撒母耳记下 1
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1扫罗 死后, 大卫 击杀 亚玛力 人回来,在 洗革拉 住了两天。
1Na de dood van Saul bleef David, toen hij terug was van zijn overwinning op de Amalekieten, twee dagen in Sikelag.
2第三天,有一人从 扫罗 的营里出来,衣服撕裂,头蒙灰尘,到 大卫 面前伏地叩拜。
2Daar verscheen op de derde dag iemand uit de legerplaats van Saul: zijn kleren waren gescheurd en aarde lag op zijn hoofd. Bij David aangekomen, viel hij ter aarde en boog zich tot op de grond voor hem neer.
3大卫 问他说:「你从哪里来?」他说:「我从 以色列 的营里逃来。」
3David vroeg hem: Waar komt ge vandaan? Hij antwoordde: Ik ben uit de legerplaats van Saul ontsnapt.
4大卫 又问他说:「事情怎样?请你告诉我。」他回答说:「百姓从阵上逃跑,也有许多人仆倒死亡; 扫罗 和他儿子 约拿单 也死了。」
4David zeide tot hem: Vertel me toch, wat er gebeurd is! Hij sprak: Het volk is gevlucht uit de strijd, velen van het volk zijn gesneuveld, en ook Saul en zijn zoon Jonatan zijn dood!
5大卫 问报信的少年人说:「你怎么知道 扫罗 和他儿子 约拿单 死了呢?」
5Toen vroeg David den jongen man, die met die tijding kwam: Hoe weet ge, dat Saul en zijn zoon Jonatan dood zijn?
6报信的少年人说:「我偶然到 基利波山 ,看见 扫罗 伏在自己枪上,有战车、马兵紧紧地追他。
6En de jonge man, die met die tijding kwam, antwoordde: Heel toevallig was ik op het gebergte Gilbóa. Daar stond Saul, leunend op zijn lans; en de wagens en de ruiters waren al vlak bij hem.
7他回头看见我,就呼叫我。我说:『我在这里。』
7Hij keek om, en toen hij mij bemerkte, riep hij mij. Ik antwoordde: Hier ben ik.
8他问我说:『你是什么人?』我说:『我是 亚玛力 人。』
8Hij vroeg me: Wie zijt ge? Ik antwoordde hem: Ik ben een Amalekiet.
9他说:『请你来,将我杀死;因为痛苦抓住我,我的生命尚存。』
9Hij zeide tot mij: Kom hier, en steek me dood; want een kramp heeft mij beet, ofschoon ik al mijn krachten nog heb.
10我准知他仆倒必不能活,就去将他杀死,把他头上的冠冕、臂上的镯子拿到我主这里。」
10Ik ging naar hem toe, en daar ik wist, dat hij zijn val niet zou overleven, stak ik hem dood. Ik nam de diadeem, die op zijn hoofd stond, en de armband, die aan zijn arm hing; ik heb ze meegebracht voor mijn heer.
11大卫 就撕裂衣服,跟随他的人也是如此,
11Toen greep David zijn klederen en scheurde ze vaneen; en heel zijn gevolg deed eveneens.
12而且悲哀哭号,禁食到晚上,是因 扫罗 和他儿子 约拿单 ,并耶和华的民 以色列 家的人,倒在刀下。
12Wenend en vastend rouwden zij tot de avond over Saul en zijn zoon Jonatan, over het volk van Jahweh en het huis Israël, omdat zij door het zwaard waren gevallen.
13大卫 问报信的少年人说:「你是哪里的人?」他说:「我是 亚玛力 客人的儿子。」
13Daarop sprak David tot den jongen man, die met die tijding kwam: Wat is uw afkomst? Hij antwoordde: Ik ben de zoon van een vreemdeling uit Amalek.
14大卫 说:「你伸手杀害耶和华的受膏者,怎么不畏惧呢?」
14David zeide tot hem: Hoe is het dan mogelijk, dat ge er niet voor zijt teruggeschrokken, uw hand uit te steken en den gezalfde van Jahweh te doden!
15大卫 叫了一个少年人来,说:「你去杀他吧!」
15Daarop gaf David aan een van de soldaten het bevel: Kom hier, sla hem neer! Deze sloeg hem dood,
16大卫 对他说:「你流人血的罪归到自己的头上,因为你亲口作见证说:『我杀了耶和华的受膏者。』」少年人就把他杀了。
16terwijl David tot hem sprak: Uw bloed kome neer op uw eigen hoofd; ge hebt uw eigen oordeel geveld met te zeggen: Ik heb den gezalfde van Jahweh gedood!
17大卫 作哀歌,吊 扫罗 和他儿子 约拿单 ,
17Toen dichtte David op Saul en op zijn zoon Jonatan een klaaglied,
18且吩咐将这歌教导 犹大 人。这歌名叫「弓歌」,写在 雅煞珥 书上。
18dat de Judeërs op zijn bevel moesten leren. Het staat in het boek van den Rechtvaardige. Hij sprak:
19歌中说 : 以色列 啊, 你尊荣者在山上被杀! 大英雄何竟死亡!
19Op uw hoogten, o Israël, liggen de besten gesneuveld; Ach, hoe zijn nu de helden gevallen!
20不要在 迦特 报告; 不要在 亚实基伦 街上传扬; 免得 非利士 的女子欢乐; 免得未受割礼之人的女子矜夸。
20Bericht het niet in Gat, Verkondigt het niet in Asjkelons straten; Anders juichen de dochters der Filistijnen, Jubelen de dochters der onbesnedenen!
21基利波山 哪,愿你那里没有雨露! 愿你田地无土产可作供物! 因为英雄的盾牌在那里被污丢弃; 扫罗 的盾牌仿佛未曾抹油。
21Geen dauw en geen regen, bergen van Gilbóa, Dale op uw velden, o bergen des doods; Want daar ligt het schild der helden verroest, Het schild van Saul niet met olie gewreven!
22约拿单 的弓箭非流敌人的血不退缩; 扫罗 的刀剑非剖勇士的油不收回。
22Zonder het bloed van verslagenen En het vet van helden Week de boog van Jonatan nimmer terug, Keerde het zwaard van Saul niet ledig weer.
23扫罗 和 约拿单 — 活时相悦相爱,死时也不分离 —他们比鹰更快,比狮子还强。
23Saul en Jonatan waren bemind en geliefd, In leven en dood niet gescheiden! Ze waren sneller dan adelaars, Sterker dan leeuwen.
24以色列 的女子啊,当为 扫罗 哭号! 他曾使你们穿朱红色的美衣, 使你们衣服有黄金的妆饰。
24Dochters van Israël, weent over Saul, Die u hulde in karmozijn en batist, En op uw gewaad gouden sieraden hechtte:
25英雄何竟在阵上仆倒! 约拿单 何竟在山上被杀!
25Hoe zijn de helden gevallen in de strijd? Ach Jonatan, ik ben zeer bedroefd om uw dood,
26我兄 约拿单 哪,我为你悲伤! 我甚喜悦你! 你向我发的爱情奇妙非常, 过于妇女的爱情。
26Om u zo verslagen, Jonatan, mijn broeder! Gij waart mij zo dierbaar, Uw liefde telde ik meer dan de liefde van vrouwen.
27英雄何竟仆倒! 战具何竟灭没!
27Ach, hoe zijn nu de helden gevallen, Hoe gingen de wapenen verloren!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.