1 Коринтян 16
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Про милостиню ж для сьвятих, як я розпорядив у церквах Галатийських, так і ви робіть.
1Wat de collecte betreft ten bate der heiligen, zo moet ook gij doen, zoals ik het in de kerken van Galátië geregeld heb.
2Первого дня в тижнї нехай кожен з вас у себе складає, скарбуючи, як йому ведеть ся, щоб не тодї, як прийду, складку робити.
2Op de eerste dag van iedere week moet ieder van u naar vermogen iets terzijde leggen en opsparen, opdat de collecten niet eerst beginnen, als ik kom.
3Як же прийду, то которих ви ухвалите, тих пішлю з листами віднести дар ваш у Єрусалим.
3Bij mijn komst zal ik dan hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven naar Jerusalem zenden, om uw liefdegave over te brengen.
4Коли ж буде достойно, щоб і менї йти, зо мною пійдуть.
4Is het de moeite waard, dat ik zelf ga, dan kunnen ze met me mee gaan.
5Прийду ж до вас, як Македонию перейду (Македонию бо проходжу).
5Ik zal naar u toe komen, wanneer ik Macedónië door ben. Want Macedónië trek ik slechts door;
6У вас же може загаюсь, або й зазимую, щоб ви провели мене, куди я пійду.
6maar bij u zal ik, zo mogelijk, langer vertoeven, misschien wel de winter doorbrengen, zodat gij me kunt uitrusten, wanneer ik verder reis.
7Не хочу бо вас тепер переходом бачити; маю ж надїю, якийсь час пробути в вас, коли Господь дозволить.
7Want ik wil u ditmaal niet in het voorbijgaan bezoeken, maar ik hoop enige tijd bij u te blijven, zo de Heer het toelaat.
8Пробуду ж у Єфесї до пятидесятницї.
8Tot Pinksteren zal ik te Éfese blijven;
9Двері бо великі й широкі відчинились менї, і багато (в мене) противників.
9want een grote en zware deur staat voor me open, en de tegenstanders zijn velen.
10Як же прийде Тимотей, гледїть, щоб без страху був у вас; дїло бо Господнє робить, яко ж і я.
10Wanneer Timóteus komt, zorgt dan, dat hij zonder vrees bij u kan zijn, want hij verricht ‘s Heren werk, evenals ikzelf.
11То нехай нїхто ним не гордує, а випроводїть його з упокоєм, щоб прийшов до мене; жду бо його з браттєм.
11Niemand schiete dus te kort in eerbied voor hem. Doet hem in vrede uitgeleide, opdat hij naar mij heen komt; want ik en de broeders wachten op hem.
12Що ж до Аполоса брата, то вельми просив я його, щоб прийшов до вас з браттєм; та зовсїм не було волї в него, щоб прийти тепер, прийде ж, як мати ме догідний час.
12Wat broeder Apollo betreft, ik heb hem dringend verzocht, naar u heen te gaan tezamen met de broeders; maar hij heeft volstrekt geweigerd, om thans te vertrekken. Hij zal gaan, wanneer het hem gelegen komt.
13Пильнуйте, стійте в вірі, мужайтесь і утверджуйтесь.
13Weest waakzaam, staat vast in het geloof; blijft mannen, weest kloek.
14Все вам нехай в любові дїєть ся.
14Alles geschiede bij u in liefde.
15Благаю ж вас, браттє (ви знаєте семю Стефанову, що вона первоплід Ахайський, і що на служеннє сьвятим оддали себе),
15Broeders, ik heb u nog iets te verzoeken. Gij weet, dat de familie van Stéfanas de eersteling van Achaja is, en dat ze zich ten dienste der heiligen hebben gesteld.
16щоб і ви корились таким і кожному, хто помагає нам і працює.
16Toont ook gij ontzag voor zulke personen, als aan allen, die met hen meewerken en zwoegen,
17Зрадїв же я приходом Стефановим і Фортунатовим і Ахаїковим; бо недостачу вашу вони сповнили.
17Ik verheug me over de aanwezigheid van Stéfanas, Fortunatus en Acháicus; want ze hebben me het gemis van u vergoed,
18Заспокоїли бо мій дух й ваш; пізнавайте ж оце таких.
18en mijn geest verkwikt evenals die van u. Waardeert dus zulke mensen.
19Витають вас церкви Азийські. Витають вас у Господї много Аквила і Прискила з домашньою їх церквою.
19De gemeenten van Azië groeten u. Aquila en Priska met heel de gemeente, die in hun huis vergadert, laten u bijzonder groeten in den Heer.
20Витають вас усї брати. Витайте один одного цїлуваннєм сьвятим.
20Alle broeders groeten u. Groet elkander met een heilige kus.
21Витаннє моєю рукою Павловою.
21De groet is van mijn eigen hand: Paulus.
22Коли хто не любить Господа Ісуса Христа, нехай буде проклят, маран ата!
22Zo iemand den Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. “Marán-Atá”.
23Благодать Господа Ісуса Христа з вами.
23De genade van onzen Heer Jesus zij met u!
24Любов моя з усїма вами у Христї Ісусї. Амінь.
24Mijn liefde is met u allen in Christus Jesus.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.