Аггея
Chapter 1

Аггея

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Аггея 1

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1У другому роцї царя Дарія, первого дня шостого місяця, надійшло слово Господнє через пророка Аггея до Зоробабеля Салатієнка, правителя Юдейського, та Ісуса Йоседекенка, первосьвященника, таке:
1In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand en op de eerste dag van de maand, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeus gericht tot Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, en tot den hogepriester Jehosjóea, den zoon van Jehosadak:
2Так говорить Господь сил небесних: Сї люде мовляють: Не настав іще час будувати храм Господень.
2Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Dit volk zegt: De tijd is nog niet gekomen, om de tempel van Jahweh te bouwen.
3Тим то надійшло слово Господнє через пророка Аггея:
3Maar het woord van Jahweh werd door den profeet Aggeus verkondigd:
4А вам же час — жити в ваших прикрашених будинках, коли тимчасом сей дом стоїть пусткою?
4Is het dan wel de tijd voor u, om in betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog in puin ligt?
5Оце ж так говорить Господь Саваот: Звернїть серця ваші на ваші дороги.
5Welnu, zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let dan eens op, wat er met u is gebeurd!
6Ви сїєте багато, а збираєте мало; їсте, та не засичуєтесь; пєте, та не напиваєтесь доволї; одягаєтесь, та вам не тепло, а хто ходить на заробітки, заробляє в дїрявий мішок.
6Ge hebt veel gezaaid, maar weinig geoogst; ge hebt gegeten, maar werdt niet verzadigd; ge hebt gedronken, maar uw dorst niet gelest; ge hebt u gekleed, maar niet verwarmd; en de werkman kreeg zijn loon in een buidel zonder bodem.
7Тим же то говорить Господь сил небесних: Звернїть увагу вашу на ваші поступки.
7Zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let eens op, wat er met u is gebeurd!
8Ійдїть лишень у гори, добувайте дерево та будуйте храм, щоб менї був до вподоби й я прославлявся в йому, говорить Господь.
8Gaat dus de bergen in, om hout te halen, en bouwt het huis; Ik zal er mijn vreugde en glorie in vinden, spreekt Jahweh!
9Ось, ви надїєтесь багато, а виходить мало, а що приносите домів, те я розвіваю. Чого ж воно так? говорить Господь Саваот; се за мій дом, що стоїть пусткою, а ви хапаєтесь — кожен до свого дому.
9Ge hebt veel verwacht, maar weinig gekregen; ge hebt het binnen gesleept, maar Ik blies het weg. Waarom? is de godsspraak van Jahweh. Omdat mijn huis in puin ligt, terwijl gij allen u rept voor uw eigen huis.
10Тим то небо зачинилось над вами й вдержує свою росу, а земля вдержує свій уроджай.
10Daarom weigerde de hemel u dauw;
11І покликав я посуху на землю й на гори, — на хлїб й на сок виноградний, на олїю й на все, що родить земля, — на людину й скотину й на все, що порають руки.
11daarom heb Ik een droogte ontboden over het land en de bergen, over koren en most, over olie en veldvrucht, over mensen en dieren, over al het werk uwer handen!
12І послухав Зоробабель Салатиїленко та Ісус Йоседекенко, первосьвященник, як і ввесь люд голосу Господнього, Бога свого, й слів пророка Аггея, яко посла Господнього, й збоявся люд Господа.
12Zorobabel, de zoon van Salatiël, en Jehosjóea de hogepriester, de zoon van Jehosadak, luisterden met al het overige volk naar de stem van Jahweh, hun God, en naar de woorden van den profeet Aggeus, welke Jahweh hem had gelast, tot hen te spreken. En het volk werd met vrees voor Jahweh vervuld.
13І сказав Аггей, посел Господень, яко посланий від Господа, так до люду: Я з вами! говорить Господь.
13Toen sprak Aggeüs, de gezant van Jahweh, in opdracht van Jahweh tot het volk: Ik ben met u, is de godsspraak van Jahweh!
14І збудив Господь духа в Зоробабелї, синї Салатиїловому, правителї Юдейському, й духа в Ісусї Йоседекенкові, первосьвященникові, так як і в усьому остальному людові, й узялись вони до роботи коло дому Господа Саваота, Бога свого,
14Zo prikkelde Jahweh de ijver van Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, de ijver van Jehosjóea, den hogepriester en zoon van Jehosadak, de ijver ook van al het overige volk, zodat zij begonnen te werken aan het huis van Jahweh der heirscharen, hun God.
15На двайцять четвертий день шостого місяця, другого року Дарія.
15Men begon op de vier en twintigste dag van de zesde maand, in het tweede jaar van koning Darius.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.