1 Коринтян
Chapter 1

1 Коринтян

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Коринтян 1

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Павел, покликаний апостол Ісуса Христа, волею Божою, та Состен брат,
1Paulus, apostel van Christus Jesus, geroepen door Gods wil, en broeder Sóstenes:
2церкві Божій в Коринтї, осьвяченим в Ісусї Христї, покликаним сьвятим, з усїма, которі призивають імя Господа нашого Ісуса Христа, на всякому місцї, у них і в нас:
2aan de Kerk Gods te Korinte, aan hen die geheiligd zijn door Christus Jesus, aan de uitverkoren heiligen, en aan allen die de naam van Jesus Christus aanroepen in iedere plaats, zowel bij hen als bij ons:
3благодать вам і впокій од Бога, Отця нашого, і Господа Ісуса Христа.
3Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus.
4Дякую Богу моєму всякого часу за вас про благодать Божу, дану вам в Христї Ісусї,
4Ten allen tijde dank ik God om u voor Gods genade, die u gegeven is in Christus Jesus;
5тим, що у всьому ви збагатились ним у всякім слові і всякім знанню,
5want door Hem zijt gij rijk geworden in ieder opzicht, —in alle woord en in alle kennis
6яко ж сьвідченнє Христове утверджено в вас,
6in dezelfde mate als de belijdenis van Christus vastheid onder u heeft gekregen.
7так що ви не маєте недостатку нї в однім даруванню, дожидаючись одкриття Господа нашого Ісуса Христа,
7En zo staat gij in geen enkele genadegave ten achter al de tijd, dat gij de openbaring afwacht van onzen Heer Jesus Christus.
8котрий і утвердить вас до кінця, щоб ви були невинуваті в день Господа нашого Ісуса Христа.
8Bovendien zal Deze u vast doen staan ten einde toe, zodat gij onberispelijk zijn zult op de dag van onzen Heer Jesus Christus.
9Вірен бо Бог, через котрого покликані ви в общеннє Сина Його, Ісуса Христа, Господа нашого.
9God is getrouw; Hij door wien gij geroepen zijt tot de gemeenschap met zijn Zoon, Jesus Christus onzen Heer.
10Благаю ж вас, браттє, імям Господа нашого Ісуса Христа, щоб те саме говорили ви всї, і щоб не було між вами роздїлення, а щоб були зʼєднані в одному розумінню і в одній мислї.
10Broeders, ik bezweer u uit naam van onzen Heer Jesus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij volkomen één zijt in dezelfde gezindheid en dezelfde overtuiging.
11Звіщено бо менї про вас, браттє моє, від Хлоїних, що між вами єсть незгодини.
11Want, mijn broeders, door de lieden van Chloë is me over u bekend geworden, dat er twisten onder u zijn.
12Кажу ж про те, що кожен з вас говорить: Я Павлів; а я Аполосів; а я Кифин; а я Христів.
12Ik bedoel dit: Iedereen van u zegt: “Ik ben van Paulus, ik van Apollo, ik van Kefas, ik van Christus.”
13Хиба подїливсь Христос? хиба Павла розпято за вас? або в імя Павлове хрестились ви?
13Is Christus soms verdeeld? Of is Paulus soms voor u gekruisigd, of zijt gij in Paulus’ naam gedoopt?
14Дякую Богові, що я нїкого з вас не охрестив, тільки Криспа та Гая,
14Ik ben er dankbaar om, dat ik niemand van u gedoopt hebt behalve Krispus en Gajus,
15щоб хто не сказав, що в імя моє я охрестив.
15zodat men niet zeggen kan, dat gij in mijn naam zijt gedoopt.
16Хрестив же я й Стефанів дім; більш не знаю, чи кого другого хрестив.
16Ook Stéfanas’ familie heb ik nog gedoopt; overigens weet ik niet, dat ik iemand anders gedoopt heb.
17Не послав бо мене Христос хрестити, а благовістити, не в премудрости слова, щоб не опустїв хрест Христів.
17Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen: niet met wijsheid van woorden, opdat het Kruis van Christus zijn betekenis niet zou verliezen.
18Слово бо про хрест погибаючим дурощі, нам же, що спасаємось, сила Божа.
18Immers de prediking van het Kruis is wel een dwaasheid voor hen, die verloren gaan, maar voor ons, die behouden worden, is ze een kracht Gods.
19Писано бо: Погублю премудрість премудрих, і розум розумних відкину.
19Want er staat geschreven: “Ik zal de wijsheid der wijzen verdelgen, En het beleid der verstandigen te niet doen.”
20Де мудрець? де письменник? де дослїджуватель віку сього? Чи не обернув Бог премудрість сьвіта сього в дурощі?
20Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister dezer wereld? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
21Коли бо у премудростї Божій не пізнав сьвіт Бога премудростю, то зволив Бог дурощами проповідї спасти віруючих.
21Want daar volgens het bestel van Gods wijsheid de wereld niet door de wijsheid tot de kennis van God is gekomen, zo heeft het God behaagd, de gelovigen zalig te maken door de dwaasheid der prediking.
22Коли і Жиди ознак допевняють ся, і Греки премудростї шукають,
22Terwijl de Joden tekenen eisen, en de Grieken wijsheid zoeken,
23ми проповідуємо Христа розпятого, Жидам поблазнь, Грекам же дурощі,
23preken wij Christus gekruisigd, voor de Joden een ergernis en voor de heidenen een dwaasheid,
24самим же покликаним, і Жидам і Грекам, Божу силу й Божу премудрість:
24maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, een Christus, Gods kracht en Gods wijsheid.
25тим що немудре Боже мудріще від людей, а неміцне Боже кріпше людей.
25Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, en het zwakke van God is krachtiger dan de mensen.
26Спогляньте бо на покликаннє ваше, браттє, що небагато (між вами) премудрих по тїлу, небагато сильних, небагато благородних;
26Inderdaad, broeders, denkt eens aan uw eigen roeping terug; niet velen waren wijzen naar het vlees, niet velen machtig, niet velen aanzienlijk.
27нї, немудре сьвіта вибрав Бог, щоб осоромити премудрих, і безсильне сьвіта вибрав Бог, щоб осоромити потужне,
27Neen, het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, om de wijzen beschaamd te maken; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, om het sterke te beschamen;
28і незначне сьвіту і погорджене вибрав Бог, і те чого нема, щоб те, що є, в нїщо обернути,
28en het onaanzienlijke der wereld en het onbeduidende heeft God uitverkoren: alles wat niets is, om te niet te doen, wat iets is,
29щоб не величалось нїяке тїло перед Ним.
29opdat geen vlees zou roemen voor God.
30З Него ж і ви в Христї Ісусї, що став ся нам премудростю від Бога, і праведностю, і освяченнєм, і викупленнєм,
30Door Hem toch behoort gij aan Christus Jesus, die ons door God geworden is: Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing;
31щоб, яко ж писано: Хто хвалить ся, в Господї хвалив ся.
31opdat gelijk geschreven staat: “Hij die roemt, Roeme in den Heer.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.