonden, —om ons te ontrukken aan deze boze wereld, —heeft overgeleverd volgens de wil van onzen God en Vader;
5котрому слава на віки вічні. Амінь.
5aan wien de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
6Дивуюсь, що так скоро одвернулись від покликавшого вас благодаттю Христовою на друге благовістє.
6Ik sta er verbaasd over, dat gij zo spoedig af. valt van Hem, die u geroepen heeft door de genade van Christus, en naar een ander evangelie overgaat.
7Воно то не друге, та є такі, що вами колотять, і хочуть перевернути благовістє Христове.
7Eigenlijk is het geen ander; maar alleen zijn er enkelen opgestaan, die onrust onder u stoken, en het Evangelie van Christus willen vervalsen.
8Та, коли б і ми або ангел з неба проповідував вам більш того, що ми проповідували вам, нехай буде анатема.
8Waarachtig, wanneer wijzelf, of zelfs een engel uit de hemel, u een ander evangelie zouden verkondigen, dat wat wij u verkondigd hebben, hij zij vervloekt!
9Як перше рекли ми, так і тепер глаголю: коли хто благовіствує вам більш того, що ви прийняли, нехай буде анатема.
9Zoals we het vroeger hebben gezegd, zo herhaal ik het ook thans: Wanneer iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt, hij zij vervloekt!
10Бо чи людей я тепер впевняю (шукаю), чи Бога? чи людям шукаю вгодити? Бо коли б я ще людям угождав, то не був би слугою Христовим.
10Heet dit nu soms mensen gunstig stemmen, of God; zoek ik soms nu nog aan mensen te behagen? Zo ik nu nog aan mensen tracht te behagen, dan zou ik geen dienaar van Christus zijn.
11Звіщаю ж вам, браттє, що благовістє, благовіщене від мене, не єсть по чоловіку.
11Ik verzeker u toch, broeders, dat het Evangelie, door mij verkondigd, niet van menselijke oorsprong is;
12Анї бо від чоловіка не прийняв я його, анї не навчивсь, а через одкриттє Ісуса Христа.
12want ik heb het niet van een mens ontvangen of aangeleerd, maar door een openbaring van Jesus Christus.
13Чували бо про життє моє колись у Жидівстві, що без міри гонив я церкву Божу, та руйнував її,
13Gij hebt immers gehoord van mijn vroeger leven in het Jodendom: hoe ik Gods Kerk heftig vervolgde en haar trachtte te verdelgen;
14і передував я в Жидівстві перед многими ровесниками народу мого, будучи аж надто ревнителем отцївських моїх переказів.
14hoe ik ook boven velen van mijn volk en van mijn leeftijd uitblonk in het Jodendom, en hen in ijver voor de overlevering mijner vaders verre overtrof.
15Як же зволив Бог, що вибрав мене від утроби матери моєї, і покликав мене благодаттю своєю,
15En toen het Hem had behaagd, die mij van de moederschoot af door zijn genade had uitverkoren en geroepen, toen het Hem had behaagd, zijn Zoon aan mij te openbaren,
16відкрити в менї Сина свого, щоб я благовіствував Його між поганами, то зараз не радивсь я з тїлом і кровю,
16opdat ik Hem onder de heidenen zou verkondigen, —toen ben ik van de aanvang af niet bij vlees en bloed te rade gegaan,
17анї не вийшов у Єрусалим до тих, що були апостолами перш мене, а пійшов у Аравию, та й знов вернувсь у Дамаск.
17of naar Jerusalem vertrokken naar hen, die vóór mij apostelen waren; maar toen ben ik naar Arabië gegaan en naar Damascus teruggekeerd.
18Потім через три роки пійшов я в Єрусалим, щоб побачитись із Петром, і пробув у нього пятнайцять день.
18Eerst drie jaar later ben ik naar Jerusalem vertrokken, om Kefas te bezoeken, en ben ik veertien dagen bij hem gebleven;
19Инших же апостолів я не видїв, тільки Якова, брата Господнього.
19maar van de andere apostelen heb ik niemand gezien dan Jakobus, den broeder des Heren.
20Що ж пишу до вас, ось вам перед Богом, що не обманюю.
20Voor het aanschijn Gods: zie ik lieg niet bij wat ik u schrijf.
21Потім ходив я в сторони Сирські і Киликийські,
21Daarna ben ik naar de gewesten van Syrië en Cilicië vertrokken.
22був же незнаний лицем церквам Жидівським у Христї,
22Ik was dus persoonlijk onbekend aan de kerken van Judea, die in Christus zijn.
23а тільки чували, що гонивший нас колись тепер благовіствує віру, що колись руйнував,
23Ze hadden alleen horen zeggen: Hij die ons eertijds vervolgde, hij preekt thans het geloof, dat hij vroeger verwoestte;
24і прославляли у менї Бога.
24en ze verheerlijkten God om mij.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.