哥林多前书 4
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1人应当以我们为基督的执事,为 神奥秘事的管家。
1Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen.
2所求于管家的,是要他有忠心。
2Welnu, van de beheerders wordt slechts gevorderd, dat ze trouw worden bevonden.
3我被你们论断,或被别人论断,我都以为极小的事;连我自己也不论断自己。
3En dàn is er mij weinig aan gelegen, of ik door u of een menselijk gericht word geoordeeld. Ja, ik oordeel mezelf niet eens;
4我虽不觉得自己有错,却也不能因此得以称义;但判断我的乃是主。
4want wel ben ik mezelf niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd. De Heer is het, die mij oordeelt.
5所以,时候未到,什么都不要论断,只等主来,他要照出暗中的隐情,显明人心的意念。那时,各人要从 神那里得着称赞。
5Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, niet voordat de Heer komt, die zowel de verborgenheden der duisternis aan het licht zal brengen, als de bedoelingen der harten openbaren. En dan zal een ieder lof ontvangen van God.
6弟兄们,我为你们的缘故,拿这些事转比自己和 亚波罗 ,叫你们效法我们不可过于 圣经 所记,免得你们自高自大,贵重这个,轻看那个。
6Broeders, ik heb deze dingen toegepast op mijzelf en Apollo terwille van u, opdat gij in ons voorbeeld zoudt leren: “Niet boven hetgeen geschreven staat;” opdat de een zich niet opblaast ten voordele van een ander en ten nadele van een derde.
7使你与人不同的是谁呢?你有什么不是领受的呢?若是领受的,为何自夸,仿佛不是领受的呢?
7Wie eigenlijk houdt u voor zo iets bijzonders? Of wat hebt ge, dat ge niet verkregen hebt? En zo ge het verkregen hebt, wat pocht ge dan, als hadt ge het niet verkregen?
8你们已经饱足了!已经丰富了!不用我们,自己就作王了!我愿意你们果真作王,叫我们也得与你们一同作王。
8Zeker wel, gij zijt reeds verzadigd! Nu reeds zijt gij rijk! Buiten ons om bezit gij het koningschap! Och, was het toch werkelijk waar, dat gij het koningschap bezat, dan mochten wij er misschien wel in delen!
9我想 神把我们使徒明明列在末后,好像定死罪的囚犯;因为我们成了一台戏,给世人和天使观看。
9Want waarlijk, ik geloof, dat God ons, Apostelen, de laatste plaats heeft toegewezen, als ter dood veroordeelden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen!
10我们为基督的缘故算是愚拙的,你们在基督里倒是聪明的;我们软弱,你们倒强壮;你们有荣耀,我们倒被藐视。
10Wij, wij zijn dwazen terwille van Christus; gij echter wijzen in Christus. Wij zijn zwak, gij zijt sterk. Gij zijt geëerd, wij veracht.
11直到如今,我们还是又饥又渴,又赤身露体,又挨打,又没有一定的住处,
11Tot op dit uur lijden we honger, dorst en naaktheid; we worden mishandeld, we zwerven rond;
12并且劳苦,亲手做工。被人咒骂,我们就祝福;被人逼迫,我们就忍受;
12in handenarbeid putten we ons uit. Worden we gescholden, we zegenen; worden we vervolgd, we verdragen het;
13被人毁谤,我们就善劝。直到如今,人还把我们看作世界上的污秽,万物中的渣滓。
13worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.
14我写这话,不是叫你们羞愧,乃是警戒你们,好像我所亲爱的儿女一样。
14Ik schrijf u deze dingen, niet om u te beschamen, maar om u terecht te wijzen, als mijn geliefde kinderen.
15你们学基督的,师傅虽有一万,为父的却是不多,因我在基督耶稣里用福音生了你们。
15Want al hadt gij ook tienduizend leermeesters in Christus, vele vaders hebt gij niet; ik heb u door het Evangelie in Jesus Christus verwekt.
16所以,我求你们效法我。
16En daarom smeek ik u: weest mijn navolgers.
17因此我已打发 提摩太 到你们那里去。他在主里面,是我所亲爱、有忠心的儿子。他必提醒你们,记念我在基督里怎样行事,在各处各教会中怎样教导人。
17Om dezelfde reden heb ik Timóteus naar u toe gezonden, die mijn geliefde en getrouwe zoon is in den Heer; hij zal u mijn wegen in Christus in herinnering brengen, zoals ik ze overal in alle kerken leer.
18有些人自高自大,以为我不到你们那里去;
18Sommigen zijn verwaand in de overtuiging, dat ik toch niet bij u kom.
19然而,主若许我,我必快到你们那里去,并且我所要知道的,不是那些自高自大之人的言语,乃是他们的权能。
19Toch zal ik spoedig bij u komen, zo de Heer het wil; dan zal ik me eens op de hoogte stellen, niet van het woord van die verwaanden, maar van hun kracht.
20因为 神的国不在乎言语,乃在乎权能。
20Want het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.
21你们愿意怎么样呢?是愿意我带着刑杖到你们那里去呢?还是要我存慈爱温柔的心呢?
21Wat verkiest gij? Zal ik met de roede tot u komen, of met liefde en zachtmoedigheid?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.