1 Коринтян
Chapter 4

1 Коринтян

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Коринтян 4

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Так нас нехай вважає чоловік, яко слуг Христових, і доморядників тайн Божих.
1Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen.
2Ще ж до того від доморядників вимагають, щоб кожного знайдено вірним.
2Welnu, van de beheerders wordt slechts gevorderd, dat ze trouw worden bevonden.
3Та се в мене найменша річ, щоб мене судили ви або людський суд; нї, я й сам себе не суджу.
3En dàn is er mij weinig aan gelegen, of ik door u of een menselijk gericht word geoordeeld. Ja, ik oordeel mezelf niet eens;
4Бо нїчого на себе не знаю, та сим я не оправдуюсь; суддя ж мій Бог.
4want wel ben ik mezelf niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd. De Heer is het, die mij oordeelt.
5Тим же нї про що перше часу не судїть, доки прийде Господь, котрий висьвітить сховане в темряві і виявить думки сердець; а тодї похвала буде кожному від Бога.
5Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, niet voordat de Heer komt, die zowel de verborgenheden der duisternis aan het licht zal brengen, als de bedoelingen der harten openbaren. En dan zal een ieder lof ontvangen van God.
6Се ж, браттє, приложив я до себе та Аполоса задля вас, щоб ви з нас навчились не думати більш того, що написано, щоб один перед одним не неслись гордо проти другого.
6Broeders, ik heb deze dingen toegepast op mijzelf en Apollo terwille van u, opdat gij in ons voorbeeld zoudt leren: “Niet boven hetgeen geschreven staat;” opdat de een zich niet opblaast ten voordele van een ander en ten nadele van een derde.
7Хто бо тебе одрізняє? що ж маєш, чого не прийняв (од Бога)? а коли прийняв, то чого величаєш ся, мов би не прийнявши?
7Wie eigenlijk houdt u voor zo iets bijzonders? Of wat hebt ge, dat ge niet verkregen hebt? En zo ge het verkregen hebt, wat pocht ge dan, als hadt ge het niet verkregen?
8Ви вже ситі, вже забагатїли, без нас зацарювали. О, щоб ви зацарювали, щоб і ми з вами царювали!
8Zeker wel, gij zijt reeds verzadigd! Nu reeds zijt gij rijk! Buiten ons om bezit gij het koningschap! Och, was het toch werkelijk waar, dat gij het koningschap bezat, dan mochten wij er misschien wel in delen!
9Та я думаю, що Бог нас, апостолів, яко останнїх поставив, мов на смерть призначених; бо видовищем зробились ми сьвітові, і ангелам, і людям.
9Want waarlijk, ik geloof, dat God ons, Apostelen, de laatste plaats heeft toegewezen, als ter dood veroordeelden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen!
10Ми дурні задля Христа, ви ж мудрі в Христї; ми немічні, ви ж кріпкі; ви славні, ми ж безчесні.
10Wij, wij zijn dwazen terwille van Christus; gij echter wijzen in Christus. Wij zijn zwak, gij zijt sterk. Gij zijt geëerd, wij veracht.
11Ще ж і до сієї години й голодуємо й жаждуємо, й наготїєм і биті в лице, і тиняємось,
11Tot op dit uur lijden we honger, dorst en naaktheid; we worden mishandeld, we zwerven rond;
12і трудимось, працюючи своїми руками; нас лають, а ми благословляємо; нас гонять, ми терпимо;
12in handenarbeid putten we ons uit. Worden we gescholden, we zegenen; worden we vervolgd, we verdragen het;
13нас хулять, ми молимось; мов сьміттє сьвіту стали ся ми, ометиця всїм аж досї.
13worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.
14Не на сором вам се пишу, а яко дїтей моїх любих остерегаю.
14Ik schrijf u deze dingen, niet om u te beschamen, maar om u terecht te wijzen, als mijn geliefde kinderen.
15Бо, коли б ви мали й тисячі наставників у Христї, та батьків небагато; бо в Христї Ісусї благовістєм я вас появив (зродив).
15Want al hadt gij ook tienduizend leermeesters in Christus, vele vaders hebt gij niet; ik heb u door het Evangelie in Jesus Christus verwekt.
16Благаю ж оце вас, будьте послїдувателями моїми.
16En daarom smeek ik u: weest mijn navolgers.
17Про се післав я до вас Тимотея, мою любу дитину і вірного в Господї, котрий вам нагадає про дороги мої в Христї, яко ж усюди у всякій церкві я навчаю.
17Om dezelfde reden heb ik Timóteus naar u toe gezonden, die mijn geliefde en getrouwe zoon is in den Heer; hij zal u mijn wegen in Christus in herinnering brengen, zoals ik ze overal in alle kerken leer.
18Мов би не мав я до вас прийти, так розгордїли деякі.
18Sommigen zijn verwaand in de overtuiging, dat ik toch niet bij u kom.
19Я ж прийду скоро до вас, коли Господь схоче, і розвідаю не слово розгордївших, а силу.
19Toch zal ik spoedig bij u komen, zo de Heer het wil; dan zal ik me eens op de hoogte stellen, niet van het woord van die verwaanden, maar van hun kracht.
20Не в слові бо царство Боже, а в силї.
20Want het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.
21Чого хочете? чи з лозиною прийти менї до вас, чи з любовю і духом лагідности?
21Wat verkiest gij? Zal ik met de roede tot u komen, of met liefde en zachtmoedigheid?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.