Corinthios I 12
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1De spiritualibus autem, nolo vos ignorare fratres.
1Wat de Geestesgaven betreft, broeders, wil ik u niet in het onzekere laten;
2Scitis quoniam cum gentes essetis, ad simulacra muta prout ducebamini euntes.
2gij weet het, toen gij heidenen waart, was het blindelings, dat gij naar de stomme afgoden werdt heengedreven.
3Ideo notum vobis facio, quod nemo in Spiritu Dei loquens, dicit anathema Jesu. Et nemo potest dicere, Dominus Jesus, nisi in Spiritu Sancto.
3Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die spreekt door Gods Geest, zegt: “Vervloekt zij Jesus;” en dat niemand zeggen kan: “Heer Jesus,” dan door den heiligen Geest.
4Divisiones vero gratiarum sunt, idem autem Spiritus:
4Welnu, er is verscheidenheid van genadegaven, maar er is slechts één Geest;
5et divisiones ministrationum sunt, idem autem Dominus:
5en verscheidenheid van bedieningen, maar slechts één Heer;
6et divisiones operationum sunt, idem vero Deus qui operatur omnia in omnibus.
6en verscheidenheid van werkingen, maar slechts één God, die alles in allen werkt.
7Unicuique autem datur manifestatio Spiritus ad utilitatem.
7En aan een ieder wordt de Geestesuiting geschonken, om er nut mee te stichten.
8Alii quidem per Spiritum datur sermo sapientiæ: alii autem sermo scientiæ secundum eumdem Spiritum:
8Den één wordt het woord der wijsheid gegeven door den Geest, den ander het woord der kennis door denzelfden Geest,
9alteri fides in eodem Spiritu: alii gratia sanitatum in uno Spiritu:
9een ander het geloof door denzelfden Geest, een ander de gaven der genezing door den énen Geest.
10alii operatio virtutum, alii prophetia, alii discretio spirituum, alii genera linguarum, alii interpretatio sermonum.
10Aan anderen weer het werken van wonderen, of de profetie, of de onderscheiding der geesten, of de veelheid van talen, of de vertolking der talen;
11Hæc autem omnia operantur unus atque idem Spiritus, dividens singulis prout vult.
11maar dit alles werkt één en dezelfde Geest, die ieder toedeelt, zoals het Hem goeddunkt.
12Sicut enim corpus unum est, et membra habet multa, omnia autem membra corporis cum sint multa, unum tamen corpus sunt: ita et Christus.
12Want zoals het lichaam één is, ofschoon het veel leden heeft, en van de andere kant al de leden van het lichaam, hoe talrijk ook, één lichaam vormen, zo ook Christus.
13Etenim in uno Spiritu omnes nos in unum corpus baptizati sumus, sive Judæi, sive gentiles, sive servi, sive liberi: et omnes in uno Spiritu potati sumus.
13Allen toch, Joden of heidenen, slaven of vrijen, allen zijn we in één Geest tot één lichaam gedoopt, en allen zijn we met één Geest gedrenkt.
14Nam et corpus non est unum membrum, sed multa.
14Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit meerdere leden.
15Si dixerit pes: Quoniam non sum manus, non sum de corpore: num ideo non est de corpore?
15Al zei de voet: omdat ik geen hand ben, behoor ik niet tot het lichaam; toch behoort hij tot het lichaam.
16Et si dixerit auris: Quoniam non sum oculus, non sum de corpore: num ideo est de corpore?
16En al zei het oor: omdat ik geen oog ben, behoor ik niet tot het lichaam; toch behoort het tot het lichaam.
17Si totum corpus oculus: ubi auditus? Si totum auditus: ubi odoratus?
17Zo het lichaam één en al oog was, waar bleef het gehoor; was het één en al gehoor, waar bleef dan de reuk?
18Nunc autem posuit Deus membra, unumquodque eorum in corpore sicut voluit.
18Maar in werkelijkheid heeft God de leden, elk in het bijzonder, een plaats in het lichaam gegeven, zoals het Hem heeft behaagd.
19Quod si essent omnia unum membrum, ubi corpus?
19En van de andere kant, zo alle nu eens één lid vormden, waar bleef dan het lichaam?
20Nunc autem multa quidem membra, unum autem corpus.
20Maar in werkelijkheid zijn er veel leden, doch slechts één lichaam.
21Non potest autem oculus dicere manui: Opera tua non indigeo: aut iterum caput pedibus: Non estis mihi necessarii.
21Het oog kan niet tot de hand zeggen: Ik heb u niet nodig; het hoofd niet tot de voeten: Ik heb u niet nodig.
22Sed multo magis quæ videntur membra corporis infirmiora esse, necessariora sunt:
22Integendeel, juist de schijnbaar zwakkere leden van het lichaam zijn het meest noodzakelijk;
23et quæ putamus ignobiliora membra esse corporis, his honorem abundantiorem circumdamus: et quæ inhonesta sunt nostra, abundantiorem honestatem habent.
23wat ons in het lichaam minder edel toeschijnt, bekleden we met meer luister; en juist onze oneerbare ledematen ontvangen groter kiesheid;
24Honesta autem nostra nullius egent: sed Deus temperavit corpus, ei cui deerat, abundantiorem tribuendo honorem,
24onze eerbare leden hebben dat niet nodig. Ja, God heeft het lichaam zó samengesteld, dat Hij groter eer gaf aan wat misdeeld is,
25ut non sit schisma in corpore, sed idipsum pro invicem sollicita sint membra.
25opdat er in het lichaam geen tweedracht zou heersen, maar de leden gelijke zorg voor elkaar zouden dragen.
26Et si quid patitur unum membrum, compatiuntur omnia membra: sive gloriatur unum membrum, congaudent omnia membra.
26En wanneer één lid lijdt, lijden alle leden mee; komt één lid in aanzien, alle leden delen in zijn vreugde.
27Vos autem estis corpus Christi, et membra de membro.
27Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder in het bijzonder zijn leden.
28Et quosdam quidem posuit Deus in ecclesia primum apostolos, secundo prophetas, exinde doctores, deinde virtutes, exinde gratias curationum, opitulationes, gubernationes, genera linguarum, interpretationes sermonum.
28En in de Kerk heeft God den één aangesteld tot apostel, een ander tot profeet, een derde tot leraar; dan komen de wonderen, dan de gaven der genezing, hulpbetoon, bestuur, de veelheid van talen.
29Numquid omnes apostoli? numquid omnes prophetæ? numquid omnes doctores?
29Zijn allen soms apostelen? Allen profeten? Allen leraars?
30numquid omnes virtutes? numquid omnes gratiam habent curationum? numquid omnes linguis loquuntur? numquid omnes interpretantur?
30Hebben allen de wondermacht, allen de gaven der genezing? Spreken allen in talen, vertolken allen?
31Æmulamini autem charismata meliora. Et adhuc excellentiorem viam vobis demonstro.
31Gij hunkert naar de hoogste gaven? Ik wijs u een weg, die nog veel hoger ligt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.