1 Йоана 1
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Що було від почину, про що ми чули, що бачили очима нашими, і на що дивили ся, і чого руки наші дотикали ся, про Слово життя, —
1Wat van de aanvang af bestond, wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat we mochten aanschouwen en onze handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens:
2(бо життє явилось, і ми бачили, і сьвідкуємо, і звіщаєм вам життє вічнє, що було в Отця, а явилось нам;)
2ja waarlijk, het Leven is verschenen en wij hebben het gezien; en wij leggen getuigenis af en brengen u de boodschap van het eeuwig Leven, dat bij den Vader was en aan ons is verschenen;
3що ми бачили і чули, звіщаєм вам, щоб і ви мали спільність з нами; а спільність наша з Отцем і Сином Його Ісусом Христом.
3wat wij dan hebben gezien en gehoord, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons: en ònze gemeenschap is met den Vader, en met Jesus Christus, zijn Zoon.
4І се пишемо вам, щоб радість ваша була повна.
4En we schrijven hierover, opdat onze vreugde volkomen mag worden.
5І се обітниця, котру ми чули від Нього, і звіщаємо вам, бо Бог сьвітло, і нїякої у Нього темряви.
5En dit is de boodschap, die we van Hem hebben gehoord, en die we u verkondigen gaan: God is Licht; en in Hem is geen spoor van duisternis!
6Коли говоримо, що спільність маємо з Ним, а в темряві ходимо, то не говоримо по правдї і не творимо правди;
6Wanneer we nu zeggen, dat we gemeenschap hebben met Hem, ofschoon we in duisternis wandelen, dan liegen we en betrachten we de waarheid niet.
7коли ж у сьвітлї ходимо, яко ж Він сам у сьвітлї, то маємо спільність один з одним, і кров Ісуса Христа, Сина Його, очищає нас од усякого гріха.
7Maar wanneer we wandelen in het licht, zoals Hij in het Licht verkeert, dan is er gemeenschap tussen ons beiden, en reinigt het Bloed van Jesus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
8Коли говоримо, що гріха не маємо, то самі себе обманюємо, і нема правди в нас.
8Als we beweren, geen zonde te hebben, dan misleiden we onszelf, en is de waarheid niet in ons.
9Коли визнаєм гріхи наші, то Він вірний і праведний, щоб простив нам гріхи, і очистив нас од всякої неправди.
9Maar wanneer we onze zonden bekennen, dan is Hij getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
10Коли кажемо, що ми не згрішили, то й слова Його нема в нас.
10Als we beweren, dat we niet hebben gezondigd, dan maken we Hem tot een leugenaar, en is zijn woord niet in ons.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.