Осії
Chapter 1
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Осії 1

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Слово Господнє, що надійшло до Осії Беерієнка в часах Юдейських царів Озії, Йоатама, Ахаза й Езекії та за днїв Ізраїлського царя Еробоама Йоасенка.
1Het woord, dat Jahweh richtte tot Osee, den zoon van Beëri, ten tijde van Ozias, Jotam, Achaz en Ezekias, koningen van Juda, en ten tijde van Jeroboam, den zoon van Joas en koning van Israël.
2Початок слова Господнього до Осії. І сказав Господь Осії: Ійди, возьми за себе жену-блудницю, та й мати меш дїти блудні; бо вельми блудує ся земля, покинувши Господа.
2Eerste openbaring van Jahweh aan Osee. Jahweh sprak tot Osee: Ga, neem u een overspelige vrouw, en krijg bastaardkinderen van haar: Want het land heeft overspel bedreven, en zich van Jahweh afgekeerd.
3І пійшов він та й узяв Гомеру Диблаїмівну; й завагонїла вона та й уродила йому сина.
3Daarom huwde hij Gómer, de dochter van Dibláim; deze werd zwanger, en baarde hem een zoon.
4І сказав йому Господь: Назви його Езреель (насїннє Боже); не задовгий бо час навідаю я карою за кров Езреелеву дом Егуїв і зроблю кінець царюванню дому Ізрайлевого,
4En Jahweh sprak tot hem: Noem hem “Jizreël”; want binnenkort zal Ik op het huis van Jehu het bloedbad van Jizreël wreken, en een einde maken aan zijn koningschap over Israëls huis;
5І станеться того дня, що поломлю лука Ізрайлевого на Езреель-долинї.
5op die dag zal Ik de boog van Israël breken in het dal van Jizreël!
6І завагонїла вона вдруге, та й уродила дочку; й повелїв йому: Назви її Лорухама (непомилувана); бо я вже не буду милуватись над домом Ізрайлевим, щоб прощати йому.
6Weer werd ze zwanger, en bracht een dochter ter wereld. Nu sprak Hij tot hem: Noem haar: “Zonder ontferming”; want Ik zal Mij over het huis van Israël niet langer ontfermen, doch het heel en al doen verdwijnen!
7Дом же Юдин помилую й спасу їх у Господї Бозї їх, спасу їх не луком, нї мечем, нї боєм, нї кіньми й їздецями.
7Maar Ik zal Mij over het huis van Juda ontfermen; Ik zal ze redden door Jahweh, hun God: niet door boog of zwaard, niet door krijgsmacht, paarden en ruiters!
8Як же вона одлучила Лорухаму, завагонїла й вродила сина.
8Toen ze “Zonder ontferming” had gevoed, werd ze weer zwanger, en baarde een zoon.
9І сказав (Господь): Назви його Лоаммій (не мій нарід); ви бо не мій люд, а я не ваш.
9En weer sprak Hij: Noem hem: “Niet langer mijn volk”; want gij zijt niet langer mijn volk, en Ik niet uw God!
10Та все ж таки буде синів Ізрайлевих стілько, як піску морського, що не мож його нї переміряти, нї перелїчити, й там, де їм говорено: ви не мій люд, звати муть їх синами живого Бога.
10Dan zullen Israëls kinderen weer talrijk zijn Als het zand aan de zee, Dat niet kan worden gemeten, niet worden geteld. En in plaats, dat men hun zal zeggen: Gij zijt “Niet langer mijn volk”, Zal men ze noemen: Kinderen van den levenden God!
11І зійдуться сини Юдині й сини Ізрайлеві докупи й настановлять над собою одного головою та й вийдуть із землї неволї; день бо Езреелїв великий.
11Dan zullen Juda’s kinderen zich met die van Israël verenigen, Zich stellen onder één hoofd, En buiten de grenzen van het land stromen! Waarachtig, groot zal de dag van Jizreël zijn:

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.