1 Коринтян 8
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Що ж до ідолських посьвятів, знаємо, що всї знаннє маємо. Знаннє ж надимає, а любов збудовує.
1Wat nu het offervlees betreft, weten we: “Allen hebben we kennis.” Maar de kennis blaast op, de liefde bouwt op.
2Коли ж хто думає, що він знає що, то нїколи ще нїчого не знав, як треба знати.
2Zo iemand zich inbeeldt, iets te kennen, dan is zijn kennis nog niet, zoals ze wezen moet;
3Коли ж хто любить Бога, то сей пізнаний від Него.
3doch zo iemand liefde heeft tot God, dan is hij door Hem gekend.
4Що ж до їди посьвятів ідолських, знаємо, що ідоли нїщо в сьвітї, і що нема иншого Бога, тільки один.
4Wat dus het eten van het offervlees aangaat, weten we, dat er eigenlijk geen afgod in de wereld bestaat, en dat er geen God is, behalve Eén.
5Бо хоч і є так звані боги, чи то на небі, чи то на землї (як многі боги і многі пани);
5Want al zijn er ook zogenaamde goden in de hemel of op aarde, en zó zijn er inderdaad veel goden en veel heren,
6та наш один Бог Отець, від котрого все і ми для Него; і один Господь Ісус Христос, через котрого усе (стало ся), і ми через Него.
6voor ons is er slechts één God, de Vader, uit wien alles voortkomt, en tot wien we geordend zijn, en één Heer Jesus Christus, door wien alle dingen, door wien ook wijzelf zijn.
7Нї, не у всїх знаннє; деякі з совістю ідолською аж досї, яко посьвят ідолський їдять; і совість їх, бувши недужою, сквернить ся.
7Maar niet allen hebben die kennis. Sommigen toch, ook nu nog in de overtuiging, dat er werkelijk afgoden bestaan, eten het juist als offervlees, en hun geweten, zwak als het is, wordt er door bezoedeld.
8Їжа ж нас не поставляє перед Богом; бо анї луччі ми, коли їмо, анї гірші, коли не їмо.
8Zeker, het eten zal ons niet voor God brengen: eten we niet, we zijn er niet minder om: eten we wel, we worden er niet beter van.
9Гледїть же, щоб нїколи ся ваша власть не була спотиканнєм (людям) недужим.
9Toch moet gij toezien, dat uw recht de zwakken niet tot aanstoot wordt.
10Бо коли хто побачить тебе, що маючи знаннє, (за столом) сидиш у ідолському храмі, то чи совість його, яко недужого, не збудуєть ся, щоб їсти посьвяти ідолські?
10Want wanneer zo iemand u, den man van kennis, in een afgodstempel ziet aanliggen, zal dan het geweten van dien zwakken mens niet worden gestijfd in het eten der afgodenoffers?
11І погибне через твоє знаннє недужий брат, за котрого Христос умер.
11Ja, dan gaat door uw kennis de zwakke verloren, de broeder, voor wien Christus gestorven is.
12Грішачи ж так проти братів та вражаючи їх недужу совість, ви грішите проти Христа.
12Maar door zó tegen de broeders te zondigen en hun zwak geweten te kwetsen, zondigt gij tegen Christus.
13Тим же, коли їжа блазнить брата мого, не їсти му мясива до віку, щоб не блазнити брата мого.
13Daarom, zo het eten ergernis geeft aan mijn broeder, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder niet te ergeren.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.