Якова 1
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Яков, слуга Божий і Господа Ісуса Христа, дванайцяти родам, що розсїяні: Витайте.
1Jakobus, dienaar van God en van den Heer Jesus Christus, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: heil!
2Усяку радість майте, браттє моє, коли впадаєте в різні спокуси,
2Mijn broeders, acht het een zeer grote vreugde, wanneer gij in allerhande bekoringen valt.
3знаючи, що доказ вашої віри робить терпіннє;
3Want gij weet, dat de beproeving van uw geloof de oorzaak is van geduld;
4терпіннє ж нехай має звершене дїло, щоб ви були звершені і повні, нї в чому не маючи недостатку.
4welnu, het geduld behoeft slechts volkomen te worden, dan zijt gij volmaakt en ongerept, en schiet gij in niets te kort.
5Коли ж у кого з вас недостає премудрости, нехай просить у Бога, котрий дає всїм щедро та й не осоромлює, то й дасть ся йому.
5Komt iemand van u dan wijsheid te kort, hij vrage ze aan God, die ze aan allen verleent, eenvoudigweg en zonder verwijt; dan zal ze hem geschonken worden.
6Нехай же просить вірою, нїчого не сумнячись; хто бо сумнить ся, той подобен филї морській, котру вітер жене та й розбиває.
6Maar hij moet vragen met geloof en zonder te weifelen; want wie weifelt, gelijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt bewogen, en heen en weer wordt geslingerd.
7Нехай бо не думає такий чоловік, що прийме що від Бога.
7Zo iemand toch verbeelde zich niet, dat hij iets van den Heer zal ontvangen;
8Чоловік двоєдушний не статечний у всїх дорогах своїх.
8dubbelhartig man als hij is, ongestadig in heel zijn gedrag.
9Нехай же хвалить ся брат смиренний висотою своєю,
9Laat de broeder van nederige staat zich op zijn verheffing beroemen.
10а багатий смиреннєм своїм; бо він, як травяний цьвіт, перейде.
10Maar de rijke op zijn geringheid; want hij zal verdwijnen als een bloem in het gras.
11Зійшло бо сонце із спекою, і висушило траву, і цьвіт її опав, і краса лиця її зникла; так і багатий в дорогах своїх зівяне.
11Want de zon gaat op met haar gloed en doet het gras verdorren; dan valt ook zijn bloem, en haar schoonheid vliedt heen. Zo zal ook de rijke verkwijnen op zijn levenspad.
12Блажен чоловік, що витерпить спокусу; тим що, будучи вірний, прийме вінець життя, що обіцяв Бог тим, що люблять Його.
12Zalig de man, die staande blijft bij de bekoring; want wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die God beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben.
13Нїхто ж у спокусї нехай не каже: Що Бог мене спокушує; Бог бо не спокушуєть ся лихим, і не спокушує сам нїкого.
13Niemand mag zeggen, als hij bekoord wordt: ik word door God bekoord. Want evenmin als God zelf door het kwaad wordt bekoord, brengt Hij wien ook in bekoring.
14Кожен же спокушуєть ся, надившись і лестившись похоттю своєю.
14Neen, iedere mens wordt door zijn eigen begeerlijkheid bekoord, verleid en verlokt;
15Потім похоть, зачавши, роджає гріх, гріх же зроблений роджає смерть.
15wanneer dan de begeerlijkheid is bevrucht, baart ze de zonde, en als de zonde volgroeid is, brengt ze de dood.
16Не заблуджуйтесь, браттє моє любе.
16Bedriegt u niet, mijn geliefde broeders.
17Усяке добре даяннє і всякий звершений дар з висоти сходить, од Отця сьвітла, в котрого нема переміни анї тїни зміни.
17Niet dan goede gift en volmaakte gave komt van boven, en daalt neer van den Vader der lichten, bij wien geen verandering bestaat of schaduw van wisselvalligheid.
18Схотїв бо, то й породив нас словом правди, щоб бути нам якимсь почином творива Його.
18Uit vrije wil heeft Hij ons door de prediking der waarheid verwekt, opdat we de eersteling zijner schepselen zouden zijn.
19Тим же, браттє моє любе, нехай буде всякий чоловік скорий на слуханнє, і нескорий на слова, нескорий на гнїв.
19Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn;
20Гнїв бо чоловіка правди Божої не чинить.
20want ‘s mensen toorn bewerkt geen gerechtigheid Gods.
21Задля того відкинувши всяку погань і останок зла, прийміть у лагідности посаджене слово, що може спасти душі ваші.
21Legt daarom alle onreinheid af en uitwas van boosheid, maar neemt met zachtmoedigheid het woord in u op, dat op u is geënt, en dat uw zielen kan redden.
22Будьте ж чинителями слова, а не тілько слухателями, обманюючи себе самих.
22Weest werkers van het woord, en niet hoorders alleen; anders bedriegt gij uzelf.
23Бо, коли хто слухатель слова, а не чинитель, той подобен чоловікові, що дивить ся на природне лице своє в зеркалї.
23Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, dan gelijkt hij op een man, die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet;
24Подививсь бо на себе, та й одійшов, та зараз і забув, який він був.
24want als hij toegekeken heeft en heen is gegaan, is hij aanstonds vergeten, hoe hij er uitzag.
25Хто ж дивить ся в звершений закон свободи, та й пробуває в ньому, той не слухатель забуваючий, а чинитель дїла; такий буде щасливий у дїланню своїм.
25Maar hij, die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid beschouwt, en zich er ook naar gedraagt, —geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad, —hij zal zalig worden door zijn werken.
26Коли хто думає, що він вірен між вами, не уздаючи язика свого, а обманюючи серце своє, у того марна віра.
26Zo iemand vroom meent te zijn, maar zijn tong niet beteugelt, dan bedriegt hij zichzelf, en zijn vroomheid is ijdel.
27Ото бо віра чиста і неопоганена перед Богом і Отцем, щоб одвідувати сиріт і вдовиць у горю їх, і держати себе неопоганеним од сьвіта.
27Reine en vlekkeloze vroomheid in de ogen van God en den Vader is deze: zorg te dragen voor wezen en weduwen in hun rampspoed, en zich onbesmet van de wereld te houden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.