Corinthios I 16
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1De collectis autem, quæ fiunt in sanctos, sicut ordinavi ecclesiis Galatiæ, ita et vos facite.
1Wat de collecte betreft ten bate der heiligen, zo moet ook gij doen, zoals ik het in de kerken van Galátië geregeld heb.
2Per unam sabbati unusquisque vestrum apud se seponat, recondens quod ei bene placuerit: ut non, cum venero, tunc collectæ fiant.
2Op de eerste dag van iedere week moet ieder van u naar vermogen iets terzijde leggen en opsparen, opdat de collecten niet eerst beginnen, als ik kom.
3Cum autem præsens fuero, quos probaveritis per epistolas, hos mittam perferre gratiam vestram in Jerusalem.
3Bij mijn komst zal ik dan hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven naar Jerusalem zenden, om uw liefdegave over te brengen.
4Quod si dignum fuerit ut et ego eam, mecum ibunt.
4Is het de moeite waard, dat ik zelf ga, dan kunnen ze met me mee gaan.
5Veniam autem ad vos, cum Macedoniam pertransiero: nam Macedoniam pertransibo.
5Ik zal naar u toe komen, wanneer ik Macedónië door ben. Want Macedónië trek ik slechts door;
6Apud vos autem forsitan manebo, vel etiam hiemabo: ut vos me deducatis quocumque iero.
6maar bij u zal ik, zo mogelijk, langer vertoeven, misschien wel de winter doorbrengen, zodat gij me kunt uitrusten, wanneer ik verder reis.
7Nolo enim vos modo in transitu videre, spero enim me aliquantulum temporis manere apud vos, si Dominus permiserit.
7Want ik wil u ditmaal niet in het voorbijgaan bezoeken, maar ik hoop enige tijd bij u te blijven, zo de Heer het toelaat.
8Permanebo autem Ephesi usque ad Pentecosten.
8Tot Pinksteren zal ik te Éfese blijven;
9Ostium enim mihi apertum est magnum, et evidens: et adversarii multi.
9want een grote en zware deur staat voor me open, en de tegenstanders zijn velen.
10Si autem venerit Timotheus, videte ut sine timore sit apud vos: opus enim Domini operatur, sicut et ego.
10Wanneer Timóteus komt, zorgt dan, dat hij zonder vrees bij u kan zijn, want hij verricht ‘s Heren werk, evenals ikzelf.
11Ne quis ergo illum spernat: deducite autem illum in pace, ut veniat ad me: exspecto enim illum cum fratribus.
11Niemand schiete dus te kort in eerbied voor hem. Doet hem in vrede uitgeleide, opdat hij naar mij heen komt; want ik en de broeders wachten op hem.
12De Apollo autem fratre vobis notum facio, quoniam multum rogavi eum ut veniret ad vos cum fratribus: et utique non fuit voluntas ut nunc veniret: veniet autem, cum ei vacuum fuerit.
12Wat broeder Apollo betreft, ik heb hem dringend verzocht, naar u heen te gaan tezamen met de broeders; maar hij heeft volstrekt geweigerd, om thans te vertrekken. Hij zal gaan, wanneer het hem gelegen komt.
13Vigilate, state in fide, viriliter agite, et confortamini.
13Weest waakzaam, staat vast in het geloof; blijft mannen, weest kloek.
14Omnia vestra in caritate fiant.
14Alles geschiede bij u in liefde.
15Obsecro autem vos fratres, nostis domum Stephanæ, et Fortunati, et Achaici: quoniam sunt primitiæ Achaiæ, et in ministerium sanctorum ordinaverunt seipsos:
15Broeders, ik heb u nog iets te verzoeken. Gij weet, dat de familie van Stéfanas de eersteling van Achaja is, en dat ze zich ten dienste der heiligen hebben gesteld.
16ut et vos subditi sitis ejusmodi, et omni cooperanti, et laboranti.
16Toont ook gij ontzag voor zulke personen, als aan allen, die met hen meewerken en zwoegen,
17Gaudeo autem in præsentia Stephanæ, et Fortunati, et Achaici: quoniam id, quod vobis deerat, ipsi suppleverunt:
17Ik verheug me over de aanwezigheid van Stéfanas, Fortunatus en Acháicus; want ze hebben me het gemis van u vergoed,
18refecerunt enim et meum spiritum, et vestrum. Cognoscite ergo qui hujusmodi sunt.
18en mijn geest verkwikt evenals die van u. Waardeert dus zulke mensen.
19Salutant vos ecclesiæ Asiæ. Salutant vos in Domino multum, Aquila et Priscilla cum domestica sua ecclesia: apud quos et hospitor.
19De gemeenten van Azië groeten u. Aquila en Priska met heel de gemeente, die in hun huis vergadert, laten u bijzonder groeten in den Heer.
20Salutant vos omnes fratres. Salutate invicem in osculo sancto.
20Alle broeders groeten u. Groet elkander met een heilige kus.
21Salutatio, mea manu Pauli.
21De groet is van mijn eigen hand: Paulus.
22Si quis non amat Dominum nostrum Jesum Christum, sit anathema, Maran Atha.
22Zo iemand den Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. “Marán-Atá”.
23Gratia Domini nostri Jesu Christi vobiscum.
23De genade van onzen Heer Jesus zij met u!
24Caritas mea cum omnibus vobis in Christo Jesu. Amen.
24Mijn liefde is met u allen in Christus Jesus.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.